• Nieuws

Logistieke dienstverleners worden aansprakelijk voor veiligheid importgoederen

12 november 2020
Douane, handel en logistiek - Douane - Voedsel- en warenpraktijk

Onder de nieuwe Europese Import Controle Verordening (Verordening (EU) 2019/1020) krijgen sommige logistieke dienstverleners een nieuwe rol aangemeten, die van de fulfilmentdienstverlener. Na invoering van deze nieuwe verordening is iedere logistieke dienstverlener die aan de definitie van de fulfilmentdienstverlener voldoet, verantwoordelijk voor de veiligheid van producten die vanuit derde-landen in de Europese Unie worden ingevoerd.

Wat is de achtergrond van deze nieuwe regelgeving?

In Europa bestaat zeer uitgebreide regelgeving over hoe producten veilig moeten worden ontworpen, geproduceerd en geëtiketteerd voordat deze in de handel mogen worden gebracht. Zo zijn er regels voor persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals mondmaskers), voor cosmetica, voor bouwmaterialen, medische hulpmiddelen et cetera. Voor de meeste productcategorieën is een en ander vastgelegd in Europese verordeningen, richtlijnen en (al dan niet geharmoniseerde) normen.

Vaak moeten producten voorzien worden van CE-markering waarmee aan de gebruiker en aan de autoriteiten die toezicht houden op de naleving van deze Europese regels (in Nederland veelal de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) of de Inspectie Leefomgeving & Transport (IL&T)) wordt verklaard dat het product aan de voorschriften voldoet. Het is verboden om producten in de handel te brengen die niet aan deze eisen voldoen en overtreding van een dergelijk verbod kan leiden tot bestuurs- en/of strafrechtelijke handhaving.

Wie is verantwoordelijk voor compliance met de veiligheidsvoorschriften?

Primair is de fabrikant verantwoordelijk voor het in de handel brengen van een veilig product dat aan de regels voldoet, maar als een product buiten de Europese Unie is gefabriceerd, dan is de importeur degene die verantwoordelijk is voor de productveiligheid en -compliance. In een enkel geval mogen buiten de EU vervaardigde producten niet in Europa in de handel worden gebracht als de niet in de EU gevestigde fabrikant tenminste een vertegenwoordiger in de EU aanwijst (dat is bijvoorbeeld het geval in de nieuwe Medische Hulpmiddelen verordening die in mei 2021 van kracht wordt), maar voor de meeste producten is dat geen vereiste.

Controles bij invoer van producten

De nieuwe Europese Import Controle Verordening is ingevoerd omdat de Europese Commissie een aantal omstandigheden en ontwikkelingen constateerde:

  1. De afgelopen jaren neemt het aantal aankopen via internationale online platforms (AliExpress, Wish, Amazon, Light in the Box en eBay) een enorme vlucht. Veel van deze platforms zijn buiten de EU gevestigd. Omdat consumenten of bedrijven de producten rechtstreeks via het online platform kopen, is er ook geen importeur aan te wijzen die moet instaan voor de veiligheid en compliance van het product. Voor nationale toezichthouders (zoals de NVWA in Nederland) maakt dat het handhaven van de EU productregelgeving zeer lastig als er producten in de handel worden aangetroffen die onveilig blijken. Er is immers niemand die de benodigde technische productinformatie (snel) aan de toezichthouder kan verstrekken en ook niemand die een terugroepactie (recall) op touw kan zetten.
  2. Uit statistieken blijkt al jaren dat verreweg de meeste onveilige producten die op de Europese markt worden aangetroffen, afkomstig zijn van buiten de EU (en dan vooral uit Zuid-Oost Azië). In februari van dit jaar waarschuwde de Consumentenbond hier na uitgebreid onderzoek ook voor via de media (zie hierover ons blog ‘Onveilige producten afkomstig van buiten de EU gevestigde webwinkels’).
  3. De Europese regelgeving waarbij verordeningen en richtlijnen voor de diverse productcategorieën een kader biedt, bevat geen regelgeving over officiële controles van goederen op het moment dat deze via de zee- en luchthavens worden binnengebracht en bij de douane ten invoer worden aangegeven. Bij de invoer van goederen heeft de douane al tal van taken rond bijvoorbeeld het onderscheppen van illegale producten, de heffing van douanerechten en het tegenhouden van namaakproducten. Voor wat betreft de productveiligheid bestonden echter niet meer dan niet-bindende guidelines die de Europese lidstaten aanmoedigden om samen te werken bij het controleren van geïmporteerde goederen. In de praktijk kwam daar alleen sporadisch wat van terecht.

Deze informatie, gekoppeld aan de steeds toenemende volumes aan goederen die rechtstreeks bij online platforms worden gekocht, heeft ertoe geleid dat deze nieuwe verordening is aangenomen. De Import Controle Verordening probeert dan ook de hiervoor gesignaleerde problemen op te lossen door:

  1. De lidstaten van de EU te verplichten controles in te stellen bij invoer van producten van 68 verschillende categorieën. De douane van iedere lidstaat is als primair verantwoordelijke aangewezen, maar iedere lidstaat mag in dit verband ook andere toezichthouders aanwijzen;
  2. Het introduceren van een nieuwe marktdeelnemer (de fulfilmentdienstverlener genaamd), naast de fabrikant, diens gemachtigde, de importeur en de distributeur, die verantwoordelijk en aansprakelijk wordt voor de naleving van de productveiligheidsvoorschriften.

De fulfilmentdienstverlener

De Import Controle Verordening introduceert dus een nieuwe partij die moet instaan voor de veiligheid van geïmporteerde producten als er géén fabrikant of importeur binnen de EU is aan te wijzen.

Wie is die fulfilmentdienstverlener?

Een fulfilmentdienstverlener is een logistiek dienstverlener die met betrekking tot de geïmporteerde producten twee van de volgende vier activiteiten uitvoert (post-, pakket en andere ‘vrachtvervoersdiensten’ zijn uitgezonderd):

  • Opslag;
  • Verpakking;
  • Adressering;
  • Verzending.

Dit zijn activiteiten die tal van logistiek dienstverleners (expediteurs, opslagbedrijven, fulfilment centers) dagelijks verrichten en met deze nieuwe – door Brussel aangemeten – rol krijgt de logistiek dienstverlener er een heel nieuw takenpakket bij. Deze taken zien onder meer op het voorhanden houden en desgevraagd aan de autoriteiten ter hand stellen van de technische informatie over een product en desnoods het uitvoeren van terugroepacties. De fulfilmentdienstverlener moet ook zijn naam op het product aanbrengen.

Maar deze taken zijn niet vrijblijvend. De fulfilmentdienstverlener zal deze taken nauwgezet moeten uitvoeren. Als hij dat niet doet kunnen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties worden getroffen. De logistieke dienstverlener is daarin volledig afhankelijk van de informatievoorziening door zijn opdrachtgever (die vaak ook weer logistiek dienstverlener is). De kosten van al deze nieuwe taken komen voor rekening van de fulfilmentdienstverlener tenzij hij deze kan doorberekenen aan zijn opdrachtgever.

Een bijkomend probleem is dat de logistiek dienstverlener niet in alle gevallen zal weten of de fabrikant een vestiging in de EU heeft en/of de producten door iemand rechtstreeks van een niet in de EU gevestigde leverancier (dus zonder importeur) worden gekocht. Dat maakt deze nieuwe rol extra riskant.

Het nieuwe takenpakket van de fulfilmentdienstverlener geldt overigens niet voor alle categorieën producten, maar voor een specifieke groep producten die in de verordening wordt opgesomd.