• Nieuws

SDE+ Subsidies: de laatste ontwikkelingen

19 april 2019
Energierecht - Energie

Inleiding

Via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) stelt de overheid jaarlijks miljarden euro’s subsidie beschikbaar voor de uitrol van duurzame energieprojecten. De regeling verandert in hoog tempo om de maatschappelijke en technische ontwikkelingen te kunnen bijbenen. Zo werd in 2018 de subsidiëring van projecten met een tijdelijke omgevingsvergunning uitgesloten, in 2019 werd de subsidiepot verkleind, en vanaf 2020 zal de SDE+ regeling ook worden ingezet voor het stimuleren van de vermijding van CO₂ uitstoot. Wij geven een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot de SDE+ Subsidie.

Terugblik SDE+ 2018

Het RVO geeft aan dat er veel animo was voor de SDE+ subsidie in 2018. Zon-PV projecten zijn qua aantal en budget ruimschoots in de meerderheid. Op basis van de verwachte jaarproductie ontlopen zon-PV en wind op land aanvragen elkaar weinig.

In de SDE+ voorjaarsronde van 2018 hebben 3.889 projecten een positieve subsidiebeschikking ontvangen met een bijbehorend verplichtingenbudget van 3,6 miljard euro. In de najaarsronde zijn in totaal 5.907 aanvragen ingediend met een budgetclaim van ruim 7,7 miljard euro ten opzichte van het opengestelde budget van 6 miljard euro. RVO had begin maart ongeveer 75% van de aanvragen afgehandeld en is momenteel bezig met de beoordeling van de resterende aanvragen.

Definitieve correctiebedragen 2018

Op vrijdag 29 maart 2019 zijn de definitieve correctiebedragen 2018 in de Staatscourant gepubliceerd. Op basis hiervan worden de definitieve SDE+ subsidiebedragen over 2018 berekend.

Subsidiëring op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning

In een eerdere blog berichtten wij al dat de Minister van Economische Zaken en Klimaat eind 2018 een bepaling heeft opgenomen in de uitvoeringsregeling SDE+ die de subsidiëring van projecten met een tijdelijke omgevingsvergunning op grond van de zogenaamde “kruimellijst” volledig uitsluit. Het is volgens de Minister met het oog op de tijdige realisatie van projecten en de kosteneffectieve inzet van subsidiemiddelen van belang dat een project vooraf over een vergunning beschikt voor tenminste de gehele looptijd van het project.

Eind november heeft de Minister een nadere toelichting gegeven op dit besluit in reactie op kamervragen. De tijdelijke omgevingsvergunningen voor een periode van 10 jaar of korter zijn volgens de Minister een probleem voor de economische haalbaarheid. De SDE+ gaat uit van een subsidieduur van 15 jaar voor een rendabele business case.

De Minister geeft verder aan dat reeds in de voorjaarsronde van 2018 aanvragen zijn afgewezen, omdat geen rendabele businesscase mogelijk was binnen de vergunde periode in de tijdelijke vergunning. Het zou gaan om circa twintig van de meer dan 4000 aanvragen voor zonnepanelen. Wij hebben begrepen dat in ten minste zes gevallen beroep is ingesteld tegen deze afwijzing. Begin april 2019 hebben hoorzittingen plaatsgevonden bij het CBb. Wij houden u op de hoogte van de uitkomst van deze procedures.

Vormgeving SDE+ regeling 2019

In december 2018 heeft de Minister de Kamer geïnformeerd over de vormgeving van de SDE+ regeling in 2019. Het subsidiebudget is verlaagd van EUR 12 miljard in 2018 naar EUR 10 miljard in 2019 vanwege “de scherpere verhouding tussen potentiële projecten en beschikbaar verplichtingenbudget”.  Hieronder noem ik wat opvallende wijzigingen voor enkele categorieën hernieuwbare energie:

  • Zon: De wijzigingen voor zon-PV springen het meest in het oog. De basisbedragen voor zon-PV gaan met circa 0,5 ct/kWh omlaag voor zowel de kleinere als grotere PV-systemen. Daarnaast worden dakgebonden PV-systemen meer gestimuleerd dan veldsystemen. De overheid wil terughoudend zijn in het stimuleren van zon-PV projecten op productieve landbouwgrond. Veld- en watersystemen krijgen een jaar langer de tijd om tot realisatie te komen (vier in plaats van drie jaar).
  • Wind: De basisbedragen voor windenergie veranderen door de bank genomen weinig. De Minister wil verder kleinere windturbines ook de ruimte geven voor SDE subsidie, zodat burgeriniatieven meer de ruimte krijgen.
  • Overig : Voor de categorieën thermische conversie, geothermie en hernieuwbaar gas zijn met name de subcategorieën waarvoor subsidie kan worden aangevraagd gewijzigd. Er zijn bijvoorbeeld twee nieuwe subsidiecategorieën voor hernieuwbare warme toegevoegd aan de SDE+ regeling: “Ketel op B-hout” en “Ketel op houtpallets voor stadsverwarming”.

De Aanwijzingsregeling SDE-categorieën voorjaar 2019 is op 19 februari 2019 gepubliceerd in de Staatscourant. Hierin zijn onder meer de bovenstaande wijzigingen opgenomen.

De eerste subsidieronde van 2019 heeft opengestaan van 12 maart 2019 tot en met 4 april 2019. In het najaar zal een tweede subsidieronde worden opengesteld. De Minister streeft ernaar de voorwaarden voor deze ronde vóór 1 juli 2019 bekend te maken.

Wijziging uitvoeringsregeling SDE

Op 18 februari 2019 is een wijziging van de algemene uitvoeringsregeling SDE gepubliceerd in de Staatscourant. De wijzigingen betreffen onder meer eisen aan de berekening van de zonne-energieopbrengst bij zonvolgende systemen, een uitzondering op de plicht om per beschikking de productie te meten en het gebruik van lignine bij de verbranding van biomassa.

Wind op zee

In 2019 staan twee tenders gepland voor windenergie op zee met een totaal omvang van 1.400 MW. Het is de verwachting dat ook deze tenders zonder subsidie worden beschikt en hiervoor geen SDE+-middelen hoeven worden aangewend. Op 14 maart 2019 is de tender voor kavels II en IV in het windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) gesloten. Bij sluiting van de tenderronde bleek dat er inderdaad belangstelling is voor de bouw en exploitatie van het windpark zonder subsidie. RVO beoordeeld op dit moment de biedingen.

2020: SDE++

2019 is het laatste jaar dat de SDE+ in haar huidige vorm wordt opengesteld. Vanaf 2020 introduceert de Minister de stimuleringsregeling voor een duurzame energietransitie (SDE++).

De verbrede SDE+ richt zich op de vermindering van broeikasgasemissie op Nederlands grondgebied. Ook de verbrede SDE+ zal technieken stimuleren door de onrendabele top van deze technieken te vergoeden door middel van een exploitatiesubsidie. Het verschil zit er echter in dat technieken voortaan concurreren op basis van vermeden ton broeikasgas in plaats van energieopbrengst. Subsidieverstrekking zal plaatsvinden op basis van de aangevraagde hoeveelheid subsidie per vermeden ton CO2, om zo kosteneffectief mogelijk het subsidiegeld uit te geven.  Op basis van een afwegingskader wordt bepaald welke technieken vooralsnog in aanmerking komen. Het moet daarbij in elk geval gaan om grootschalige en “marktrijpe” technieken.

De nadere uitwerking van de verbrede SDE+ zal gedurende heel 2019 plaatsvinden. Er zal consultatie van de ontwerpregeling plaatsvinden, waarna deze regeling wordt aangeboden aan de afdeling advisering van de Raad van State. De regeling wordt gemeld bij de Europese Commissie in verband met staatssteunregels.

Meer informatie

Print dit artikel