• Nieuws

Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceert Handhavingsbeleid Brzo 2015

24 augustus 2020
BRZO

Op 8 juli jongstleden publiceerde de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) haar geactualiseerde handhavingsbeleid ten aanzien van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015). ISZW volgt dit beleid bij de uitvoering van haar handhavende taak op het gebied van arbeidsomstandigheden, daar waar het specifiek gaat om bedrijven die onder het regime van het Brzo 2015 vallen.

In het beleidsdocument zet ISZW het wettelijk kader op een rij. Allereerst wordt beschreven op basis van welke in het Brzo 2015 omschreven overtredingen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk zal worden opgetreden. Daarnaast komt aan bod welke instrumenten ISZW hanteert.

Arbo-eis

Eén van deze instrumenten is de zogenaamde ‘arbo-eis’. Dit betekent concreet dat in situaties waarin nog géén overtreding van het Brzo 2015 heeft plaatsgevonden, toch reeds instructies kunnen worden gegeven door ISZW over de wijze waarop het Brzo 2015 moet worden nageleefd.

Een bedrijf dat een dergelijke eis niet opvolgt, zal volgens ISZW dus het Brzo 2015 overtreden. Dat leidt tot bestuursrechtelijke handhaving, zo stelt het handhavingsbeleid: er zal dan een boeterapport worden opgemaakt. ISZW merkt op dat in dergelijke gevallen ook vanuit het OM de instructie kan komen om een proces-verbaal op te maken.

Stillegging van werkzaamheden

Een bevel tot stillegging, vindt plaats indien naar het oordeel van de toezichthouder sprake is van ernstig gevaar voor personen. Hoewel het Brzo 2015 in feite al bepaalt dat in een dergelijk geval de exploitatie van het bedrijf door het bedrijf zelf wordt stopgezet, stelt het handhavingsbeleid dat stopzetten vaak gecompliceerd is, waardoor het de voorkeur verdient om een (bestuursrechtelijke) last onder dwangsom op te leggen om de onderneming aan te sporen om de regels van het Brzo 2015 na te leven.

Bestuursrechtelijke handhaving

De overtredingen waar bestuurlijke boetes voor kunnen worden opgelegd staan beschreven in artikel 17 van het Brzo 2015. Tevens kan ingevolge artikel 17 lid 6 voor alle in artikel 17 lid 1 genoemde overtredingen een last onder bestuursdwang worden opgelegd – de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat in die gevallen ook lasten onder dwangsom kunnen worden opgelegd. De beginselplicht tot handhaving die binnen het bestuursrecht bestaat, brengt mede dat daar waar het bestuursorgaan bevoegd is om op te treden, het bestuursorgaan in beginsel ook van deze bevoegdheid gebruik zal dienen te maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan hier van worden afgezien. Bijzondere omstandigheden kunnen er bijvoorbeeld zijn wanneer er zicht is op legalisatie, of wanneer handhaving onevenredig zou zijn.

Strafrechtelijke handhaving

ISZW stelt dat niet alleen strafrechtelijk (kan) worden opgetreden indien feiten worden gepleegd die in (artikel 17 lid 1 van) het Brzo 2015 als strafbaar feit worden aangewezen, maar bijvoorbeeld ook indien geen medewerking wordt verleend aan de toezichthouder die zijn bevoegdheden uitoefent, of wanneer een bevel tot stillegging van werkzaamheden wordt genegeerd. Wij merken daarnaast op dat het niet naleven van een arbo-eis mogelijk leidt tot het zelfstandige verwijt dat artikel 184 van het Wetboek van strafrecht is overtreden.

Handhaving bij zware ongevallen : veelal strafrechtelijk 

Een specifieke situatie vormt de situatie waarin een ‘zwaar ongeval’ (in de zin van artikel 1 van het Brzo 2015) heeft plaatsgevonden. In zo’n situatie kan tevens sprake zijn van een arbeidsongeval in de zin van de arbeidsomstandighedenwet. Dat hoeft echter niet (indien bijvoorbeeld geen werknemers gewond zijn geraakt).

Het handhavingsbeleid bepaalt dat, indien sprake is van een zwaar ongeval in de zin van het Brzo 2015, altijd strafrechtelijk onderzoek wordt verricht indien er sprake is van slachtoffers en/of indien het vermoeden bestaat dat het bedrijf ernstig nalatig is geweest. Indien uiteindelijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd, kan in die gevallen alsnog bestuursrechtelijk worden opgetreden.

Landelijke handhavingsstrategie – categorieën van overtreding

De landelijke handhavingsstrategie Brzo kent 3 categorieën van overtredingen, te weten i) overtredingen die naar het oordeel van de inspecteur ernstig gevaar voor personen opleveren, ii) overtredingen die geen dergelijk gevaar opleveren, iii) overtredingen die slechts een zeer geringe dreiging opleveren. Deze categorieën zijn relevant voor de wijze waarop wordt opgetreden.

Bij de eerste categorie zal de inspecteur het werk stilleggen. Bij de andere twee categorieën zal een mix van bestuurs- en strafrechtelijke instrumenten kunnen worden ingezet, waarbij de eis tot naleving met name bij de derde categorie wordt ingezet.

Het beleidsdocument geeft een geactualiseerd overzicht van wat verwacht mag worden van het handhavend optreden van ISZW bij Brzo-bedrijven. Het één en ander wordt verder ingekleurd door ander beleid, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de recent verschenen rapportage ‘Staat van de veiligheid Brzo-bedrijven 2019’.

Daaruit kan bijvoorbeeld worden opgemaakt dat in de komende periode meer aandacht zal worden besteed aan explosieveiligheid. Ook het thema ‘aging’ zal vermoedelijk speciale aandacht blijven krijgen.

Meer weten over strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving van het Brzo 2015 en Arbeidsomstandighedenwetgeving? Wij verzorgen regelmatig (in-house of op afstand) workshops op dit gebied. Neem contact op met één van onze specialisten!

Meer informatie

Print dit artikel