• Nieuws

De douane classificeert auto-onderdelen niet altijd als ‘delen of toebehoren van een motorvoertuig’

24 juni 2019
Douane, handel en logistiek

Delen en toebehoren van motorvoertuigen (bijvoorbeeld van auto’s) worden geregeld vanuit derde landen naar de EU geïmporteerd. In 2018 is voor meer dan €20 miljard aan onderdelen en toebehoren geïmporteerd. De douane neemt goederen die in invoeraangiften als onderdelen en toebehoren van motorvoertuigen zijn aangegeven de laatste tijd (nogmaals) onder de loep. De douane kijkt daarbij naar de douane-technische classificatie van deze goederen. Aanleiding is de door de Europese Commissie vastgestelde indelingsverordening nr. 2017/1168 waarin de Europese Commissie de begrippen ‘delen’ en ‘toebehoren’ beperkt heeft uitgelegd en heeft vastgesteld dat een stuurhoes niet als deel of toebehoren kan worden aangemerkt. De douane heeft deze uitleg van de Europese Commissie overgenomen, lijkt daaruit een ‘algemene regel’ af te leiden en past de uitleg in de praktijk nu dus ook toe op andere auto-onderdelen dan stuurhoezen. Heeft u de afgelopen jaren auto-onderdelen als delen of toebehoren van motorvoertuigen geïmporteerd? Dan heeft dit mogelijk ook voor u (financiële en/of strafrechtelijke) consequenties.

De vaststelling van het douanetarief

Bij de import van goederen in de EU moeten in de regel invoerrechten worden afgedragen. De hoogte daarvan is afhankelijk van het douanetarief dat per goederencode verschilt. Voor het vaststellen van de goederencode worden goederen op wereldwijd niveau ingedeeld in het ‘Geharmoniseerd Systeem’ (GS) en op Europees niveau in de ‘Gecombineerde Nomenclatuur’ (GN). Daarnaast zijn er (aanvullende) Taric codes en eventuele nationale codes. De classificatie van goederen moet op eenduidige en uniforme wijze plaatsvinden. De gedachte is dat hetzelfde product door verschillende aangevers en de douaneautoriteiten onder dezelfde goederencodes wordt geclassificeerd.

Classificatie van onderdelen en toebehoren van motorvoertuigen

Op basis van de bewoordingen van de post 8708 lijkt het voor de hand te liggen om auto-onderdelen in te delen onder post 8708 dat ziet op “delen en toebehoren van motorvoertuigen (…)”. De vraag is evenwel wat onder de begrippen ‘delen’ en ‘toebehoren’ moet worden verstaan.

Uit de wettelijk bepalende aantekeningen volgt dat een product als deel of toebehoren van een motorvoertuig moet worden ingedeeld onder post 8708 als voldaan is aan de voorwaarden dat het product uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd voor vervoermaterieel en daarnaast niet expliciet in de aantekeningen is uitgesloten van de indeling onder deze post.  De bestemming van een product is dus doorslaggevend: het product moet normaal voor motorvoertuigen geschikt zijn.

De Europese Commissie en de (Nederlandse) douane hanteren bij de uitleg van post 8708 echter een ander criterium. Volgens hen kan een auto-onderdeel niet als deel of toebehoren worden geclassificeerd als het product “niet onmisbaar is voor de werking van het motorvoertuig, het motorvoertuig evenmin aanpast voor speciale werkzaamheden of geschikt maakt voor bijkomende mogelijkheden, en het ook geen bijzondere werkzaamheden verricht die verband houden met de hoofdfunctie van het motorvoertuig”. Deze uitleg van de begrippen delen en toebehoren lijken een zekere noodzakelijkheid te vereisen voor de auto of een specifieke functie daarvan.

De uitleg die de Europese Commissie en de douane bij post 8708 hanteren wijkt af van de uitleg die in de aantekeningen is gegeven. De bewoordingen uitsluitend en hoofdzakelijk komen in het geheel niet terug bij de uitleg die de Europese Commissie en de douane voorstaan. Daarnaast is de reikwijdte van de post door de uitleg beperkter. Bij de juridische houdbaarheid van deze uitleg kunnen dan ook de nodige vraagtekens worden geplaatst. Het is immers vaste jurisprudentie dat de Europese Commissie weliswaar bevoegd is door middel van indelingsverordeningen duidelijkheid te geven over de indeling van een specifiek product in de GN. Dat wil echter niet zeggen dat zij daarbij de post en de postonderverdeling beperkter of juist ruimer zou mogen uitleggen. Wij zijn het ook niet eens met de Nederlandse douane voor zover zij de in een indelingsverordening die betrekking heeft op een stuurhoes gekozen classificatie, ook zou menen te kunnen toepassen op andere auto-onderdelen dan stuurhoezen. De rechtspraak van het Hof van Justitie is duidelijk over het toepassingsbereik van dergelijke indelingsverordeningen. Die gelden in beginsel alleen voor het product waarvoor de verordening is afgegeven en daarnaast hoogstens voor producten die gelijke eigenschappen hebben.

Financiële gevolgen

De enge uitleg die de douane aan post 8708 voor delen en toebehoren van motorvoertuigen geeft, heeft tot gevolg dat de douane geregeld de classificatie van goederen onder post 8708 zal uitsluiten en zal stellen dat een andere goederencode moet worden gehanteerd. Dit leidt mogelijk tot de toepasselijkheid van een hoger douanetarief en dus ook tot de verschuldigdheid van meer invoerrechten.

De douane kan in beginsel voor aangiften die maximaal drie jaar geleden zijn ingediend (aanvullende) invoerrechten heffen en innen door middel van het opleggen van een Uitnodiging tot Betaling (‘UTB’). Bent u het echter niet eens met de indeling van de auto-onderdelen onder een andere post dan post 8708 en de oplegging van een UTB, dan kunt u deze UTB natuurlijk aanvechten door daartegen bezwaar in te stellen. U kunt dan toelichten waarom u meent dat u het product wel juist heeft geclassificeerd en er ten gevolge daarvan geen (extra) invoerrechten verschuldigd zijn.

Strafrechtelijke gevolgen

Het doen van een onjuiste douaneaangifte is een strafbaar feit. De douane kan daarvoor een zogenoemde Fiscale Strafbeschikking (FSB) opleggen. De hoogte van een FSB kan variëren van enkele honderden Euro’s tot een bepaald percentage van de misgelopen invoerrechten. Het percentage is afhankelijk van de schuldgraad en kan oplopen tot 50 % in geval van opzet. Als de belanghebbende het niet eens is met de opgelegde FSB moet binnen twee weken verzet worden aangetekend. Aandachtspunt is ook dat de FSB niet moet worden betaald. Bij betaling verspeelt men namelijk het recht om in verzet te gaan.

Het doen van onjuiste douaneaangiften kan mogelijk gevolgen hebben voor de status van een geautoriseerde marktdeelnemer, kortom voor de AEO-status. AEO staat voor Authorized Economic Operator. Een van de criteria om in aanmerking te komen voor de AEO status of een toekenning van die status te behouden, is dat geen sprake mag zijn van ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving. Ook om die reden kan het zinvol zijn bezwaar in te dienen tegen navorderingen van de douane waarmee men het niet eens is, zeker als de douane daarnaast ook nog een FSB oplegt in verband met diezelfde aangiften en dus ook kiest voor handhaving via de strafrechtelijke weg.

Uiteraard, kan het team Douane, Handel & Logistiek van Ploum u in bezwaar of beroep tegen een navordering bijstaan en dat geldt evenzeer voor een eventuele verzetprocedure tegen een FSB.

Meer informatie

Petra Chao

M +316 4278 1186
E p.chao@ploum.nl

Print dit artikel