• Nieuws

Herziening van de Warmtewet; het ijzer smeden als het heet is

12 september 2016
Energie

De Warmtewet beschermt gebonden kleinverbruikers (zoals consumenten en kleine bedrijven) tegen het door een warmteleverancier in rekening brengen van (te) hoge tarieven en het hanteren van onredelijke voorwaarden voor de levering van warmte. Hoewel het nobele doel achter de Warmtewet door menigeen wordt erkend, bestaat er in de praktijk veel kritiek op de uitgangspunten van de wet. Zo lijken verbruikers (nog) niet het vertrouwen te hebben in collectieve warmtelevering als alternatief van aardgas en signaleren diverse (markt)partijen die met de Warmtewet te maken hebben allerlei knelpunten in de huidige wet- en regelgeving.

Naar aanleiding van de (kritische) bevindingen uit de vervroegde evaluatie van de Warmtewet werd onlangs een voorstel tot herziening van de Warmtewet ter consultatie gepubliceerd. Het voorstel tot herziening (‘het voorstel’) behelst kort gezegd een verbetering en verduidelijking van de huidige Warmtewet voor warmteleveranciers en verbruikers. Het kabinet hoopt hiermee in de praktijk ervaren knelpunten weg te nemen om zo een betere werking van de warmtemarkt te realiseren. Tevens wordt beoogd om de regelgeving beter te laten aansluiten op toekomstige ontwikkelingen in het kader van de energietransitie.

In het huidige voorstel wordt een aantal wijzigingen voorgesteld. Kortheidshalve zullen hier enkele key highlights de revue passeren:

Wijziging van de reikwijdte Warmtewet

  • In het voorstel worden van de reikwijdte van de Warmtewet uitgezonderd:
    1.       VvE’s en coöperatieve verenigingen, indien de verbruiker aan wie warmte wordt geleverd als lid is aangesloten bij een VvE of coöperatieve vereniging (en bevoegd is om deel te nemen aan de besluitvorming);
    2.       verhuurders, indien de warmtelevering onderdeel is van de huurovereenkomst.

De bepalingen aangaande meetverplichtingen (art. 8 en 8a Warmtewet) blijven wel voor deze groepen gelden.

  • In het voorstel worden VVE’s en verhuurders met een aansluiting van meer dan 100 kW, die warmte doorleveren aan hun leden respectievelijk huurder met een aansluiting van minder dan 100 kW, onder de reikwijdte van de Warmtewet gebracht (en genieten daarmee indirect bescherming van de maximumprijs).
  • De nieuwe definitie van “warmte” verduidelijkt dat de Warmtewet betrekking heeft op de levering van water met als doel ruimteverwarming of de verwarming van tapwater. Het betreft water van allerlei temperatuurniveaus.

De levering van koude zal slechts onder de reikwijdte van de Warmtewet gaan vallen, indien de levering van koude noodzakelijk is om een systeem voor warmtelevering goed te laten functioneren alsmede onlosmakelijk is verbonden met de levering van warmte. Dit geldt bijvoorbeeld voor Warmte Koude Opslag systemen (WKO’s). In deze gevallen zullen aparte maximumtarieven gaan gelden.

Wijziging tariefregulering

De kosten die een warmteleverancier voor de levering van warmte aan een kleinverbruiker in rekening mag brengen, zijn gemaximeerd tot de door de ACM op basis van de wet vast te stellen maximumprijs. Deze maximumprijs is gebaseerd op de gasreferentie op basis van het NMDA-principe, hetgeen kort gezegd inhoudt dat de prijs die een kleinverbruiker van warmte betaalt niet meer is dan de prijs die hij betaald zou hebben ingeval van een gasaansluiting om in zijn warmtebehoefte te voorzien. In de praktijk zien verbruikers en warmteleveranciers echter allerlei nadelen kleven aan de huidige uitwerking van het NMDA-tarief alsmede aan een tariefregulering op basis van het NMDA-principe.

In het voorstel wordt voor wat betreft de leveringscomponent van warmte vooralsnog de gasreferentie als referentiepunt gehandhaafd, maar de calculatiewijze van de maximumprijs wordt verbeterd. In de wettelijke tariefregulering wordt verder een drietal nieuwe elementen geïntroduceerd, waarbij de maximumtarieven zullen worden gebaseerd op de werkelijke kosten (niet op een gasreferentie):

  • Eenmalige aansluitbijdrage
    Deze bijdrage zal gelden voor iedere (nieuwe) aansluiting op een nieuw of bestaand net. Tariefdifferentiatie voor aansluitingen zal alleen mogelijk zijn bij aansluitingen boven 100 kW.
  • Afsluitbijdrage
    Voor het vaststellen van de maximumprijs van de afsluitbijdrage wordt als maatstaf de (gemiddelde) werkelijke kosten bij de fysieke afsluiting voorgesteld. De berekening van deze bijdrage zal worden uitgewerkt in lagere regelgeving. Overigens mag de leverancier los daarvan op basis van de leveringsovereenkomst een risicobijdrage in rekening brengen in verband met beëindiging van de leveringsovereenkomst (bijvoorbeeld ingeval van contracten van een bepaalde duur).
  • Tarieven voor het beschikbaar stellen van afleversets
    Nu mag een warmteleverancier voor het beschikbaar stellen van een afleverset (installatie die zorgt voor warmteoverdracht tussen het warmtenet en de binneninstallatie van een verbruiker of een inpandig warmtenet) de redelijke kosten daarvan in rekening brengen. In het voorstel wordt daarentegen voor het vaststellen van de maximumprijs voor een afleverset uitgegaan van de (gemiddelde) werkelijke kosten. Verschillende prijzen kunnen worden vastgesteld voor verschillende afleversets (naar gelang functionaliteit).

Variatie in leveringstarieven

De huidige wet beperkt – door de maximumprijs en het non-discriminatie artikel dat voorkomt dat op basis van ongerechtvaardigde gronden onderscheid wordt gemaakt (art. 2 lid 4) – de mogelijkheid tot tariefdifferentie, wat door warmteleveranciers als belemmerend worden ervaren. Blijkens het voorstel wordt mogelijk dat leveranciers -naast en in afwijking van het wettelijke maximumtarief – verschillende leveringstarieven aan verbruikers kunnen aanbieden, mits de verbruiker daar vrijwillig en op basis van volledige transparantie voor kiest. Kortom: de warmteleverancier zal de verbruiker goed moeten informeren omtrent de gevolgen van diens keuze voor het afwijkende tarief en of de maximumprijs al dan niet een betere keuze is.

Doorberekening warmtekostenverdelers en toevoeging correctiefactoren

Kosten voor warmtekostenverdelers (ten behoeve van de verdeling van de kosten van warmteverbruik, bijvoorbeeld bij blokverwarming) kunnen blijkens het voorstel worden doorberekend aan verbruikers. Hierdoor tracht men te voorkomen dat warmteleveranciers kiezen voor een kostenverdeelsystematiek voor warmtekosten-verdelers; het voornaamste bezwaar hiertegen is namelijk dat bij een kostenverdeelsystematiek verbruikers geen inzicht hebben in hun individueel verbruik.

De huidige Warmtewet voorziet niet in de mogelijkheid om individueel warmtegebruik te corrigeren. Het voorstel bevat de mogelijkheid voor leveranciers om bij bestaande bouw (bestaande uit meerdere woon- en/of bedrijfsruimten) het individueel warmtegebruik aan de hand van correctiefactoren (op basis van de ligging van de woning in een gebouw en de leidingverliezen voor transportleidingen) te kunnen corrigeren. Omtrent de vaststelling van de correctiefactoren door de leverancier zullen in lagere regelgeving nadere regels worden gesteld.

Verantwoordelijkheid voor inpandige warmtenetten

In de praktijk wordt als knelpunt gesignaleerd dat een externe warmteleverancier geen onderhoud kan verrichten aan een inpandig warmtenet waar hij geen eigenaar van is, maar op grond van de Warmtewet wel verantwoordelijk is voor de levering van warmte en het uitkeren van een storingscompensatie bij een onderbreking daarvan. Om die reden wordt in het voorstel de gebouweigenaar, die eigenaar is van een inpandig warmtenet dat wordt gebruikt voor de levering van warmte, verantwoordelijk gesteld voor het onderhoud van het inpandige warmtenet (tenzij de leverancier en de gebouweigenaar hier andere afspraken over maken). Ingeval van een storing blijft de leverancier in principe verantwoordelijk voor betaling van storingscompensatie aan de verbruiker, maar indien de storing zich voordoet in het inpandige warmtenet van de gebouweigenaar zal de leverancier de kosten van de storingscompensatie kunnen verhalen op de gebouweigenaar (tenzij er andere afspraken gelden tussen de warmteleverancier en de gebouweigenaar). Zo komt de financiële prikkel om de storing zo snel mogelijk te verhelpen alsnog op de juiste plek terecht.

Veiligheid

In het voorstel is in het kader van de veiligheid een verplichting opgenomen voor de leverancier om in de leveringsovereenkomst bepaalde eisen op te nemen waaraan de binneninstallatie zal moeten voldoen. De eigenaar van de binneninstallatie is vervolgens verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de binneninstallatie daaraan voldoet.

Aanpassing storingscompensatie

Evenals de Elektriciteitswet en de Gaswet, kent ook de Warmtewet een storingscompensatieregeling, op basis waarvan ingeval van een ernstige storing in het net een vergoeding aan verbruikers wordt betaald. Volgens warmteleveranciers pakt deze compensatieregeling echter slechter voor hen uit dan voor gasnetbeheerders. Gelet daarop, wordt het aantal gevallen waarin een verplichting tot compensatie bestaat teruggebracht tot die situaties, waarin de oorzaak van de storing is gelegen in het warmtenet van de leverancier of de (warmte)netbeheerder.

De compensatieverplichting geldt niet wanneer:

  • de storing niet langer duurt dan acht uur;
  • de oorzaak van de storing niet in hun warmtenet is gelegen;
  • de storing het gevolg is van overmacht (aansluiting art. 6:75 BW); of
  • de storing minder dan 24 uur duurt en zich in het voorgaande jaar geen storingen hebben voorgedaan in het warmtenet.

Gehandhaafd blijft dat de warmteleverancier of de (warmte)netbeheerder het aanspreekpunt is voor de verbruiker ingeval van een storing en tevens verantwoordelijk is voor de uitkering van de storingscompensatie.

Derdentoegang voor warmtenetten

Ook de warmteleverancier dan wel de (warmte)netbeheerder zal met derdentoegang te maken krijgen. In het voorstel wordt namelijk onderhandelde toegang voor producenten geïntroduceerd. De warmteleverancier en de (warmte)netbeheerder zullen dus moeten onderhandelen met geïnteresseerde producenten over nettoegang ten behoeve van het transport van warmte. Zij zullen op verzoek van een producent bepaalde netwerkeigenschappen moeten overleggen. Nadere eisen in dit kader zullen in onderliggende regelgeving worden uitgewerkt. Het voorstel voorziet niet in derdentoegang voor leveranciers.

Laatste stand van zaken

Inmiddels is de consultatietermijn voor het voorstel verstreken en hebben diverse (markt)partijen en belangenorganisaties gereageerd op het voorstel. De inhoud van het definitieve voorstel kan dus nog afwijken van de huidige inhoud van het voorstel.

Voor partijen die te maken hebben met de Warmtewet blijft van groot belang om betrokken te blijven bij het wetgevingsproces onder meer door andere in de praktijk ervaren knelpunten of onduidelijkheden aan te kaarten en mee te denken aan oplossingen. Immers, men moet het ijzer smeden als het heet is!

Wilt u meer weten?

Mocht u vragen hebben over wat de huidige Warmtewet concreet voor u betekent als warmteleverancier, gebouweigenaar of verbruiker, of wilt u meer informatie over het herzieningsvoorstel, neem dan contact op met het Team Energie. Onze specialisten helpen u graag!