• Nieuws

Industrie let op: het afvalstoffenrecht gaat weer op de schop

10 oktober 2018
Bestuursrecht - Afvalstoffen - Strafrecht, economisch strafrecht en milieustrafrecht

Het is voor industriële bedrijven en afvalverwerkers van belang om op de hoogte te blijven van de regels die gelden voor de afvalstoffen waarmee zij werken. Op overtreding van die regels kunnen strenge straffen staan. Door de groeiende aandacht voor duurzaamheid wijzigen de regels voor afvalstoffenbeheer echter met regelmaat. Het Europees Parlement en de Europese Raad hebben recent opnieuw een aantal wijzigingen aangebracht in vijf richtlijnen met betrekking tot de verwerking en preventie van afvalstoffen (PB L50 van 14.06.18).* De wijzigingen zijn erop gericht om de overgang naar een circulaire economie te vergemakkelijken. Nederland en de andere EU-lidstaten zijn verplicht om te zorgen dat hun nationale wetgeving uiterlijk op 5 juli 2020 aan de gewijzigde richtlijnen voldoet. In dit artikel wordt stilgestaan bij de acht belangrijkste wijzigingen, zodat uw bedrijf weer up-to-date is.

Meer duidelijkheid over afvalstatus

De Europese wetgever wil marktpartijen meer zekerheid verschaffen over de afvalstatus van stoffen en voorwerpen. Het achterliggende doel is om duurzaam grondstoffengebruik te bevorderen. Voor marktpartijen is namelijk niet altijd duidelijk wanneer een materiaal als afvalstof kwalificeert. Dat is belangrijk omdat voor materialen die afvalstoffen zijn een specifiek wettelijk regime geldt (bijv. EVOA en H.10 Wet milieubeheer). Onzekerheid over de toepasselijkheid van dat regime belemmert het hergebruik van herwonnen grondstoffen. Het is daarom belangrijk dat materialen niet onnodig als afvalstof worden gekwalificeerd. In de gewijzigde KRA zijn daarom de volgende maatregelen voorgeschreven:

  • Lidstaten moeten passende maatregelen nemen om duidelijk(er) te maken wanneer een afvalstof de einde-afvalstatus verkrijgt (art. 6 KRA). Het onderscheid is van belang omdat de afvalstoffenwetgeving niet geldt voor stoffen die de einde-afvalfase hebben bereikt. De gewijzigde richtlijn noemt een aantal voorbeelden van mogelijke maatregelen om meer duidelijkheid te geven (preambule KRA, nr. 17).
  • De nieuwe KRA legt daarnaast de einde-afvalcriteria duidelijker vast. Onder de oude KRA werden vier voorwaarden genoemd, die fungeren als grondslag voor het vaststellen van Europese of nationale einde-afvalcriteria voor specifieke afvalstoffen. Onder het nieuwe systeem vormen de voorwaarden in artikel 6 KRA op zichzelf het toetsingskader voor de beoordeling van de einde-afvalstatus van alle afvalstoffen waarvoor (nog) geen criteria zijn vastgesteld. Eerder moest dat toetsingskader worden afgeleid uit de rechtspraak.
  • Lidstaten moeten verder maatregelen nemen om duidelijk te maken wanneer een stof of een voorwerp kwalificeert als bijproduct en niet als afvalstof (art. 5 KRA). Ook hier geldt dat het onderscheid van belang is omdat de afvalstoffenwetgeving niet geldt voor bijproducten. Naast de Europese Commissie krijgen lidstaten expliciet de bevoegdheid om criteria vast te stellen voor de bijproduct-status van specifieke producten. In de praktijk gebeurde dat overigens al. De Europese Commissie heeft eerder in een EU-richtsnoer (par. 1.2.8) aangegeven dat lidstaten de bevoegdheid hebben om nationale criteria voor bijproducten vast te stellen voor specifieke stoffen en materialen. Nederland heeft daarvan gebruik gemaakt door vaststelling van bijproduct-criteria voor ruwe glycerine.
  • Er gaat uitwisseling van informatie plaatsvinden tussen de lidstaten. Dit moet bijdragen tot een gemeenschappelijke interpretatie van de definitie van “afvalstoffen” (art. 38 KRA).

Om meer duidelijkheid te scheppen over het afvalstoffenbegrip heeft het Ministerie van I&W recent de Leidraad Afvalstof of Product gepubliceerd. Zie voor een uitgebreid overzicht van het huidige wettelijke kader en de problematiek rond het afvalstoffenbegrip mijn recente artikel in het tijdschrift Praktijk Omgevingsrecht.

Eisen aan afvalbeheer lidstaten

De Europese wetgever stelt daarnaast een aantal stevige eisen aan de lidstaten met betrekking tot het beheer van afvalstoffen:

  • Er worden minimumeisen gesteld aan de maatregelen die lidstaten moeten nemen ten behoeve van afvalpreventie (art. 9 KRA).
  • De doelstellingen voor de voorbereiding op hergebruik en recycling van afvalstoffen worden opgeschaald. Tegen 2035 moet de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval zijn verhoogd tot minimaal 65 gewichtsprocent van de totale hoeveelheid stedelijk afval (art. 11 lid 2 KRA). Tegen 2035 moet de hoeveelheid gestort stedelijk afval tot 10% of minder van de totale hoeveelheid stedelijk afval worden verminderd (art. 5 lid 5 RSA). Uiterlijk 31 december 2025 moet ten minste 65 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval worden gerecycleerd (art. 6 lid 1 RVV).
  • In het Landelijk Afvalbeheerplan moeten maatregelen worden opgenomen ter voorkoming en verwijdering van zwerfafval (art. 28 lid 3 KRA).
  • De lidstaten moeten uiterlijk op 31 december 2024 voor alle verpakkingen regelingen hebben ingesteld die de producenten mede verantwoordelijk maken voor de verwerking van verpakkingsafval, overeenkomstig art. 8 en 8 bis KRA. In Nederland is deze producentverantwoordelijkheid voor verpakkingen al geregeld in het Besluit beheer verpakkingen 2014. Deze regeling moet echter in overeenstemming worden gebracht met de KRA.

Tot slot

Gelet op de bovengenoemde wijzigingen is er werk aan de winkel voor de lidstaten. Zij moeten maatregelen doorvoeren om te komen tot een circulaire economie. Nederland is daar al druk mee bezig. In het Grondstoffenakkoord staan bijvoorbeeld afspraken om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Of dat gaat lukken valt moeilijk te zeggen. Wel is duidelijk dat wij de komende jaren nog de nodige wijzigingen in het afvalstoffenrecht kunnen verwachten. Bedrijven die werken met afvalstoffen zullen de wetgevingskalender dus goed in de gaten moeten houden. Ploum houdt u uiteraard ook op de hoogte.

Over Ploum

De sectie bestuurs- en strafrecht van Ploum Advocaten en Notarissen staat op dagelijkse basis bedrijven uit industrie en afvalsector en overheden bij met betrekking tot afvalwetgeving. Wij analyseren bijvoorbeeld of een herwonnen grondstof kwalificeert als afvalstof. Ook kunnen wij u vertellen welke regels gelden voor de handelingen die uw bedrijf verricht met afvalstoffen. Heeft u vragen over wet- en regelgeving met betrekking tot afvalstoffen? Bel of mail Stephan Sluiter, advocaat-partner op de sectie bestuursrecht en hoofdredacteur van het Sdu Journaal Afvalstoffen (06 10 93 56 20 of s.sluiter@ploum.nl).

* De wijzigingen zijn doorgevoerd door vaststelling van de volgende richtlijnen: (i) richtlijn (EU) 2018/849 tot wijziging van richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken (de “RA”), 2006/66/EG inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s (de “RBA”), en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (de “RAEEA”); (ii) richtlijn (EU) 2018/850 tot wijziging van richtlijn 1999/31 EG betreffende het storten van afvalstoffen (de “RSA”); (iii) richtlijn (EU) 2018/851 tot wijziging van kaderrichtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (de “KRA”); (iv) richtlijn (EU) 2018/852 tot wijziging van richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval (de “RVV”). 

Meer informatie

Print dit artikel