• Nieuws

Nieuwe zonneparken worden vanaf nu getoetst aan de zonneladder

04 september 2019
Bestuursrecht - Energie

Het kabinet is met provincies en gemeenten een voorkeursvolgorde overeengekomen die gehanteerd zal worden bij het toestaan van nieuwe zonneparken. De voorkeursvolgorde, beter bekend als de “zonneladder”, voorziet in het ontzien van landbouw- en natuurgronden en het stimuleren van zon op dak.

Verzoek Kamer

Zoals wij in een eerder blogbericht meldden, wil de Tweede Kamer dat nieuwe zonneparken in eerste instantie worden gerealiseerd op onbenutte daken en terreinen, en dat landbouw en natuur zo veel mogelijk worden ontzien. De Kamer heeft daarom op 28 mei 2019 een motie aangenomen, waarin  zij de regering vraagt om nieuwe zonneparken te toetsen aan de op handen zijnde “zonneladder” of een vergelijkbaar afwegingskader. Daarnaast moest de regering uiterlijk op 1 juli 2019 aangeven hoe de zonneladder wordt ingepast in de Regionale Energie Strategie (“RES”). De kamer maakt zich zorgen over de snelle opmars van zonneparken, omdat deze ertoe kunnen leiden dat landbouwgrond verdwijnt en deze negatieve gevolgen kunnen hebben voor kwetsbare natuur en bodemleven.

Voorkeursvolgorde

In een brief aan het parlement van 23 augustus 2019 heeft de Minister aangegeven op welke manier uitvoering wordt gegeven aan het verzoek van de Kamer. Het kabinet is met het IPO en de VNG overeengekomen dat provincies en gemeenten een voorkeursvolgorde zullen hanteren bij het toestaan van nieuwe zonneparken. De voorkeursvolgorde luidt als volgt:

  1. Daken en gevels: Een voorkeur bestaat voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied.
  2. Bebouwd gebied: Om dezelfde reden hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur.
  3. Landelijk gebied: Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties. Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of bermen van spoor- en autowegen.

Netcapaciteit

Het is daarnaast de bedoeling dat netbeheerders actief worden betrokken bij keuzes voor opweklocaties, zodat mogelijkheden voor aansluiting en transport hierbij worden meegewogen. Op dit moment kampt een aantal regio’s in Nederland met een tekort aan netcapaciteit, waardoor de realisatie van verschillende hernieuwbare energieprojecten wordt vertraagd of in gevaar komt. De Minister gaf daarom eerder al aan dat hij een transportindicatie verplicht wil stellen bij de aanvraag van SDE+ subsidies. Zie daarover ons blogbericht. Ook de kosten van het project moeten worden afgewogen bij de keuze voor opweklocaties.

Regelgeving

De zonneladder wordt vastgelegd in beleid, waaraan provincie en gemeenten moeten toetsen bij de keuze voor opweklocaties. De voorkeursvolgorde zal worden vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie en de RES’en, die vanaf komend jaar worden opgesteld door gemeenten en provincies. Vooruitlopend op de totstandkoming van de RES’en zullen provincies en gemeenten vergunningsaanvragen voor nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden gaan toetsen aan deze voorkeursvolgorde. Daarnaast wil de Minister gemeenten onder de Omgevingswet meer mogelijkheden geven om het duurzaam gebruik van daken richting burgers en bedrijven af te dwingen.

Het kabinet kiest er daarmee voor om geen dwingend kader voor te schrijven voor de ruimtelijke afweging bij het inpassen van zonneparken, zoals bij de ladder voor duurzame verstedelijking. De regio’s mogen zelf afwegen waar en op welke wijze de benodigde hernieuwbare elektriciteit op een zorgvuldige wijze en met oog voor het landschap, landbouwkundige en natuurwaarden kan worden ingepast. Wel gaan Rijk, provincies en gemeenten gaan monitoren op welke wijze deze voorkeursvolgorde is toegepast en wat de nationale effecten zijn op landschap, natuur- en landbouwgronden.

Meer informatie

Print dit artikel