• Nieuws

Update: wetsvoorstel UBO-register

19 december 2019
Banking & Finance - Notariaat - Ondernemingsrecht

Op 10 december 2019 is het wetsvoorstel “Implementatie registratie van uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten” (het “Wetsvoorstel”) door de Tweede Kamer aangenomen. Met het Wetsvoorstel worden de Handelsregisterwet 2007, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (“Wwft”) en enkele andere wetten gewijzigd in verband met de verplichting tot het hebben, bijhouden en registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbenden (“UBO’s”) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten in een centraal register (het “UBO-register”). De invoering van een UBO-register is een van de maatregelen die is opgenomen in de Vierde anti-witwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2015/849) (de “Richtlijn”).

Voor een overzicht van de aspecten van het Nederlandse UBO-register verwijzen wij naar ons nieuwsbericht van 30 augustus 2018.

Aan het Wetsvoorstel zijn nog een aantal wijziging toegevoegd ten opzichte van de eerdere versie van het Wetsvoorstel. In dit nieuwsbericht behandelen wij deze wijzigingen en het vervolg van het implementatietraject.

Wijzigingen ten opzichte van de eerdere versie

In de eerdere versie van het Wetsvoorstel was een vrijstelling voor kerkgenootschappen (hieronder vallen zowel kerken als moskeeën) opgenomen met betrekking tot de registratieverplichting. In de nieuwe versie van het Wetsvoorstel is deze vrijstelling komen te vervallen.

Verder worden er in het Wetsvoorstel extra waarborgen toegevoegd om de veiligheid en privacy van UBO’s te vergroten. Enkel personen of entiteiten die zich vooraf hebben geïdentificeerd krijgen toegang tot het UBO-register. Daarnaast kan een UBO inzicht krijgen in het aantal keer dat zijn/haar gegevens zijn verstrekt (m.u.v. verstrekkingen aan de Financiële inlichtingen eenheid en andere bevoegde autoriteiten). Overigens krijgt de UBO geen inzicht in de identiteit van de gebruiker die zijn/haar gegevens heeft opgevraagd. Wel wordt er een overzicht verstrekt van de categorieën van gebruikers (bijvoorbeeld Wwft-instellingen) die de gegevens van de UBO hebben opgevraagd.

Wanneer een instelling waarop de Wwft van toepassing is een discrepantie ontdekt tussen de gegevens van een UBO zoals die naar voren zijn gekomen in het cliëntenonderzoek en de gegevens in het UBO-register, moet zij daarvan melding maken. Advocaten en notarissen vallen voor bepaalde werkzaamheden onder de reikwijdte van de Wwft, maar op hen is tevens een geheimhoudingsplicht van toepassing. In de Tweede Nota van Wijziging van 10 december 2019 wordt verduidelijkt dat deze geheimhoudingsplicht niet van toepassing is bij de naleving van deze wettelijke plicht om discrepanties met betrekking tot de gegevens van UBO’s te melden. Een vergelijkbare bepaling is reeds in de Wwft opgenomen met betrekking tot het melden van ongebruikelijke transacties.

Daarnaast heeft de Minister van Financiën in een brief van 3 december 2019 de vrijstelling voor 100% dochtervennootschappen van beursvennootschappen verduidelijkt. Op Nederlandse beurgenoteerde vennootschappen rust namelijk geen plicht om hun UBO’s te registeren. De Nederlandse 100% dochtervennootschappen van binnen de EU/EER gereguleerde beursvennootschappen zijn ook vrijgesteld van de verplichting om hun UBO’s te registreren. De Minister van Financiën heeft verduidelijkt dat dit geldt voor zowel directe als indirecte 100% dochtervennootschappen. Het is echter nog onduidelijk of Nederlandse 100% dochtervennootschappen van beursgenoteerde vennootschappen die buiten de EU/EER zijn gereguleerd ook een beroep op deze vrijstelling kunnen doen.

Vervolg implementatietraject

Op basis van de Richtlijn dient de implementatie van het Wetsvoorstel uiterlijk op 10 januari 2020 te zijn voltooid. Het Wetsvoorstel moet, voordat het in werking kan treden, eerst nog door de Eerste Kamer worden aangenomen. De is verwachting dat de deadline van 10 januari 2020 niet zal worden gehaald.

Nadat het Wetsvoorstel in werking is getreden, hebben registratieplichtige entiteiten anderhalf jaar de tijd om de informatie van hun UBO’s te registreren in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Voor registratieplichtige entiteiten die ná de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel worden opgericht geldt dat de informatie van hun UBO’s tegelijkertijd met de inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel moet worden geregistreerd.

Mocht u vragen hebben over (de gevolgen van) het Wetsvoorstel, dan kunt u contact opnemen met team Banking & Finance.