• Nieuws

Kredietverzekeringen voor de bouw- en vastgoedbranche in coronatijden

19 juni 2020
Bouw en Vastgoed - Corona (COVID-19) Helpdesk

De Covid-19 pandemie heeft gevolgen voor vele aspecten van onze economie, en dus ook voor bouw- en vastgoedprojecten. Toch lijkt de markt tot dusver nog niet heel veel last te hebben van de virusuitbraak. Daar waar wel onzekerheid ontstaat over bouwprojecten zou gedacht kunnen worden aan een kredietverzekering, zeker nu de Nederlandse overheid een garantie van 12 miljard heeft afgegeven ten behoeve van de dekking onder kredietverzekeringen.

In zijn algemeenheid is een kredietverzekering een schadeverzekering die tot doel heeft dekking te bieden tegen het risico van wanbetaling door een debiteur van de verzekeringnemer. De verzekering dekt enerzijds het risico dat de afgesproken prijs niet wordt betaald nadat het werk is uitgevoerd, respectievelijk de diensten of goederen zijn geleverd, en anderzijds het risico dat uitgaven en kosten onbetaald blijven wanneer uitvoering van of levering krachtens de verzekerde overeenkomst nog niet zijn voltooid.
Indien de debiteur niet betaalt, gaat een wachttermijn in alvorens de kredietverzekeraar in actie komt. Gedurende die wachttermijn wordt van de verzekeringnemer verwacht dat hij zelf nog probeert de factuur te incasseren. Heeft de debiteur na ommekomst van de wachttermijn nog steeds niet betaald, dan neemt in de regel de kredietverzekeraar de incasso over. Indien de incasso niet succesvol is omdat de debiteur insolvent of failliet is, dan keert de kredietverzekeraar een overeengekomen dekkingspercentage van het factuurbedrag uit tot maximaal de hoogte van de afgegeven kredietlimiet.

Voor aannemers die betrokken zijn bij een bouwproject kan een dergelijke kredietverzekering eveneens een meerwaarde hebben. De aannemer kan door het sluiten van een kredietverzekering het risico afdekken dat de opdrachtgever door bijvoorbeeld insolventie de resterende gedeeltes van de aanneemsom niet meer betaalt. Maar er zijn ook omstandigheden denkbaar waarbij een aannemer een risico loopt voordat hij zijn werk heeft opgeleverd. Zo komt het regelmatig voor dat een aannemer grondstoffen voor een specifiek project, zoals staal, in één keer inkoopt. Indien echter het project geen doorgang vindt of halverwege wordt beëindigd, loopt de aannemer niet (alleen) het risico dat hij voor zijn werk niet meer betaald krijgt, maar lijdt hij met name schade omdat hij met materiaal blijft zitten dat hij niet meer kan gebruiken, of dat inmiddels een lagere waarde vertegenwoordigt.

De kredietverzekering dekt in dat geval enerzijds het risico dat de afgesproken prijs niet wordt betaald nadat het werk is uitgevoerd, respectievelijk de diensten of goederen zijn geleverd, en anderzijds het risico dat uitgaven en kosten onbetaald blijven wanneer uitvoering van of levering krachtens de verzekerde overeenkomst nog niet zijn voltooid. Het eerste wordt aangeduid als “kredietrisico”, het tweede als “fabricatierisico”. Er is sprake van een min of meer naadloze overgang tussen fabricatierisico en kredietrisico: kosten die de ondernemer met het oog op de uitvoering van de overeenkomst maakt vormen fabricatierisico zolang hij ze niet, als onderdeel van de prijs van uitgevoerd werk of geleverde goederen of diensten, aan zijn afnemer in rekening heeft gebracht of heeft kunnen brengen. In het algemeen vindt deze naadloze overgang plaats op het moment waarop werk, goederen of diensten juridisch geleverd worden.

In bouwprojecten, die over het algemeen meerdere jaren beslaan, is van belang dat het fabricatierisico afgedekt kan worden. De Covid-19 pandemie treft echter ook de verzekeringsbranche. Er wordt een enorme hoeveelheid claims ingediend onder vele diverse verzekeringen, en vanzelfsprekend staat ook de kredietverzekeringsbranche onder druk. De Nederlandse overheid heeft hier gelukkig oog voor: in april dit jaar werd bekend dat de overheid voor 12 miljard euro aan kredietverzekeringen zou garanderen, als onderdeel van het pakket steunmaatregelen dat de overheid neemt ter ondersteuning van de economie. Staatssecretaris Hans Vijlbrief lichtte toe dat kredietverzekeringen, als ‘smeermiddel’ voor de economie, jaarlijks ruim 200 miljard euro aan leveringen tussen Nederlandse leveranciers en hun afnemers mogelijk maken. Die functie wil de overheid waarborgen.

De garantstelling van 12 miljard euro heeft betrekking op de eerste laag van het totaalbedrag (ongeveer 110 miljard euro) dat kredietverzekeraars in Nederland verzekerd hebben. Daarbij geldt de garantie voor alle kredieten, dus ook bouwgerelateerde kredietverzekeringen.

De markt heeft verheugd op deze maatregel gereageerd. De garantie geeft vertrouwen dat verplichtingen op langere termijn kunnen worden aangegaan. Voor bouwprojecten, die over het algemeen meerdere jaren beslaan, geldt met name dat dit vertrouwen van belang is. Hoewel de bouw tot dusver gewoon door lijkt te gaan, ligt in de lijn der verwachting dat bouwprojecten wel vertraging gaan oplopen. Dat zal deels liggen aan een afwachtender markt, deels aan toeleveringsproblemen. De markt lijkt uit te gaan van een krimp van 4-6% (welke krimp overigens niet alleen door Covid-19 veroorzaakt wordt, maar ook het gevolg is van beleidsmaatregelen rondom stikstof en PFAS). Verschillende marktpartijen zullen dit wel voelen en wellicht zal dit zichtbaar worden in hun betalingsgedrag (dat in de bouw- en vastgoedwereld toch niet als zeer gedisciplineerd bekend staat). Het is in dat licht toch een soort geruststelling dat de betrokken kredietverzekeraars niet onmiddellijk in betalingsproblemen geraken wanneer een beroep gedaan moet worden op de kredietverzekering.

Meer informatie

Print dit artikel