• Nieuws

Transitievergoeding nihil na eindigen loondoorbetalingsverplichting werkgever?

15 juli 2016
Arbeidsrecht - Ploum over Arbeid

Ook na twee jaar ziekte is een werkgever de transitievergoeding verschuldigd ingeval van opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dit stuit op veel commotie. Kan je hier als werkgever onderuit? Kantonrechters hebben al geoordeeld dat het een werkgever is toegestaan om de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer in stand te laten na het einde van de loondoorbetalingsverplichting. Op deze manier wordt de werkgever de transitievergoeding niet verschuldigd. Er resteert dan wel een slapend dienstverband.

Maatregel ter compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte

Minister Asscher wil werkgevers op dit punt tegemoet komen. In een brief aan de Tweede Kamer heeft Asscher laten weten dat hij voornemens is om een regeling te ontwerpen op grond waarvan werkgevers worden gecompenseerd voor de kosten van een bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid verschuldigde transitievergoeding. Die compensatie zou dan plaats kunnen vinden vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Als gevolg van dit voorstel zou er volgens Asscher voor werkgevers geen aanleiding meer zijn om een arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer uitsluitend in stand te laten om de transitievergoeding niet te hoeven te betalen.

Naar verwachting zal het wetsvoorstel dat ziet op bovenstaande regeling begin 2017 naar de Tweede Kamer worden gezonden. De ingangsdatum van de wetswijziging zal dan ook niet eerder liggen dan 1 januari 2018. Tot die tijd dient er te worden geroeid met de bestaande ‘WWZ-riemen’.

Transitievergoeding € 0,- na beëindigen loondoorbetalingsverplichting?

Niet alleen vanuit de politiek wordt naar oplossingen gezocht om de onwenselijke situatie waar thans sprake van is te beëindigen. Ook in de praktijk worden pogingen daartoe ondernomen. Zeer recentelijk heeft een werkgever zich op het standpunt gesteld dat de aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer verschuldigde transitievergoeding, op nihil gesteld diende te worden. Als reden hiervoor werd – kort gezegd – aangevoerd dat de loondoorbetalingsverplichting reeds was geëindigd op het moment van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werkgever was dan ook van mening dat hij de werknemer na het einde van de loondoorbetalingsverplicht geen loon meer verschuldigd was en derhalve ook geen transitievergoeding.

De kantonrechter ging niet mee met het standpunt van de werkgever en oordeelde dat uit de tekst van artikel 7:673 BW en het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding niet volgt dat het bij de berekening van de transitievergoeding moet gaan om opeisbaar loon. De kantonrechter verwees daarbij ook naar de wetsgeschiedenis. Hieruit volgt dat de wetgever niet heeft beoogd om arbeidsongeschikte werknemers die na twee jaar van arbeidsongeschiktheid geen recht meer hebben op uitbetaling van loon, uit te sluiten van een transitievergoeding. In de wetsgeschiedenis is juist expliciet opgemerkt dat er geen rechtvaardiging bestaat om onderscheid te maken tussen arbeidsongeschikte werknemers en arbeidsgeschikte werknemers.

Conclusie

Hoewel er zowel door de rechtspraak als door de politiek kanttekeningen zijn geplaatst bij de verschuldigdheid van een transitievergoeding bij een opzegging na twee jaar arbeidsongeschiktheid, is dit vooralsnog wel de praktijk. Wij houden u uiteraard op de hoogte indien zich nieuwe ontwikkelingen voordoen op dit gebied.

 

Wilt u meer weten? Kijk op ploumoverarbeid.nl.

Dit artikel is geschreven door Laurence Baeten.