• Nieuws

Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille

28 januari 2020
Banking & Finance - Notariaat - Ondernemingsrecht

Kan pandrecht gevestigd worden op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW)?

HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1909

In deze zaak staat de vraag centraal of een assurantieportefeuille kan worden verpand. ING (als kredietgever) en een vennootschap onder firma (de VOF) (als kredietnemer) zijn een kredietovereenkomst overeengekomen, welke kredietovereenkomst tevens fungeerde als pandakte en welke op 16 juli 2007 is geregistreerd. In die kredietovereenkomst is onder andere het volgende opgenomen:

 “Tot zekerheid van al hetgeen de kredietnemer schuldig is of wordt aan de kredietgever, verpandt de kredietnemer hierbij, voor zover nodig bij voorbaat, aan de kredietgever, die deze verpanding aanvaardt, alle huidige en toekomstige Bedrijfsactiva zoals omschreven [in] de Algemene Bepalingen van Pandrecht, voor zover niet eerder aan de kredietgever verpand. Deze Bedrijfsactiva omvatten in ieder geval de Bedrijfsuitrusting, Tegoeden, Vorderingen en Voorraden behorende tot het bedrijf van de kredietnemer. Tevens verbindt de Kredietnemer zich om aan de Kredietgever te verpanden al zijn toekomstige vorderingen die hij op derden – uit welken hoofde ook – zal verkrijgen uit ten tijde van deze verpanding nog niet bestaande rechtsverhoudingen.”

Daarnaast zijn de Algemene Bepalingen van Pandrecht op de kredietovereenkomst van toepassing, waarin onder andere het volgende is opgenomen:

“Artikel 1 Begripsbepalingen

(…) e. Bedrijfsactiva: alle tot het bedrijf van de Pandgever behorende goederen waaronder begrepen, maar [niet] beperkt tot, de Bedrijfsuitrusting, Tegoeden, Vorderingen en Voorraden met inbegrip van:

(I) cliëntenbestanden en de gegevensdragers waarop deze zich bevinden; en

(II) goodwill, zijnde de meerwaarde van het bedrijf boven de som van vaste activa;”

Uiteindelijk is de VOF gefailleerd en heeft de curator onder meer de assurantieportefeuille van de VOF en de hieraan verbonden goodwill verkocht aan een derde. ING vordert in dit geding een verklaring voor recht dat zij een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op de assurantieportefeuille van de VOF en afdracht van de opbrengst die de curator heeft behaald met de verkoop van die assurantieportefeuille (tot maximaal de uitstaande vordering van ING onder de kredietovereenkomst). De rechtbank heeft de vorderingen van ING afgewezen en partijen zijn vervolgens overeengekomen het hoger beroep over te slaan en sprongcassatie in te stellen bij de Hoge Raad.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad stelt allereerst vast dat het begrip assurantieportefeuille niet in de wet is omschreven en geen vaste inhoud heeft maar dat in dit geval (nu deze vaststelling door de rechtbank niet door partijen is bestreden) tot uitgangspunt dient dat tot de assurantieportefeuille (i) de samenwerkingsovereenkomsten behoren die een assurantietussenpersoon heeft gesloten met verzekeraars, (ii) de overeenkomsten van opdracht die deze assurantietussenpersoon heeft gesloten met zijn cliënten, en (iii) de goodwill die bestaat uit de verwachting dat de cliënten verzekeringsovereenkomsten die zij in de toekomst willen sluiten via deze assurantietussenpersoon.

De Hoge Raad stelt verder dat een dergelijke assurantieportefeuille alleen dan verpandbaar is wanneer de assurantieportefeuille is aan te merken als een goed, zijnde een zaak of een vermogensrecht. Het wettelijke stelsel gaat er volgens de Hoge Raad van uit dat slechts individuele zaken of vermogensrechten als goed kunnen kwalificeren en als zodanig kunnen worden verpand. Nu de assurantieportefeuille niet een individuele zaak of individueel vermogensrecht is, is de assurantieportefeuille niet een goed en dus ook niet als zodanig te verpanden.

Dat een assurantieportefeuille in het economische verkeer als een eenheid wordt beschouwd, een bepaalde vermogenswaarde vertegenwoordigt en kan worden verkocht (in verbintenisrechtelijke zin), maakt niet dat een assurantieportefeuille ook in goederenrechtelijke zin overdraagbaar of verpandbaar is, aldus de Hoge Raad. Ook het feit dat in andere wetgeving (de Wet op het financieel toezicht) wordt gesproken over de overdracht van een portefeuille van een bemiddelaar, doet de Hoge Raad niet anders beslissen nu die wetgeving niet het oog heeft op overdracht in goederenrechtelijke zin.

Ook het betoog dat de praktijk behoefte heeft aan de mogelijkheid een assurantieportefeuille te verpanden omdat dit de financierbaarheid van assurantietussenpersonen ten goede komt en assurantieportefeuilles nu al regelmatig als onderpand dienen, leidt niet tot een ander oordeel van de Hoge Raad. Indien de praktijk assurantieportefeuilles als onderpand wenst, zit er aldus niets anders op dan de afzonderlijke goederen waaruit die assurantieportefeuilles bestaan, zoals vorderingsrechten, te verpanden.

Vragen?

De specialisten van Ploum hebben veel ervaring met het vestigen van pandrechten. Wij staan op dagelijkse basis bedrijven bij die pandrechten laten vestigen of wensen uit te winnen. Heeft u vragen over de wet- en regelgeving met betrekking tot pandrechten? Bel of mail een van onze specialisten.