• Nieuws

Provincie Gelderland: wel aansprakelijk, niet schadeplichtig

10 september 2014
Commercial litigation

In 2001 verkeerd voetbalclub Vitesse in financiële moeilijkheden en dreigde zij haar KNVB-licentie betaald voetbal kwijt te raken. Vervolgens is er een reddingsplan opgesteld en zijn toezeggingen gedaan door gedeputeerden over een verlaging van de huurprijs van het stadion. Bij deze toezeggingen is geen voorbehoud gemaakt dat nog toestemming van de Provinciale Staten diende te worden verkregen en dat ze zich slechts zouden inspannen voor de huurverlaging.

Onrechtmatig handelen

Partijen hebben vervolgens in een procedure tot aan de Hoge Raad getwist over de vraag of de provincie onrechtmatig heeft gehandeld jegens Vitesse. Dat onrechtmatig handelen is uiteindelijk vast komen te staan. Geoordeeld werd – kort gezegd – dat de gedragingen van de gedeputeerden als gedragingen van de provincie zelf hebben te gelden en dat de Provincie Vitesse op het verkeerde been heeft gezet. Vitesse mocht afgaan op de toezeggingen.

Schadestaatprocedure

Vitesse en haar financiers zijn met deze uitspraak een zogeheten schadestaatprocedure gestart om de geleden schade vergoed te krijgen. De rechtbank heeft de schadevorderingen echter integraal afgewezen. En in zijn uitspraak van 9 september 2014 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dit oordeel van de rechtbank bekrachtigd.

In de eerste procedure over de vraag of onrechtmatig was gehandeld was nog niet geoordeeld over

  • de aanwezigheid en toewijsbaarheid van concrete schadeposten en
  • over het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de geleden schade.

Deze vragen lagen in de onderhavige zaak dus nog volledig open.

Ontbreken van causaal verband

De vorderingen stranden uiteindelijk grotendeels vanwege het ontbreken van causaal verband.
Met andere woorden: niet kan worden geoordeeld, dat de schade – de onrechtmatige daad van de Provincie weggedacht – niet zou zijn geleden. Of nog anders gezegd: de onrechtmatige daad is niet de oorzaak van de schade.

Na het voeren van een vijftal procedures staan Vitesse en haar financiers uiteindelijk – ondanks een verklaring voor recht, dat onrechtmatig is gehandeld – met lege handen. Ze kunnen wederom in cassatie bij de Hoge Raad, maar de mogelijkheden daartoe zijn beperkt.