• Nieuws

WWZ uitspraken: de transitievergoeding

05 december 2016
Arbeidsrecht - Ploum over Arbeid

In welke gevallen is de transitievergoeding wel of niet verschuldigd?

Bij invoering van het nieuwe ontslagrecht is op onze website al aandacht besteed aan de transitievergoeding. In deze bijdrage komen een aantal rechterlijke uitspraken over dit onderwerp aan bod. Over de vraag of de transitievergoeding ook aan arbeidsongeschikte werknemers dient te worden betaald en het zogenaamd ‘slapend dienstverband’ verschenen eerder al bijdragen: 1, 2, 3 en 4 (voor meer informatie over het wetsvoorstel).

Recht op transitievergoeding: hoe zat het ook alweer?

De voorheen geldende kantonrechtersformule (a x b x c) is niet langer aan de orde. In plaats hiervan is een werkgever aan iedere werknemer, die ten minste 24 maanden in dienst is geweest en onvrijwillig wordt ontslagen, een transitievergoeding verschuldigd. De vergoeding is ook verschuldigd indien een tijdelijke arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever niet wordt verlengd. Zelfs als een werknemer disfunctioneert of als de financiële situatie van de werkgever niet rooskleurig is, krijgt de werknemer een transitievergoeding. Wanneer een werknemer volgens de rechter ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, is de transitievergoeding niet verschuldigd.

Berekening transitievergoeding

In vergelijking met de oude kantonrechtersformule valt de transitievergoeding een stuk lager uit: voor de eerste 10 jaar ontvangt een werknemer 1/6 deel van zijn maandsalaris per elk half dienstjaar. Bij een dienstverband langer dan 10 jaar ontvangt de werknemer 1/4 maandsalaris per half dienstjaar. Voor 50-plussers geldt tot 2020 een overgangsregeling als gevolg waarvan zij per half dienstjaar op een half maandsalaris recht hebben. Voor de berekening hiervan worden ook de bonussen over de drie afgelopen jaren, het vakantiegeld en de vaste en variabele toeslagen meegenomen.

Recht op transitievergoeding bij een beëindigingsovereenkomst?

Als partijen met wederzijds goedvinden uit elkaar gaan, is de werkgever niet verplicht een transitievergoeding te betalen. Tijdens onderhandelingen geldt de transitievergoeding doorgaans wel vaak als ondergrens, aangezien werknemers hier “minimaal” recht op menen te hebben. Een medewerker die van zijn werkgever – na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst zonder vergoeding – alsnog de transitievergoeding eiste, kreeg van Rechtbank Overijssel ongelijk: volgens de werknemer had de werkgever het recht op de transitievergoeding tijdens de onderhandelingen moeten melden. De rechter oordeelde dat de werkgever niet verplicht is dit te melden. De transitievergoeding werd afgewezen omdat er op grond van de WWZ geen algemene spreekplicht ten behoeve van de transitievergoeding kan worden aangenomen.

Wat als de werkgever de transitievergoeding niet (tijdig) betaalt?

Het UWV of de kantonrechter wijzen de transitievergoeding niet automatisch toe. De werknemer zal hier (zeker ten tijde van onderhandelingen) zelf om moeten vragen: Hof Den Haag bevestigt dat de verschuldigdheid van de transitievergoeding direct uit de wet voortvloeit en dat het voor de verschuldigdheid niet nodig is dat een rechter deze vaststelt. Rechterlijke tussenkomst is niet per se noodzakelijk (tenzij een werkgever de transitievergoeding weigert te betalen).

Als een transitievergoeding niet wordt uitbetaald, dient de werknemer binnen drie maanden na einde dienstverband een verzoek bij de kantonrechter in te dienen en geen dag later. Rechtbank Rotterdam oordeelde dat de termijn ambtshalve toegepast dient te worden: in deze zaak was de arbeidsovereenkomst geëindigd op 31 oktober 2015. Het verzoekschrift had dan ook uiterlijk op 31 januari 2016 ontvangen moeten zijn door de rechtbank maar het verzoekschrift is een dag later, pas op 1 februari 2016, ontvangen. Als de juridische procedure niet binnen drie maanden is opgestart, komt het recht op de transitievergoeding te vervallen.

Voorbeelden: geen transitievergoeding bij ernstige verwijtbaarheid

In onder meer de volgende gevallen kwam de rechter tot het oordeel dat de transitievergoeding wegens het ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer niet verschuldigd was:

  • de tramconducteur “leende” bij herhaling zonder toestemming geld uit de geldbuidel van zijn werkgever, Hof Amsterdam;
  • een werkneemster verscheen bij herhaling en zonder opgaaf van redenen niet op het spreekuur van de bedrijfsarts en werkte op geen enkele wijze mee aan haar re-integratie, Rechtbank Midden-Nederland;
  • een schadebehandelaar bij een verzekeringsmaatschappij fraudeerde bij herhaling met aankoopnota’s, Rechtbank Overijssel.

Indien de werknemer slechts verwijtbaar maar niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft hij wel recht op een transitievergoeding. In de volgende gevallen kwam de rechter tot het oordeel dat de transitievergoeding – ondanks het verwijtbaar handelen van de werknemer – wel verschuldigd was:

  • Ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat binnen een periode van vijf maanden drie incidenten plaatsvonden waarbij de operator de milieurichtlijnen niet had nageleefd (terwijl niet-naleving daarvan grote gevolgen kon hebben voor de volksgezondheid binnen de organisatie, Rb. Noord-Holland);
  • Ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de werkneemster in kwestie (schoonmaakster in een ziekenhuis) voor eigen gebruik drank uit de kamer van een patiënt had weggenomen (niet ernstig verwijtbaar i.v.m. aannemelijke drankverslaving, Rb. Amsterdam).

Advies

Ieder geval blijft maatwerk: hoe hoog is de transitievergoeding en zijn alle looncomponenten wel meegenomen? Valt de werknemer onder de overgangsregeling of een van de uitzonderingen? Mocht u aanvullende vragen hebben, staan wij u graag te woord!

Dit artikel is geschreven door Pegah Silakhori.

Meer informatie

Rutger Ploum

M +31 6 2269 3315
E r.ploum@ploum.nl

Print dit artikel