• Nieuws

Rechtsverwerking en sluiting tijdelijke noodovereenkomst in het aanbestedingsrecht

30 september 2014
Aanbestedingsrecht

Op 13 augustus 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam een interessante uitspraak gedaan over
1. rechtsverwerking (Grossmann verweer) en
2. het sluiten van een tijdelijke overeenkomst

Het betrof een aanbesteding van leerlingenvervoer in de Gemeenten Gorinchem, Giessenlanden, Hardinxveld-Giessendam, Molenwaard en Zederik. De opdracht was verdeeld in verschillende percelen.

Rechtsverwerking aangenomen

Het bestek bevatte een rechtsverwerkingsclausule op grond waarvan inschrijvers zo spoedig mogelijk vóór verzending van de nota van inlichtingen moesten klagen over onduidelijkheden in het bestek. Als er tijdig was geklaagd maar de bezwaren niet werden gehonoreerd dient de inschrijver direct een kort geding te starten op straffe van verval  van recht om hierover in rechte te klagen. De klagende partij, DVG, had vragen gesteld in de Nota van Inlichtingen en, nadat haar klachten niet werden gehonoreerd, (onvoorwaardelijk) ingeschreven op de aanbesteding. De Rechtbank oordeelt dat DVG door middel van haar inschrijving akkoord is gegaan met de in het bestek opgenomen rechtsverwerkingsclausule. DVG had direct een kort geding moeten starten als zij het niet met het antwoord van de Gemeenten eens was. DVG wachtte echter tot na voorlopige gunning. De Rechtbank oordeelde dat dit te laat was en DVG haar rechten had verwerkt om op te komen tegen de gunningssystematiek uit het bestek.

(Plicht tot) het sluiten van een tijdelijke overeenkomst als noodoplossing

Door het kort geding kwam de uitvoeringsdatum voor het leerlingenvervoer in gevaar. De Gemeenten sloten met iedere winnaar van elk perceel een tijdelijke overeenkomst behalve met het perceel waar DVG de winnaar was. Voor dat perceel sloten de Gemeenten een tijdelijk contract met de op de tweede plaats geëindigde inschrijver. De Rechtbank oordeelt op grond van het gelijkheidsbeginsel dat de Gemeenten met DVG een tijdelijke overeenkomst hadden moeten aangaan. Bij deze beslissing betrok de Rechtbank onder meer dat DVG haar aanbieding gestand had gedaan, het om een kwetsbare groep leerlingen gaat en DVG in het verleden het vervoer van leerlingen uit dat perceel had verzorgd. Het werd de Gemeenten verboden wordt om een tijdelijke overeenkomst te sluiten met ieder ander dan DVG. Zo kan een aanbestedende dienst gedwongen worden om een tijdelijke overeenkomst aan te gaan met een partij die tegenover haar staat in de rechtszaal.

 

Dit artikel is geschreven door Natalie Kolthof.

Meer informatie

Dennis Zieren

M +31 6 2269 3357
E d.zieren@ploum.nl

Print dit artikel