• Nieuws

Huisvesting van woonwagenbewoners: een actualisatie van het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid

20 april 2020
Bouw en Vastgoed

Het woonwagen- en standplaatsenbeleid (het ”woonwagenbeleid”) is geen gesneden koek. Dit komt doordat het woonwagenbeleid de laatste tijd onderhevig is geweest aan allerlei ontwikkelingen. In deze blog stippen wij de belangrijkste ontwikkelingen aan.

De grootste verandering in het woonwagenbeleid is de intrekking van de Woonwagenwet in 1999, waarbij het woonwagenbeleid is gedecentraliseerd. De gemeenten zijn door deze intrekking integraal verantwoordelijk voor de huisvesting van woonwagenbewoners. Er zijn na de intrekking door gemeenten verschillende beleidsvarianten gehanteerd, waaronder het uitsterfbeleid. Dit houdt in dat woonwagenstandplaatsen geheel verdwijnen door het verwijderen van vrijkomende standplaatsen of het aanbieden van reguliere huisvesting aan woonwagenbewoners. De meest gebruikte beleidsvarianten na deze intrekking, waaronder het uitsterfbeleid, blijken echter in strijd te zijn met nationale, Europese en internationale mensenrechtenstandaarden. Zo oordeelde het College voor de Rechten van de Mens in 2015 dat het uitsterfbeleid van woonwagenkampen discriminerend is. Het eendrachtig oordeel van de verschillende Internationale, Europese en nationale instanties is dat het woonwagenbeleid een nieuw kader behoeft, waarbij het mensenrechtelijk kader in acht wordt genomen.

Dit mensenrechtelijk kader houdt in dat de overheid zich actief moet inzetten ter bescherming en behoud van de woonwagencultuur, die zich kenmerkt door het wonen in een woonwagen en door het in familieverband samen wonen op een woonwagenlocatie. De overheid heeft in dit kader niet alleen een ‘’negatieve’’ verplichting, wat inhoudt dat bewoning van een woonwagen als onderdeel van de cultuur wordt beschermd. Ook heeft de overheid een ‘’positieve’’ verplichting waarbij de woonwagencultuur wordt gefaciliteerd. Concreet houdt dit in dat het woonwagenbeleid voorwaardenscheppend moet zijn om de woonwagenbewoners te verzekeren dat zij hun mensenrechten kunnen uitoefenen. Dit wordt door het Europese Hof voor de rechten van de Mens ‘’enjoyment of rights’’ genoemd.

Gemeenten moeten op grond van het mensenrechtelijk kader aandacht hebben voor de specifieke woonwagenbehoefte van woonwagenbewoners. Om die reden dient de lokale overheid te voorzien in voldoende woonwagenstandplaatsen.

Nederland heeft gehoor gegeven aan dit mensenrechtelijk kader. Op 12 juli 2018 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken in samenwerking met gemeenten, een beleids¬kader uitgebracht voor gemeentelijk woonwagenbeleid (“Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid”). Gemeenten moeten volgens dit beleidskader het woonwagenbeleid in overeenstemming met het mensenrechtelijk kader brengen.

Een gemeentelijk handreiking waarin concrete handvatten aan gemeenten worden aangeboden over het te vormen lokale beleid is echter nog in ontwikkeling. In deze handreiking zullen concrete stappen worden beschreven om gemeenten goed op weg te helpen om invulling te geven aan het woonwagenbeleid dat in overeenstemming is met de mensenrechten.

Verschillende partijen, waaronder Ploum, zijn bezig met de ontwikkeling van deze handreiking. Wilt u nu al advies over huisvesting van woonwagenbewoners? Neemt u dan contact op met Alexandra Danopoulos via 316 3922 3800 of a.danopoulos@ploum.nl