• Nieuws

Wijziging Wet op het financieel toezicht ter implementatie art. 162 Richtlijn solvabiliteit II – einde vrije markttoegang derdeland verzekeraars

09 juni 2020
Banking & Finance

Op 1 juni 2020 is het voorstel tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht (Wft) ter implementatie van art. 162 van de Richtlijn solvabiliteit II (het “Wetsvoorstel”) ter consultatie gepubliceerd. Het Wetsvoorstel beoogd een verbod op dienstverrichting naar Nederland door schade- en levensverzekeraars met zetel in een staat die geen EU Lidstaat is (derdeland verzekeraar) te introduceren. Een dergelijk verbod zou in lijn zijn met de regelgeving op het verzekeringsgebied zoals dat in andere EU lidstaten geldt. Ook vanuit de Europese Commissie is de wens geuit een dergelijk verbod te introduceren en inmiddels heeft de Europese Commissie kenbaar gemaakt dat zij van mening is dat, op grond van een nieuwe interpretatie van art. 162 Richtlijn solvabiliteit II[1], die dienstverrichting niet is toegestaan.

De achtergrond van het Wetsvoorstel is gelegen in het feit dat door een toename van wet- en regelgeving voor EU verzekeraars er in de afgelopen jaren een ongelijk speelveld is ontstaan ten opzichte van derdeland verzekeraars. Die hoeven immers niet te voldoen aan bijvoorbeeld (zware) vereisten ten aanzien van bedrijfsvoering, integriteit en governance. Zij hebben daarmee een voordeel op EU verzekeraars. Daarnaast hebben De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten vrijwel geen mogelijkheden om in te grijpen indien noodzakelijk, iets dat met name in geval van faillissementsituaties kan knellen.

Wij gaan hierna in op enkele voor de huidige verzekeringspraktijk belangrijke wijzigingen die het Wetsvoorstel met zich brengt.

Verbod op verrichten van diensten door derdeland verzekeraars naar Nederland

Momenteel kunnen derdeland verzekeraars indien zij ingevolge het huidige art. 2:45 Wft aantonen dat zij bevoegd zijn in hun thuisland het verzekeringsbedrijf uit te oefenen en dat zij aan vergelijkbare kapitaalseisen als Nederlandse verzekeraars voldoen via een notificatieprocedure bij DNB in Nederland hun diensten aanbieden. Het Wetsvoorstel beoogt een einde te maken aan deze mogelijkheid door de invoering van een verbod op dienstverrichting door derdeland verzekeraars.

Het Wetsvoorstel voorziet in een wijziging van art. 2:45 lid 1 Wft op grond waarvan het niet langer toegestaan zal zijn voor een derdeland verzekeraar om diensten naar Nederland te verrichten.

Het nieuwe art. 2:45 lid 1 Wft zal als volgt gaan luiden:

Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een staat die geen lidstaat is het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uit te oefenen.

Op grond van het gewijzigde art. 2:46 lid 1 Wft zal een zelfde verbodsbepaling geïntroduceerd worden voor derdeland verzekeraars die door middel van een bijkantoor in een andere EU Lidstaat hun diensten naar Nederland verrichten.

Het nieuwe art. 2:46 lid 1 Wft zal als volgt gaan luiden:

Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uit te oefenen.

Derdeland verzekeraars die momenteel hun diensten naar Nederland verrichten, al dan niet via een in een EU Lidstaat gelegen bijkantoor, kunnen er voor kiezen om hun activiteiten voor wat betreft de Nederlandse markt te staken, hun portefeuille over te dragen dan wel een vergunning aan te vragen bij DNB.

Herverzekeraars

Het met het Wetsvoorstel geïntroduceerde verbod heeft geen betrekking op het verrichten van diensten in het herverzekeringsbedrijf naar Nederland door derdeland verzekeraars. Ten aanzien van herverzekeraars blijven de thans geldende vereisten van toepassing, zo mogen herverzekeraars enkel het herverzekeringsbedrijf uitoefenen met betrekking tot de risico’s van de branche waarvoor zij een vergunning hebben.

Derdeland verzekeraars die tevens het bedrijf van herverzekeraar uitoefen en die diensten verrichten naar Nederland mogen in de toekomst enkel nog dergelijke activiteiten verrichten indien zij DNB hiervan in kennis stellen en aantonen dat voldaan wordt aan het bepaalde in:

  • art. 3:24 Wft met betrekking tot de rechtspersoonlijkheid, de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar en de uitoefening van due bevoegdheid in de staat van zijn zetel;
  • artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, Wft met betrekking tot de solvabiliteit, met dien verstande dat voor de toepassing van dit onderdeel in dat artikel voor “een verzekeraar met zetel in Nederland” moet worden gelezen “een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is”.

De derdeland verzekeraar dient dit aan te tonen door middel van een door de toezichthoudende instantie van de staat waar hij zijn zetel heeft afgegeven verklaring waaruit dit blijkt.

Het Wetsvoorstel voorziet in een soortgelijke bepaling ten behoeve van derdeland verzekeraars die vanuit een bijkantoor in een andere EU Lidstaat diensten als herverzekeraar naar Nederland verrichten. Dit zal vastgelegd worden in het nieuwe art. 2:46 lid 2 Wft.

Voor wat betreft het verrichten van diensten in het herverzekeringsbedrijf door verzekeraars met beperkte risico-omvang met een zetel buiten de EU wordt voorgesteld om dergelijke dienstverlening niet langer toe te staan.

Tot slot wordt voorgesteld om in Afdeling 2.2.2A Wft (uitoefenen van bedrijf van herverzekeraar) een specifieke verwijzing naar de Vrijstellingsregeling Wft op te nemen. Op die wijze blijft er ruimte om bijvoorbeeld bilaterale overeenkomsten tussen Nederland en niet EU Landen ten aanzien van het verrichten van diensten als herverzekeraar te implementeren.

Overgangstermijn

Het Wetsvoorstel bevat een overgangstermijn van 2 jaar die zal gelden voor derdeland verzekeraars die op het moment van invoering van de voorgestelde wijzigingen diensten verrichten naar Nederland.

Indien u naar aanleiding van dit artikel vragen en of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met het Banking & Finance team van Ploum (Matthijs Bolkenstein: m.bolkenstein@ploum.nl of +31 6 46630866 of Lucas Lustermans: l.lustermans@ploum.nl of +31 6 19850096).

[1] Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009 L 335)