• Nieuws

    Duidelijk anders

    Kennis delen

Hoogte van billijke vergoeding moeilijk te motiveren

11 juni 2018
Arbeidsrecht

Na uitspraken van kantonrechters waarin in januari en april 2018 de twee hoogste billijke vergoedingen ooit werden toegekend, heeft ook de Hoge Raad zich onlangs wederom uitgelaten over de billijke vergoeding. Hoewel de Hoge Raad in het New Hairstyle-arrest een aantal niet-limitatieve gezichtspunten geeft voor het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding, ontbreekt een formule om deze te berekenen. Gelet op de nieuwe uitspraak lijkt een dergelijke formule er ook niet te komen.

De feiten van de zaak

De werkneemster is sinds 1999 in dienst als specialist ouderengeneeskunde bij Zinzia, een bedrijf dat verpleeghuiszorg verleent. Op enig moment wordt de werkneemster ervan beschuldigd een aantekening te hebben in het BIG-register en dit te hebben verzwegen voor haar werkgever. Ook zou sprake zijn van disfunctioneren. Zinzia biedt de werkneemster de keuze tussen een intensief verbetertraject of ontslag op haar eigen initiatief. Bovendien wordt de werkneemster een geheimhoudingsplicht opgelegd, die inhoudt dat zij hierover niet met collega’s mag praten. Ten slotte is de werkneemster op non-actief gesteld.

Verloop van de procedure

Naar aanleiding van bovenstaande feiten verzoekt de werkneemster de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, veroordeling van Zinzia tot betaling van een transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 120.000,-. De kantonrechter gaat over tot ontbinding en toewijzing van de transitievergoeding, en bepaalt de hoogte van de billijke vergoeding op € 70.000,-.

Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter met betrekking tot de billijke vergoeding en veroordeelt Zinzia tot betaling van een billijke vergoeding van € 25.000,-. Het handelen van Zinzia is volgens het hof aan te merken als ernstig verwijtbaar. Ten aanzien van de hoogte van de billijke vergoeding overweegt het hof dat werkneemster bijzonder onheus is behandeld. De billijke vergoeding dient in dit geval als compensatie voor de immateriële schade die werkneemster door deze behandeling heeft ondervonden en als middel om Zinzia te wijzen op de noodzaak haar gedrag in mogelijke volgende gevallen aan te passen. Daarvoor acht het hof een billijke vergoeding van € 25.000,- bruto redelijk.

Het oordeel van de Hoge Raad

Werkneemster klaagt dat het hof onvoldoende heeft uitgelegd waarom een lagere billijke vergoeding wordt toegewezen dan bij de kantonrechter. Ze heeft echter geen succes bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof duidelijk genoeg heeft uitgelegd hoe het hof de hoogte van de billijke vergoeding heeft bepaald. Daarbij is van belang, aldus de Hoge Raad, dat de omvang van de toe te kennen billijke vergoeding zich naar zijn aard moeilijk laat motiveren. Het hof hoefde niet in te gaan op (de afwijking van) het door de kantonrechter vastgestelde bedrag, maar kon volstaan met het vaststellen van een passend bedrag op grond van de relevante gezichtspunten die de Hoge Raad eerder heeft vastgesteld. Deze gezichtspunten zijn onder andere de vraag of de werknemer al ander werk heeft gevonden, de inkomsten die de werknemer had kunnen verwerven als de arbeidsovereenkomst was blijven bestaan en de mate van verwijtbaarheid aan de zijde van werkgever.

Conclusie

Voor werknemers is het zaak hun schade door het ontslag zoveel mogelijk te becijferen en onderbouwen en voor werkgevers om dit zoveel mogelijk te betwisten. Door deze uitspraak hoeft de rechter zelf in elk geval geen uitgebreide rekensommen te maken in zijn beschikking, zoals nu wel eens gebeurt: voldoende is om de gezichtspunten te noemen die een rol hebben gespeeld bij het begroten van de billijke vergoeding. Een concrete rekenmethode is dus nog lang niet in zicht.

Dit artikel is geschreven door Liselotte Straathof

Vragen over de billijke vergoeding? Neem dan contact op met onze sectie Arbeidsrecht.