• Nieuws

Nieuwe nationale CO₂-heffing voor de industrie

15 oktober 2020
Energie

Na een consultatieronde[1] dit voorjaar met 3358 reacties, waaronder 30 industriële bedrijven of belangenorganisaties, zoals VNO-NCW, MKB NL, VNC I, VNP en FNLI en een advies van de Raad van State[2] waarin nog aandacht werd gevraagd voor “de doelmatigheid en doeltreffendheid”, is het wetsvoorstel Wet CO₂-heffing industrie (hierna: het Wetsvoorstel) op 15 september 2020 toch nog vrij onverwachts ingediend. Het is op het moment van deze nieuwsbrief in behandeling bij de Tweede Kamer. Het Wetsvoorstel dient als aanvulling op het EU Emission Trading Scheme (hierna: EU ETS) en beoogt de CO₂-uitstoot sneller te reduceren en de reductiedoelstelling voor de industrie, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord, te verwezenlijken.[3]

Het EU ETS is het Europese emissiehandelssysteem waarmee de EU ook reeds de emissie van broeikasgas probeert te verminderen. Alle bedrijven die onder het EU ETS vallen hebben een jaarlijks maximum dat zij gezamenlijk mogen uitstoten. Een deel van dat maximum wordt in de vorm van gratis emissierechten beschikbaar gesteld en een deel kan gekocht worden op een veiling. Hoeveel gratis emissierechten een bedrijf krijgt is afhankelijk van de zogenoemde benchmark waaronder het bedrijf valt. Binnen een benchmark krijgen uitsluitend de 10% efficiëntst producerende bedrijven voldoende gratis emissierechten.[4] In de systematiek van de nieuwe nationale CO₂-heffing is zo veel mogelijk aangesloten bij het EU ETS en is de hoogte van de heffing ook daaraan gekoppeld.[5]

Het Wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet milieubeheer. Indien het Wetsvoorstel in de huidige vorm wordt aangenomen, treedt de wet in beginsel in werking op 1 januari 2021.

Naast het Wetsvoorstel is het wetsvoorstel minimum CO₂-prijs elektriciteitsopwekking bij de Tweede Kamer aanhangig, dat uitsluitend ziet op belastingheffing ten aanzien van de uitstoot van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking. Daar gaan we in deze publicatie verder niet op in, al is het belang daarvan uiteraard ook groot voor de markt.

Heffingsgrondslag

De nationale CO₂-heffing is in beginsel gericht op uitstoot die samenhangt met industriële productie en afvalverbranding.[6] Het gaat hierbij in beginsel om de uitstoot van broeikasgas (waaronder wordt verstaan CO₂, methaan, distikstofoxide, onvolledig gehalogeneerde fluorkoolwaterstoffen, perfluorkoolwaterstoffen en zwavelhexafluoride) door een broeikasgasinstallatie, de uitstoot van CO₂ door een afvalverbrandingsinstallatie en de uitstoot van CO₂ en distikstofoxide door een lachgasinstallatie.[7] Een deel van de uitstoot wordt vrijgesteld door middel van zogenaamde dispensatierechten, zodat uitsluitend de emissies worden belast die met het oog op de reductiedoelstelling verminderd moeten worden.[8] Hierbij wordt aangesloten bij het systeem van het EU ETS.[9] In afwijking van het EU ETS, waarbij wordt gekeken naar een historische referentieperiode van vijf jaar, worden de dispensatierechten in beginsel na afloop van het productiejaar vastgesteld.[10] De dispensatierechten worden aan de hand van een reductiefactor lineair afgebouwd zodanig dat in 2030 uitsluitend dat deel van de emissies is vrijgesteld dat overeenkomt met de reductiedoelstelling.[11] De reductiefactor bedraagt 1,2 en wordt bij aanvang van ieder kalenderjaar verlaagd met 0,057.[12] Aangezien de Europese Commissie eind 2020 nieuwe benchmarks zal publiceren voor de handelsperiode van 2021 tot en met 2025, zullen de benchmarks en de reductiefactor in 2022 weer worden aangepast.[13] De dispensatierechten kunnen onderling overgedragen worden, net als bij het EU ETS.[14] Zo kunnen partijen elkaar compenseren, bijvoorbeeld indien een producent voor een afnemer warmte produceert terwijl die afnemer daarvoor dispensatierechten ontvangt. Voorts kan een belastingplichtige die tegen lage kosten de uitstoot kan verminderen zijn dispensatierechten verkopen.[15]

De belasting wordt berekend over de industriële jaarvracht van een industriële installatie in het belastingtijdvak verminderd met het aantal dispensatierechten voor die industriële installatie in hetzelfde belastingtijdvak.[16] De belastingplichtige dient elk jaar op uiterlijk 31 maart een industrieel emissieverslag in bij het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit (hierna: NEa), waarin de industriële jaarvracht wordt vermeld.[17] Het bestuur van de NEa kan de industriële jaarvracht ook ambtshalve vaststellen indien het verslag niet of niet tijdig is ingediend, of indien het verslag niet voldoet aan de vereisten.[18] Indien een belastingplichtige in een belastingtijdvak een overschot heeft aan dispensatierechten, kan hij dat overschot gebruiken om de belasting in de vijf jaren voorafgaand aan het tijdvak te herrekenen.[19]

Tarief en heffingswijze

De CO₂-heffing wordt vormgegeven als een minimumprijs ten opzichte van het EU ETS. De heffing wordt bepaald door het verschil tussen het in dat jaar geldende heffingstarief en de EU ETS-prijs.[20] Een hogere EU ETS-prijs leidt daardoor tot een lagere nationale heffing en vice versa.[21] Als de EU ETS-prijs boven het heffingstarief ligt, is de nationale heffing nul euro. De correctie met de EU ETS-prijs geldt echter niet voor belastingplichtige installaties met uitstoot die niet onder het EU ETS valt.[22] Dit zijn bijvoorbeeld afvalverbrandingsinstallaties.[23]

Het tarief van de heffing neemt gedurende de tijd toe.[24] Het tarief bedraagt in beginsel 30 euro per ton CO₂-equivalent. Tot en met 2030 komt daar per kalenderjaar 10,56 euro bij. De Dienst Nederlandse Emissieautoriteit is verantwoordelijk voor de heffing en invordering van de belasting.[25] De belastingplichtige dient uiterlijk op 1 oktober van het jaar volgend op het belastingtijdvak aangifte te doen en de belasting te voldoen.[26]

Wie valt onder de CO₂-heffing?

De CO₂-heffing wordt geheven van degene die een industriële installatie exploiteert.[27] Hieronder vallen exploitanten van broeikasgasinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties. Indien de emissie onder het EU ETS valt, dan valt zij in beginsel ook onder de CO₂-heffing van het Wetsvoorstel.[28] Het Wetsvoorstel maakt een uitzondering voor broeikasgasinstallaties die uitsluitend worden gebruikt voor (i) glastuinbouw, (ii) stadsverwarming, mits de broeikasgasinstallatie meer dan 75% van de geproduceerde meetbare warmte uitvoert ten behoeve van stadsverwarming, (iii) elektriciteitsopwekking zonder het gebruik van restgassen als brandstof, dan wel (iv) het verwarmen en koelen van gebouwen waarbij geen sprake is van de productie van producten.[29] Onder de CO₂-heffing valt dus bijvoorbeeld wel:

  • een elektriciteitsbedrijf dat restgassen van een industrieel bedrijf verbrandt;
  • een elektriciteitsbedrijf dat warmte produceert en levert aan de industrie; en
  • de uitstoot van warmteproductie door elektriciteits- en warmtecentrales ten behoeve van de glastuinbouw en de gebouwde omgeving.[30]

Enkele ziekenhuizen, een universiteit, de luchthaven Schiphol en veilinghallen zijn geen belastingplichtigen onder de CO₂-heffing. Zij vallen namelijk onder andere afspraken uit het Klimaatakkoord.

Actualiteit

Er is veel te doen om het Wetsvoorstel. In lijn met het advies van de Raad van State wordt genoemd   het risico dat bedrijven hun emissies naar derde landen verplaatsen (“weglek”) als ook de gevolgen voor de concurrentieverhouding door de toename van de kosten.[31] Andere partijen zoals Greenpeace zijn weer van mening dat het Wetsvoorstel de uitstoot niet snel genoeg zal verminderen.[32] Op 26 oktober zal het Wetsvoorstel in de Tweede Kamer worden behandeld. In een volgende nieuwsbrief zullen wij u uiteraard verslag daarvan doen. Overigens heeft de regering oog voor de huidige economische situatie, aldus de MvT, en worden er in het begin relatief veel dispensatierechten uitgegeven ten opzichte van de feitelijke uitstoot.

[1] internetconsultatie.nl/co2heffingindustrie (geraadpleegd op 13 oktober 2020).

[2] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 4.

[3] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 2-3 (Memorie van Toelichting).

[4] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 4-5 (MvT).

[5] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 3 (MvT).

[6] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 2 en 7 (MvT).

[7] Art. 71j lid 1 Wet belastingen op milieutoeslag.

[8] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 3 en 5-6 (MvT).

[9] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 5-6 (MvT).

[10] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 9 (MvT).

[11] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 3 en 5-6 (MvT). Voor de reductiefactor zie art. 16b.17 lid 3 Wet milieubeheer.

[12] Art. 16b.17 lid 3 Wet milieubeheer.

[13] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 9 (MvT).

[14] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 6 (MvT); art. 16b.25 e.v. Wet milieubeheer.

[15] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 6 (MvT).

[16] Art. 71l lid 1 Wet belastingen op milieutoeslag.

[17] Art. 71m lid 1 Wet belastingen op milieutoeslag in verbinding met art. 16b.3 Wet milieubeheer.

[18] Art. 71m lid 2 Wet belastingen op milieutoeslag in verbinding met art. 16b.6 lid 4 Wet milieubeheer.

[19] Art. 71q lid 1 Wet belastingen op milieutoeslag.

[20] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 3 (MvT).

[21] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 6 (MvT).

[22] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 3 (MvT).

[23] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 11 (MvT).

[24] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 3 (MvT).

[25] Art. 71r lid 1 Wet belastingen op milieutoeslag.

[26] Art. 71r lid 3 Wet belastingen op milieutoeslag.

[27] Art. 71k lid 1 Wet belastingen op milieutoeslag.

[28] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 5 en 7 (MvT).

[29] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 4-5 (MvT) en art. 71i Wet belastingen op milieutoeslag.

[30] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 3, p. 4-5 (MvT).

[31] Kamerstukken II 2020/21, 35575, nr. 4; R. Koelemeijer, B. Daniëls & W. Wetzels, Actualisatie inzichten CO2-heffing industrie, Den Haag: PBL 2020, via pbl.nl/publicaties/actualisatie-inzichten-co2-heffing-industrie (geraadpleegd op 13 oktober 2020); Eindrapport PWC Speelveldtoets 2020, 18 juni 2020, via rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/15/eindrapport-pwc-speelveldtoets (geraadpleegd op 13 oktober 2020).

[32] Reactie Greenpeace op de consultatie wet CO2-heffingindustrie, via greenpeace.org/nl/klimaatverandering/40789/greenpeace-reageert-op-consultatie-wet-co2-heffing-industrie/ (geraadpleegd op 13 oktober 2020).

Auteurs: Sophie de Clercq en Stephan Sluijters