• Nieuws

Kwartaalupdate Bestuurders- en Beroepsaansprakelijkheid Q1 2020

14 april 2020
Bestuurders- en beroepsaansprakelijkheid - Bestuurdersaansprakelijkheid - Beroepsaansprakelijkheid

Het eerste kwartaal van 2020 ligt inmiddels achter ons en traditiegetrouw hebben wij weer de op www.rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken op het gebied van bestuurders- en beroepsaansprakelijkheid van de afgelopen drie maanden in kaart gebracht en vervat in onze kwartaalupdates. Je treft deze kwartaalupdates hierbij aan.

In de kwartaalupdate bestuurdersaansprakelijkheid – dit keer geschreven door Suzanne van Aalst en Vincent Terlouw – wordt eerst stilgestaan bij het arrest van de Hoge Raad uit januari 2020. In deze zaak stond de vraag centraal of een bestuurder die het faillissement van zijn vennootschap had aangevraagd en nadien selectieve betalingen verrichtte, onrechtmatig handelde tegenover de onbetaald gebleven schuldeisers. De Hoge Raad wees de vordering ter zake van bestuurdersaansprakelijkheid hier af. Verder nog een drietal uitspraken van gerechtshoven over (i) schending van de publicatieplicht, (ii) onjuiste uitlatingen en betalingstoezeggingen door een bestuurder die niet leidden tot aansprakelijkheid van deze bestuurder en (iii) het niet treffen van een voorziening voor een schadeclaim en het (daarbij wel) doen van dividenduitkeringen die wel leidde tot het oordeel dat het bestuur zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat zij haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld hetgeen een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

Kwartaalupdate Bestuurdersaansprakelijkheid Q1 2020

In de kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid – dit keer geschreven door Lennard van den Berg en Thomas Munnik – wordt onder meer ingegaan op een arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden waarin het Hof oordeelde dat een accountant geen voorziening behoefde op te nemen voor een vordering die in eerste aanleg jegens een vennootschap was toegewezen. Ook wordt ingegaan op een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam waarin de Rechtbank oordeelt over de grenzen aan de zorgplicht van een assurantietussenpersoon. Tot slot wordt een uitspraak behandeld waarin de vraag centraal staat of en zo ja welke schade is ontstaan uit het niet tijdig instellen van een herroepingsprocedure door een advocaat.

Kwartaalupdate Beroepsaansprakelijkheid Q1 2020