• Nieuws

Hoe het kabinet kan bepalen dat overtreding van de “anti-corona-maatregelen” tot boetes en dwangsommen leidt

31 maart 2020
Strafrecht, economisch strafrecht en milieustrafrecht - Handhaving en sancties - Corona (COVID-19) juridische Helpdesk

In crisistijd moeten overheden snel kunnen handelen om de openbare orde en veiligheid te bewaken. Dat leidt ertoe dat regels in zeer korte tijd worden opgesteld. Dit geldt ook voor de maatregelen die op 26 maart 2020 werden aangekondigd om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

Boetes

Schending van de door het kabinet getroffen maatregelen zou tot boetes leiden, zo hoorden we vorige week. Dit geldt voor het niet-inachtnemen van een afstand van 1,5 meter tot elkaar, maar onder andere ook voor het openhouden van horeca en sportgelegenheden en voor het uitoefenen van contactberoepen etc. etc.

Normaal gesproken wordt bij wet bepaald wat strafbaar is en wat niet. Dergelijke wetgeving komt tot stand na een zorgvuldig proces. Maar daar is in crisistijd nu juist geen tijd voor. Hoe werkt dit? Een voorbeeld aan de hand van de situatie in Rotterdam-Rijnmond.

De Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio’s en de Gemeentewet

De Minister heeft op basis van de Wet publieke gezondheid (art. 7) de bevoegdheid om de voorzitters van de Veiligheidsregio’s de opdracht te geven om de maatregelen waartoe het kabinet heeft besloten te effectueren. Er moet dan wel – kortgezegd – sprake zijn van een epidemie van een infectieziekte of een directe dreiging daarvan.

Rotterdam valt binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). De voorzitter van de VRR, burgemeester Aboutaleb, heeft op basis van een dergelijke opdracht een Noodverordening vastgesteld. Daarover hieronder meer.

De bevoegdheid om dit te doen ontleent de voorzitter van de VRR aan de Gemeentewet (artt. 175 e.v.) en aan de Wet veiligheidsregio’s. Uit de Gemeentewet volgt dat de burgemeester in geval van “oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, danwel ernstige vrees voor het ontstaan ervan” alle bevelen kan geven die hij nodig acht. Ook kan hij “algemeen verbindende voorschriften geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn”.

In de Wet veiligheidsregio’s (art. 39) wordt hierop voortgeborduurd: daarin staat dat de voorzitter van de veiligheidsregio aan (onder andere) de bevoegdheden die de Gemeentewet noemt uitvoering kan geven. Er moet dan wel sprake zijn van een ramp of een crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of er moet sprake zijn van ernstige vrees voor het ontstaan ervan.

Hierbij kan zelfs van andere wettelijke voorschriften worden afgeweken. Maar niet van de Grondwet.

Noodverordeningen

In de VRR heeft de voorzitter (burgemeester Aboutaleb van Rotterdam) op basis van deze bepalingen, én op basis van specifieke aanwijzingen van de diverse betrokken Ministers, zogenaamde noodverordeningen opgesteld. Voor die noodverordeningen was al een algemeen model gemaakt dat te vinden is op www.veiligheidsberaad.nl.

De belangrijkste noodverordening van burgemeester Aboutaleb dateert van 27 maart 2020. Daarin staan de meest recente maatregelen die al uitgebreid in het nieuws kwamen; onder andere de hierboven genoemde. Bovendien vervangt deze noodverordening de eerdere noodverordening.

Ook vermeldt deze noodverordening dat overtreding van de regels leidt tot overtreding van artikel 443 Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast kan de voorzitter van de Veiligheidsregio, burgemeester Aboutaleb dus in dit geval, een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom opleggen. De bevoegdheid om dat laatste te doen is volgens de noodverordening gebaseerd op artikel 125 Gemeentewet en artikel 39 Wet veiligheidsregio’s.  Dit is in die zin opvallend dat de Wet veiligheidsregio’s niet refereert aan artikel 125 Gemeentewet. Met andere woorden: dat wat de burgemeester kan op grond van dat artikel in de Gemeentewet, kan de voorzitter van de Veiligheidsregio niet. Wel kan Aboutaleb als burgemeester artikel 125 Gemeentewet toepassen, net zoals een andere burgemeester dat kan.

Toezicht op de naleving

Daarnaast bepaalt de noodverordening dat het toezicht op de naleving van de verordening ligt bij – simpel gezegd – politieambtenaren en buitengewoon opsporingsambtenaren, alsmede bij door de voorzitter aangewezen toezichthouders én bij militairen van de marechaussee. Hun aanwijzingen en bevelen – voor zover die strekken ter uitvoering van de noodverordening – moeten stipt en onmiddellijk worden nagekomen.

Kortom: wie zich niet houdt aan de bepalingen van de noodverordening, overtreedt artikel 443 Wetboek van Strafrecht; dit kan worden geconstateerd door de hierboven genoemde personen.

Artikel 443 Wetboek van Strafrecht

Wat staat er dan in artikel 443 Wetboek van Strafrecht? Dat artikel is kort en – in dit verband – herkenbaar: hij die een algemeen voorschrift van politie, krachtens de Gemeentewet in buitengewone omstandigheden door de burgemeester, de voorzitter van de veiligheidsregio of de commissaris van de Koning in de provincie uitgevaardigd en afgekondigd, overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Over de wijze van handhaving is weinig gezegd, behalve “wie overtreedt krijgt een boete van 400 euro, en bedrijven krijgen een boete van 4000 euro”. Op de site van de politie is te zien dat men voornemens is om zelf boetes uit te gaan schrijven wanneer een overtreding wordt geconstateerd. Lik op stuk dus. Wie de boete niet betaalt, zal uiteindelijk voor de rechter moeten komen.

Artikel 443 Wetboek van Strafrecht bestond natuurlijk al vóórdat de coronacrisis uitbrak; dit geldt ook voor de artikelen in de Gemeentewet en in de Wet veiligheidsregio’s. De genoemde wetten maken het mogelijk dat personen of bedrijven, die zich niet aan de noodverordening houden, met het strafrecht te maken krijgen.

Artikel 184 Wetboek van Strafrecht

Wie zich niet houdt aan de aanwijzingen van de politie en andere toezichthouders riskeert een andere straf. Dat levert overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht op. Dit wordt als een ernstiger vergrijp gezien. Schending van artikel 443 geldt als “overtreding” terwijl schending van artikel 184 een misdrijf is. De overtreder kan dan bijvoorbeeld op heterdaad worden aangehouden – door eenieder overigens.

Handhaving op basis van het bestuursrecht

Bestuursrechtelijk kan, zoals gezegd, door het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgetreden. Het doel is dan met name om de overtreding van de noodverordening te herstellen. Een last onder dwangsom verplicht de overtreder om dit zelf te doen; doet hij dit niet, dan verbeurt hij een dwangsom. Bij een last onder bestuursdwang komt het bevoegd gezag in actie om de gevolgen van de overtreding te herstellen. Maar de kosten zijn voor de overtreder.

Het is goed dat de noodverordening er is. Uit diverse nieuwsberichten blijkt dat er op meerdere plaatsen, bijvoorbeeld in Den Haag en in Brabant, al boetes zijn opgelegd.

Het is te hopen dat het aantal boetes en lasten beperkt kan blijven. Met name het strafrechtelijk systeem was al zwaar belast vóór de coronacrisis. Dat zal vermoedelijk niet snel verbeteren.

Meer informatie

Print dit artikel