• Nieuws

Wijzigingsbedingen in hypotheekvoorwaarden: wanneer zijn deze oneerlijk?

11 februari 2020
Banking & Finance - Ondernemingsrecht

In dit artikel behandelen wij het gebruik van wijzigingsbedingen in hypotheekvoorwaarden aan de hand van een op 22 november 2019 door de Hoge Raad gewezen arrest (ECLI:NL:HR:20191830). Het gaat hier om wijzigingsbedingen op grond waarvan de bank het recht heeft om eenzijdig de opslag op het variabele rentepercentage (gelijk aan het 1-maands Euribortarief) te verhogen.

Arrest van de Hoge Raad

In deze zaak komen twee stichtingen op in een collectieve procedure tegen ABN AMRO Bank N.V. (de Bank). De stichtingen betogen dat bepaalde wijzigingsbedingen uit de hypotheekvoorwaarden van de Bank oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG (betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, de Richtlijn). Het gerechtshof Amsterdam heeft dit standpunt gehonoreerd en de wijzigingsbedingen als oneerlijk gekwalificeerd. De Bank is hiertegen in cassatie gekomen.

Juridisch kader

Bij de beoordeling van deze zaak is het volgende juridisch kader van belang. Verder is het van belang dat de leningnemers kwalificeren als consumenten.

Richtlijn
De Richtlijn bepaalt dat een beding als oneerlijk moet worden beschouwd wanneer niet afzonderlijk over dit beding is onderhandeld en het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Verder bepaalt de Richtlijn dat schriftelijke bedingen duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld (het zogenaamde “transparantievereiste”). Het is hierbij van belang dat vóór het sluiten van de overeenkomst de consument duidelijk en begrijpelijk wordt geïnformeerd over de voorwaarden en gevolgen van de bedingen in de overeenkomst.

In de bijlage bij de Richtlijn staat een indicatieve, niet-limitatieve lijst van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Een van de bedingen op deze lijst betreft het beding dat tot doel of gevolg heeft dat de verkoper wordt gemachtigd zonder geldige, in de overeenkomst vermelde reden eenzijdig de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen. Hierop bestaat echter wel een uitzondering voor leveranciers van financiële diensten (zoals banken). Zij mogen namelijk bedingen overeenkomen waarbij zij zich het recht voorbehouden de door of aan de consument te betalen rentevoet of het bedrag van alle andere op de financiële diensten betrekking hebbende lasten bij geldige reden zonder opzegtermijn te wijzigen. Een voorwaarde is hierbij wel dat deze leverancier van financiële diensten verplicht wordt zo spoedig mogelijk zijn wederpartij hiervan in te lichten en dat deze wederpartij vrij is onmiddellijk de overeenkomst op te zeggen.

Nederlandse wetgeving
Hof van Justitie van de Europese Unie (het “HvJEU”) heeft beslist dat nationale rechters moeten onderzoeken of in het licht van de omstandigheden van het specifieke geval een beding moet worden aangemerkt als een oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn. De Nederlandse rechter toets het oneerlijke karakter van een beding ambtshalve aan de open norm van artikel 6:233, aanhef onder a Burgerlijk Wetboek en houdt daarbij rekening met alle relevante omstandigheden van dat geval.

Met betrekking tot de vraag in welke omstandigheden een aanzienlijke verstoring van het evenwicht “in strijd met de goede trouw” wordt veroorzaakt, dient volgens het HvJEU de nationale rechter na te gaan of de verkoper redelijkerwijs ervan kon uitgaan dat de consument het beding zou aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld.

Indien de Nederlandse rechter vaststelt dat het beding kwalificeert als een oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn, dan moet hij het beding vernietigen. Dit is in lijn met de doelstelling van de Richtlijn, namelijk een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in overeenkomsten met consumenten. Het is dus ook niet mogelijk dat de rechter de inhoud van een oneerlijk beding herziet of dat de rechter het niet als oneerlijk kwalificeert omdat het buiten toepassing kan worden gelaten als een beroep op het beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (ex artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek).

Voor de volledigheid merken wij op dat wanneer een bank geen wijzigingsbedingen overeen is gekomen, zij enkel de opslag kan wijzigen met een beroep op uitzonderlijke of onvoorziene omstandigheden (ex artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek).

Oordeel van de Hoge Raad

Een van de klachten van de Bank in cassatie ziet op het feit dat het gerechtshof Amsterdam niet in zijn beoordeling heeft meegewogen dat de leningnemer zijn Euribor-lening gedurende de looptijd vrijwel in alle gevallen zonder kosten mocht omzetten in een andere rentevorm en dat hij zijn lening op ieder moment zonder significante kosten geheel of gedeeltelijk kon aflossen. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond en stelt dat het gerechtshof Amsterdam niet aan dit betoog voorbij had mogen gaan omdat het bij zijn beoordeling alle relevante omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst moest afwegen en had moeten letten op het effect van alle bedingen van de overeenkomst. De Hoge Raad is van mening dat opnieuw moet worden onderzocht of deze specifieke wijzigingsbedingen van de Bank kwalificeren als een oneerlijk beding.

In reactie op een falende klacht van de Bank maakt de Hoge Raad nog een relevante opmerking met betrekking tot de informatievoorziening door de Bank. De Hoge Raad merkt op dat ondanks het feit dat de voor banken geldende gedragsregels destijds niet de algemene verplichting bevatten om informatie te verschaffen over de opbouw van het rentetarief, dit niet betekent dat de Bank die informatie ook niet moest verschaffen voor zover dit nodig was om – conform het transparantievereiste – de leningnemer bij het aangaan van de overeenkomst voldoende voor te lichten.

De stichtingen hebben in cassatie een voorwaardelijk incidenteel beroep ingesteld voor het geval het principale beroep van de Bank zou slagen. De stichtingen zijn van mening dat het gerechtshof Amsterdam heeft miskend dat schending van het transparantievereiste van doorslaggevende betekenis is voor het oordeel of een beding als oneerlijk kwalificeert. De Hoge Raad gaat hier niet in mee en overweegt dat de enkele schending van het transparantievereiste niet van dusdanig doorslaggevende betekenis is dat dit tot gevolg heeft dat een beding oneerlijk is. Verder heeft het gerechtshof Amsterdam niet miskend dat de schending van het transparantievereiste in bepaalde omstandigheden wel een beslissend gezichtspunt kan zijn bij de beoordeling van de oneerlijkheid van een wijzigingsbeding.

Over de vraag of deze specifieke wijzigingsbedingen van de Bank kwalificeren als een oneerlijk beding laat de Hoge Raad zich verder niet uit. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag. Het gerechtshof Den Haag zal zich moeten buigen over de vraag of deze specifieke wijzigingsbedingen daadwerkelijk kwalificeren als een oneerlijk beding. Daarbij dient het gerechtshof Den Haag de klacht van de Bank (betreffende het feit dat de leningnemer zijn Euribor-lening gedurende de looptijd vrijwel in alle gevallen zonder kosten mocht omzetten in een andere rentevorm en dat hij zijn lening op ieder moment zonder significante kosten geheel of gedeeltelijk kon aflossen) mee te wegen.

Gevolgen voor u

Voor beide partijen (dus zowel voor de bank als voor de consument die mogelijk de oneerlijkheid van een wijzigingsbeding wil inroepen) is het dus van belang of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de consument duidelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over de voorwaarden en gevolgen van een wijzigingsbeding in hypotheekvoorwaarden. Hoewel het transparantievereiste van belang is, heeft het geen dusdanig doorslaggevende betekenis bij de beoordeling of een wijzigingsbeding als oneerlijk dient te kwalificeren. Ook alle andere omstandigheden van het geval zijn hierbij van belang.

Mocht u vragen hebben over wijzigingsbedingen in hypotheekvoorwaarden of over de gevolgen van dit arrest van de Hoge Raad voor u, dan kunt u contact opnemen met team Banking & Finance.