• Nieuws

Werknemers testen op gebruik van alcohol en/of drugs

24 mei 2019
Arbeidsrecht - IT & privacy - Privacy

In de praktijk is er bij veel werkgevers behoefte om werknemers te kunnen testen op alcohol- en/of drugsgebruik. Zeker in bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen of werknemers functies vervullen waarin het gebruik van dergelijke middelen een gevaar voor anderen of zichzelf oplevert, is deze behoefte groot. Alhoewel vanuit veiligheidsoogpunt de behoefte aan dergelijke testen begrijpelijk is, staat deze op gespannen voet met de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg).

Verbod op verwerking van gezondheidsgegevens

De uitkomsten van alcohol- en/of drugstesten zijn gezondheidsgegevens. In een eerder artikel over de vuistregel ‘hoe privacygevoeliger de informatie, des te minder er mag’, hebben wij reeds uiteen gezet dat gezondheidsgegevens bijzondere gegevens zijn. Het verwerken van gezondheidsgegevens is in beginsel verboden, tenzij er sprake is van een uitzondering.

Toestemming

Een uitzondering is dat bijzondere gegevens verwerkt mogen worden met toestemming van de betrokkene. Het geven van toestemming voor deze controles vormt in de relatie tussen werkgever en werknemer echter geen rechtvaardiging, omdat er tussen werknemers en werkgevers sprake is van afhankelijkheid. Toestemming wordt door een werknemer nooit geacht in volledige vrijheid te zijn gegeven, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens.

Re-integratie/loondoorbetaling tijdens ziekte

In een arbeidsrelatie is het verwerken van gezondheidsgegevens verder toegestaan, indien de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de re-integratie of begeleiding van werknemers in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dit betreft hoofdzakelijk de gezondheidsgegevens die de werkgever uit de adviezen van de bedrijfsarts haalt. Deze gegevens zijn nodig om het recht loondoorbetaling tijdens ziekte vast te stellen en afspraken te maken in het kader van de re-integratie. Deze uitzondering gaat bij de controle op alcohol- en/of drugsgebruik niet op.

Zwaarwegend algemeen belang

Een andere mogelijke uitzondering op de hoofdregel zou kunnen worden gelezen in artikel 9 lid 2 sub g Avg, te weten het hebben van een zwaarwegend belang. Het moet dan wel gaan om een zwaarwegend algemeen belang op grond van Unierecht of lidstatelijk recht. Op basis van deze grond hebben bedrijven uit de Rotterdamse haven gezamenlijk een gedragscode voor controles op alcohol-, drugs- en medicijngebruik ter voorafgaande raadpleging aan de Autoriteit Persoonsgegevens voorgelegd. Volgens de havenbedrijven is sprake van een zwaarwegend algemeen belang op grond van het Unierecht en het Nederlands recht. Hieruit volgen meerdere rechtsbronnen op grond waarvan een algemeen belang aanwezig is voor dergelijke controles. De havenbedrijven refereerden hierbij naar onder meer de Arbeidsomstandighedenwet en het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 2015.

Standpunt Autoriteit Persoonsgegevens

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens volgt uit deze wetten wel de zorg voor veiligheid en gezondheid in het algemeen, maar staan deze wetten niet expliciet de verwerking van gezondheidsgegevens toe. Voor sommige risicovolle functies, zoals bijvoorbeeld piloten en schippers, is wel expliciet in de wet geregeld dat testen op alcohol en drugs is toegestaan. Het slechts in het algemeen moeten voldoen aan de algemene wettelijke verplichtingen ten behoeve van de zorg voor veiligheid en gezondheid is niet voldoende om te stellen dat de verwerking van gezondheidsgegevens in het kader van controles op alcohol, drugs of geneesmiddelen bij wet is bepaald. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft dan ook geoordeeld dat de aangevoerde wetten geen rechtsbasis bieden om de voorgenomen verwerking van gezondheidsgegevens plaats te laten vinden.

Het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens is in lijn met het nieuwsbericht van de Autoriteit Persoonsgegevens over dit onderwerp van 15 maart 2019.

Hoe nu verder?

In het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens aan de havenbedrijven staat dat kan worden onderzocht of er sprake is van de wens en noodzakelijkheid om het door de wetgever geschapen gesloten systeem rondom het uitvoeren van controles op alcohol en drugs, te verruimen. Wat de Autoriteit Persoonsgegevens betreft ligt de bal dus bij de wetgever. Zolang de wetgever de bevoegdheid voor werkgever om dergelijke tests uit te voeren niet verruimd, staat de Autoriteit Persoonsgegevens deze verwerking van persoonsgegevens – in de meeste gevallen – niet toe. De hoogste tijd dus om Den Haag ervan te overtuigen dat in bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen of werknemers functies vervullen waarin het gebruik van alcohol of drugs een gevaar voor anderen of zichzelf oplevert, de controlebevoegdheid van werkgevers moet worden verruimd. Mits de nodige waarborgen voor de betrokkene in acht worden genomen, moet het veiligheidsbelang in die situaties prevaleren boven het privacybelang van de betrokkene.