• Nieuws

WWZ uitspraken: het concurrentiebeding (update)

03 oktober 2016
Arbeidsrecht - Ploum over Arbeid

Op onze website verscheen eerder een artikel over de nieuwe motiveringsplicht van concurrentiebedingen in tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Uit de toen besproken uitspraken volgt dat de motivering van een concurrentiebeding heel specifiek moet zijn.

Hierbij een update van recent verschenen uitspraken:

Hoe zat het ook alweer?

Per 1 januari 2015 is een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd slechts toegestaan als een werkgever schriftelijk motiveert dat het beding noodzakelijk is vanwege een ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’. Zonder deugdelijke motivering in de arbeidsovereenkomst is het concurrentiebeding ongeldig. Mocht het concurrentiebeding geen motivering bevatten, oordeelt de rechter dat het concurrentiebeding altijd nietig is.

Toetsing motivering

Indien het concurrentiebeding wel een motivering bevat, wordt aan de formele vereisten voldaan en neemt de rechter de verschafte motivering nader onder de loep:

Rechtbank Gelderland

De rechtbank Gelderland diende zich over een concurrentiebeding tussen een exploiteer van een zwembad en een zwembadmonteur uit te spreken. Het concurrentiebeding bevatte een opsomming van 6 categorieën ten aanzien waarvan de werkgever aanvoerde dat de werknemer hiervan kennis had en ook dat deze informatie voor het succes van de onderneming van de werkgever bepalend was:

  1. Klantenlijsten
  2. Prijslijsten
  3. Kostprijzen
  4. Leveranciersgegevens
  5. Werkwijzen
  6. Know-how

De motivering oogt vrij algemeen en generiek. Toch achtte de rechter de motivering afdoende: de werknemer had wetenschap van (de prijzen van) diverse producten, de omzet en de bedrijfsresultaten en verrichtte regelmatig onderhoudswerkzaamheden bij de belangrijkste klanten van werkgever. Volgens de rechter was hiermee voldoende onderbouwd waarom de werkgever een belang bij het concurrentiebeding heeft. Het concurrentiebeding bleef in stand, maar de rechter beperkte de duur van het concurrentiebeding wel tot twaalf maanden in plaats van twee jaar.

Rechtbank Midden-Nederland

Hierbij ging het om een werknemer die als ‘Sales Representative’ werkzaam was geweest en een pakketbezorgservice. Het concurrentiebeding vermeldde dat de werknemer toegang had tot essentiële bedrijfsinformatie, contact had met klanten, inzicht verkreeg in de overeenkomsten met de klant en de daaraan ten grondslag liggende bedrijfsstrategie en werkwijze van de werkgever kende. Onder essentiële bedrijfsinformatie verstond de werkgever: gevoerde prijstactieken en prijsstellingen, volumes en andere strategische kennis en benoemde hij een aantal directe concurrenten. Ter zitting voegde hij daaraan toe dat de werknemer ook bij diverse meetings aanwezig was die regelmatig voor het gehele salesteam werden gehouden. Tijdens deze meetings werd het klantenmanagementsysteem van de werkgever uitgebreid besproken. Volgens de rechter was deze motivatie voldoende. Opvallend is wel dat de rechter ook belang hecht aan de latere – tijdens de zitting verschafte – argumenten terwijl de nieuwe motiveringsplicht voorschrijft dat de motivering in de arbeidsovereenkomst zelf vermeld dient te worden.

Rechtbank Noord-Nederland

Het ging hierbij om een intercedent in dienst van een uitzendbureau. Het concurrentiebeding vermeldde dat de werknemer contact onderhield met klanten, relaties, leveranciers en dat hij o.a. inzicht had in de offertes, marges en inkoopprijzen en de nieuw te ontwikkelen producten en diensten.

De rechter vond de opsomming te algemeen en onvoldoende specifiek. Ook was niet duidelijk gemaakt waarom het bedrijfsdebiet van de werkgever wordt aangetast. De werkgever kon het concurrentiebeding hierdoor niet inroepen jegens de werknemer.

Rechtbank Amsterdam

Het ging hierbij om een werknemer in dienst als adviseur bij een bedrijf uit de bouw- en infrasector. De motivering van het concurrentiebeding was als volgt: ‘de door werknemer te bekleden functie van adviseur geeft hem/haar toegang tot belangrijke informatie, daaronder begrepen tarifering en marges, zowel ten aanzien van opdrachtgevers van werkgeefster alsook van werkgeefster zelf.’ De kantonrechter vond deze motivatie onvoldoende toegesneden op de functie van de werknemer en te algemeen. Bovendien was de noodzakelijkheid van het concurrentiebeding onvoldoende onderbouwd.

Advies

Vier van de vijf hiervoor behandelde uitspraken zijn voorlopige oordelen in kort geding. In een bodemprocedure zou de uitspraak wellicht anders uitgevallen zijn.

Toch blijkt hieruit wel dat de motivering een concrete en specifieke omschrijving van de concurrentiegevoelige informatie moet bevatten. Vervolgens dient het bedrijfsbelang uitgebreid toegelicht te worden. Bij het opstellen van een concurrentiebeding heeft het de voorkeur tijdig juridisch advies in te winnen, niet alleen bij tijdelijke arbeidsovereenkomsten maar ook bij een functiewijziging (denk aan een promotie) dient een nieuw concurrentiebeding te worden ondertekend.

Helaas gaat dit in de praktijk nog steeds vaak mis met als gevolg discussies over de geldigheid van het concurrentiebeding.

Meer weten? Neem dan contact op met onze sectie Arbeidsverhoudingen en medezeggenschap.