• Nieuws

Uitvoer uit de EU van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) aan banden gelegd

24 maart 2020
Douane - Douane, handel en logistiek - Voedsel- en warenpraktijk - Douane, handel en logistiek - Corona (COVID-19) juridische Helpdesk

Sinds de uitbraak van de het nieuwe coronavirus SARS-Cov-2 en de door het virus veroorzaakte ziekte COVID-19, is de behoefte aan persoonlijke beschermingsmiddelen zeer sterk toegenomen. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn hard nodig om met name mensen die zich inzetten voor preventie en bestrijding van de ziekte tegen besmetting te kunnen beschermen. Dat geldt ook in de EU.

Dreigende tekorten aan persoonlijke beschermingsmiddelen

De vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen is de afgelopen weken sterk gestegen en zal naar verwachting de komende periode nog veel verder toenemen. In de lidstaten dreigen tekorten te ontstaan. Bedrijven die in de EU persoonlijke beschermingsmiddelen produceren, schalen hun productie op. Opschaling van het productieniveau binnen de EU alleen zal echter niet voldoende zijn om het ontstaan van tekorten te voorkomen. Door de pandemie is de vraag naar deze producten wereldwijd geëxplodeerd.

Verder geldt dat persoonlijke beschermingsmiddelen normaliter zonder enige beperking vanuit de EU naar andere delen van de wereld kunnen worden verhandeld en uitgevoerd.

Commissie maakt uitvoer persoonlijke beschermingsmiddelen vergunning-plichtig

Om de beschikbaarheid van deze essentiële goederen binnen de EU zoveel mogelijk te kunnen verzekeren, kondigde de Europese Commissie op 14 maart 2020 Uitvoeringsverordening (EU) 2020/402 tot onderwerping van de uitvoer van bepaalde producten aan de overlegging van een uitvoervergunning af. Deze verordening is op 15 maart 2020 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en is dezelfde dag nog in werking getreden om voorraadvermindering om speculatieve redenen te voorkomen. De verordening geldt voor de duur van zes weken.

Op grond van artikel 1, lid 1, is voor de uitvoer van de in bijlage I bij de verordening opgenomen persoonlijke beschermingsmiddelen, ongeacht hun oorsprong, een uitvoervergunning vereist van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat waar de exporteur is gevestigd. De uitvoervergunning moet worden opgesteld conform het model in bijlage II. Zonder uitvoervergunning is de uitvoer van de in de bijlage opgenomen producten verboden (artikel 1, lid 2). Uitvoer zonder een vereiste uitvoervergunning is op grond van het nationale recht van de lidstaten strafbaar.

Vijf categorieën persoonlijke beschermingsmiddelen

In bijlage I zijn vijf categorieën persoonlijke beschermingsmiddelen opgenomen, te weten:

  • Beschermende corrigerende brillen en contactlenzen;
  • Gelaatsschermen;
  • Mond- en neusbeschermingsmiddelen;
  • Beschermende kleding;

In het overzicht in bijlage I zijn de productomschrijvingen opgenomen en worden de relevante goederencodes vermeld.

Relevante productregelgeving

Verder wordt vermeld dat de in de bijlage opgenomen beschermingsmiddelen in overeenstemming zijn met de relevante productregelgeving. De productregelgeving voor persoonlijke beschermingsmiddelen is opgenomen in Verordening (EU) 2016/425 . In deze verordening zijn onder meer de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen vastgesteld die gelden voor het ontwerp, de vervaardiging en het op de markt mogen aanbieden van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Vergunningaanvraag

De verordening schrijft voor dat de bevoegde autoriteiten in beginsel binnen vijf werkdagen over het al dan niet verlenen van een uitvoervergunning beslissen. Bij het nemen van hun besluit houden zij rekening met relevante overwegingen die in de verordening zijn opgesomd.

Vrijwaringsmaatregelen als uitzondering op vrije uitvoer

Het aan banden leggen van de uitvoer van producten is uitzonderlijk. Afgezien van bekende beperkingen zoals die bijvoorbeeld gelden in geval van sanctie of voor export gecontroleerde producten op grond van de Dual-use Verordening en drugsprecursoren op grond van Verordening (EG) Nr. 111/2005, is immers het uitgangspunt dat uitvoer van goederen uit de EU naar derde landen vrij is.

De juridische basis voor de afkondigde maatregel die de uitvoer van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen vergunning-plichtig maakt, is te vinden in Verordening (EU) 2015/479  betreffende gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer. In deze verordening wordt als grondbeginsel vooropgesteld dat de uitvoer uit de EU in beginsel vrij is en niet aan kwantitatieve beperkingen onderhevig (artikel 1).

Vrijwaringsmaatregelen kunnen in uitzonderlijke omstandigheden worden ingesteld. In dat verband bepaalt artikel 5: “Teneinde een crisistoestand veroorzaakt door schaarste aan essentiële goederen te voorkomen of te ondervangen kan, wanneer de belangen van de Unie een onmiddellijk optreden vergen, de Commissie op verzoek van een lidstaat of eigener beweging en rekening houdende met de aard der producten en de andere bijzondere kenmerken van de betrokken transacties, de uitvoer van een product afhankelijk stellen van de overlegging van een uitvoervergunning […] ”.

Beperkende maatregelen in derde landen

Niet alleen de EU legt de uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen in de huidige crisis aan banden. In overweging 6 van de verordening wordt vermeld dat derde landen ook al zijn overgegaan tot het beperken van de uitvoer of vergelijkbare maatregelen op een meer informele basis hebben genomen. Sommige van deze derde landen leveren traditioneel aan de EU. Dat zet de beschikbaarheid van de producten op de EU markt verder onder druk.

Coronacrisis leidt tot protectionisme

Niet alleen de internationale handel in persoonlijk beschermingsmiddelen staat onder druk. Dat geldt in het bijzonder ook voor de wereldwijde productie en levering van beademingsapparatuur en onderdelen hiervoor. NOS berichtte op 24 maart 2020 dat Philips zich zorgen maakt over een mogelijke vordering van beademingsapparatuur door de autoriteiten in de Verenigde Staten[1]. President Trump heeft afgelopen week een executive order ondertekend die zijn Minister van Volksgezondheid het mandaat geeft een oude Defense Production Act aan te wenden om de productie en voorraden beademingsapparatuur voor de Amerikaanse markt te kunnen vorderen. Philips produceert in beademingsapparatuur in een fabriek in Pittsburgh in de Verenigde Staten.

Impact coronacrisis op invoer en uitvoer van goederen

De coronacrisis heeft een enorme impact op de internationale handel in zijn geheel, maar in het bijzonder ook als het gaat om medische hulpmiddelen en persoonlijke beschermings- en hygiëneproducten. Zowel aan de import- als de exportkant zijn er aandachtspunten voor bedrijven die deze producten produceren, internationaal verhandelen, vervoeren of die betrokken zijn bij invoer- en uitvoerformaliteiten. Voor de importkant verwijzen wij naar een bericht over de handel in namaak COVID-19 gerelateerde artikelen en een onderzoek van het Europese Anti-fraude Bureau OLAF daarnaar.

Aan de uitvoerkant geldt met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen dus sinds 15 maart 2020 dat exporteurs, logistiek dienstverleners en douane-expediteurs rekening moeten houden met de vergunningplicht bij uitvoer.

[1] https://nos.nl/artikel/2328143-zorgen-bij-philips-neemt-de-vs-europese-beademingsapparatuur-in-beslag.html