• Nieuws

Hoe zit het met de bewijslast bij een onderling afgestemde feitelijke gedraging?

09 februari 2016
Mededinging

De hoogste bestuursrechter van Litouwen vroeg zich dit af in onderstaande zaak en heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan het Hof. Het Hof deed op 21 januari 2016 uitspraak.

Bespreking van de zaak C-74/14

De mededingingsautoriteit van Litouwen is van mening dat reisbureaus onderling de kortingen op reizen via een gemeenschappelijk geautoriseerd boekingssysteem op elkaar hebben afgestemd. De beheerder van dit boekingssysteem heeft namelijk een mededeling verzonden aan alle deelnemende bureaus over de verlaging van internetkortingen. Bij het onderzoek van de mededingingsautoriteit is vastgesteld dat de betrokken reisbureaus weliswaar niet werden verhinderd hun klanten extra kortingen te geven, maar dat zij dergelijke – extra – kortingen enkel konden geven indien zij aanvullende technische formaliteiten vervulden.

Beboete reisbureaus

De mededingingsautoriteit heeft de reisbureaus beboet aan wie deze mededeling is verzonden, wegens een overtreding van het kartelverbod. Tot de beboete reisbureaus horen ook de bureaus die betogen niet op de hoogte te zijn geweest van deze mededeling, bureaus die het toegepaste kortingspercentage niet hebben gewijzigd en bureaus die in de betrokken periode geen reizen via het boekingssysteem hebben verkocht. De Litouwse rechter vraagt zich daarom af of er toereikende criteria zijn aan de hand waarvan kan worden aangetoond dat de betrokken reisbureaus aan een horizontale onderling afgestemde feitelijke gedraging hebben deelgenomen, zoals is bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU.

Prejudiciële vragen

Kan de loutere verzending van een mededeling over een beperking van het kortingspercentage door een derde aan concurrerende ondernemingen voldoende bewijs vormen voor de vaststelling van een vermoeden dat de ondernemingen (reisbureaus), die aan het boekingssysteem deelnamen, van die beperking op de hoogte waren of noodzakelijkerwijs moesten zijn? Wanneer dit niet het geval zou zijn, welke factoren moeten dan in aanmerking worden genomen om te bepalen of de ondernemingen hun gedragingen onderling hebben afgestemd in de zin van artikel 101 lid 1 VWEU?

Vermoeden van onschuld

Het Hof benoemt het belang van het vermoeden van onschuld, maar het Hof stelt duidelijk dat de Litouwse rechters kunnen oordelen dat de loutere verzending van een dergelijke mededeling en andere objectieve en onderling overeenstemmende verwijzingen meebrengen dat de ondernemingen op de hoogte waren van die mededelingen. Natuurlijk hebben de ondernemingen dan de mogelijkheid om dat vermoeden te weerleggen door bijvoorbeeld aan te tonen dat zij de mededeling niet hebben ontvangen. Ook kan een onderneming het vermoeden van zijn deelname aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging weerleggen door aan te tonen dat zij zich publiekelijk heeft gedistantieerd van die gedraging (of dat die gedraging is aangegeven bij de administratieve entiteiten). Het Hof verwijst in dit kader naar de T-mobile zaak.

Advies of bijstand nodig?

Deze zaak toont maar weer eens aan dat ondernemingen zeer alert dienen te zijn indien er mededelingen worden ontvangen van een derde die betrekking hebben op het eigen handelen en het handelen van concurrenten op de markt. Hoewel wordt bevestigd door het Hof dat ondernemingen te allen tijde de mogelijkheid hebben om het vermoeden van deelname aan een onderling afgestemde feitelijke gedraging te weerleggen, is het van belang alert te reageren en zich te distantiëren en – zoals in deze Litouwse zaak – na te gaan of het vermoeden van causaal verband tussen de afstemming en het marktgedrag kan worden ontzenuwd. In deze zaak gebeurde dat door aan te tonen dat systematisch een korting was toegepast die de betrokken bovengrens overschreed. Ploum is graag bereid ondernemers in voorkomende gevallen te assisteren en na te gaan of sprake is van objectieve en onderling overeenstemmende aanwijzingen waaruit blijkt dat is ingestemd met een mededinging verstorende handeling.

Meer informatie

Michel Jacobs

M +31 6 2248 1779
E m.jacobs@ploum.nl

Print dit artikel