• Nieuws

Het Europees Parlement zet in op een aangescherpte EU Klimaatwet

13 oktober 2020
Europees recht - Energie

De vaststelling van Europees beleid is gebaseerd op een proces met verschillende stappen van meerdere spelers om de vaak uiteenlopende belangen en meningen in Europa tot een compromis te brengen. Op mondiaal niveau was en is de Europese Unie een van de hoofdrolspelers op klimaatgebied, bijvoorbeeld waar het gaat om het beperken van CO2 emissies uit activiteiten van burgers, ondernemingen en instellingen.

Die beperking is één van belangrijkste instrumenten om de verplichtingen uit het Verdrag van Parijs van 2015 te halen met het doel de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad Celsius ten opzichte van het voor-industriële niveau. De EU en haar lidstaten hebben zich daaraan verbonden en al veel wetgeving voor diverse onderdelen vastgesteld. Europa moet daarom tegen het jaar 2050 het eerste klimaatneutrale continent zijn. De actuele discussie in Nederland en andere landen gaat om het tijdpad daar naartoe en met name per 2030.

In maart van dit jaar kwam de nieuwe Europese Commissie bij monde van Frans Timmermans onder het motto van de Green Deal tot het voorstel een EU Klimaatwet vast te stellen voor een bindende regeling met verplichtingen, doelstellingen, tijdpad en procedures. Dit voorstel werd afgelopen maand door de Commissie zelf aangescherpt tot de regel dat per 2030 in de EU een CO2 reductie van 55% moet zijn gehaald. Ook in veel lidstaten, waaronder Nederland, zijn de afgelopen jaren onder uiteenlopende benamingen wet- en regelgeving in werking getreden om de klimaatdoelen te bereiken. Deze EU Klimaatwet zorgt daarbij voor een overkoepeld kader.

Europees Parlement en Raad van Ministers als wetgevende macht

De bevoegdheid om bindende besluiten vast te stellen voor de lidstaten, ondernemingen en burgers wordt in de EU voor veel onderwerpen gedeeld tussen het Europees Parlement en de Raad. Deze instellingen moeten naar aanleiding van voorstellen van de Commissie in samenspraak tot besluitvorming (verordeningen, richtlijnen bijvoorbeeld) komen. Voor besluiten op belangrijke gebieden worden door de EU begrippen gebruikt die ook op het nationale vlak in zwang zijn. Zo kent de EU verordeningen met een gemeenschappelijk douanewetboek en ook een wetboek voor de geneesmiddelen. Een EU Klimaatwet past in die rij. De vorm van de verordening betekent dat verplichtingen nationale overheidsinstellingen, burgers en bedrijven rechtstreeks kunnen binden zonder dat eerst omzetting in nationale wetgeving nodig is.

Een onderdeel van het Commissievoorstel voor de Klimaatwet dat gevoelig ligt in de machtsverhoudingen, is de mogelijkheid die de Commissie zich toekent om via delegatie bindende besluiten vast te stellen, indien de inspanningen van een lidstaat niet ver genoeg zouden gaan om de doelstelling van klimaatneutraliteit of CO2 reductie op de afgesproken tijdsmomenten te halen. De Commissie motiveerde deze mogelijkheid met de noodzaak sneller en effectiever de klimaatdoelstelling te moeten bereiken, indien lidstaten onvoldoende voortvarend zijn. In de media werd van een machtsgreep gesproken.

Op de keper beschouwd valt dat wel mee. Het voorstel van de Commissie voorziet in betrokkenheid van de lidstaten bij bindende regels die over hen worden afgekondigd, zowel achteraf als vooraf. Vooraf kan de Commissie aanbevelingen richten tot een of meer lidstaten om hun wetgeving en/of beleid op een onderdeel aan te scherpen. Indien daar geen passend gevolg aan wordt gegeven, zou de Commissie via gedelegeerde regels een verplichting kunnen opleggen. Dat gebeurt veelvuldig op andere beleidsterreinen (het landbouwbeleid), waar de Commissie dagelijks besluiten moet nemen. Ook onder de Klimaatwet zou de Commissie een voorgenomen besluit direct aan de Raad en aan het EP sturen, die de gelegenheid heeft (hebben) zelf actie te ondernemen. Zo is van een verstoring van het wetgevend evenwicht binnen de EU geen sprake.

Goedkeuring van het voorstel met aanscherpingen van het Parlement

Woensdag 7 oktober 2020 stelde het EP met een aanzienlijke meerderheid zijn inzet vast over het voorstel met inbegrip van een groot aantal amendementen waarmee het voorstel werd gewijzigd en aangescherpt. Met die inzet gaat het Parlement de trialoog aan met de Raad en de Commissie om de komende maanden onder Duits voorzitterschap van de Raad tot een definitieve Klimaatwet te komen.

De belangrijkste wijzingen die het Parlement in het Commissievoorstel wil aanbrengen zijn aanzienlijk.

Ten eerste wil het EP een nog ambitieuzere doelstelling voor CO2 reductie door de Europese Unie in 2030. Dat zou naar 60% moeten worden verhoogd. Verwezen wordt naar de snelle achteruitgang van het klimaat die in verschillende wetenschappelijke onderzoeken is vastgesteld. Dat betreft de afkalving van het Poolijs en gletschers die zich aanzienlijk sneller dan eerder gedacht voltrekt en voor een deel onomkeerbaar is. De stijging van de zeespiegel die daar het gevolg van zal zijn, bedreigt het voortbestaan of functioneren van een aantal staten in Azië en Oceanië. De Commissie heeft inmiddels op die aanscherping gereageerd dat 55 % al bijna het maximum is dat door Europese landen tot 2030 kan worden gehaald. Verder wijst de Commissie erop dat er in haar voorstel voor de Klimaatwet mogelijkheden zijn opgenomen om bij latere tussenstappen in 2035, 2040 en 2045 verdergaande maatregelen te treffen, die zijn aangepast aan de dan weer voortgeschreden klimaatomstandigheden.

Het Parlement heeft de mogelijkheid van vaststelling van gedelegeerde verordeningen door de Commissie. De indieners van dit amendement wensen niet te tornen aan het principiële medebeslissingsrecht van het Parlement als onderdeel van het besluitvormingsproces binnen de Europese Unie. Wel worden de regels omtrent de uitvoering van aanbevelingen door de lidstaten versterkt. Zij moeten goed kunnen motiveren indien en waarom aanbevelingen van de Commissie niet worden gevolgd door daden in de vorm van besluiten en/of beleid. Indien nodig kan de Commissie altijd nog een nieuw voorstel voor een bijzondere regeling indienen.

Een andere aanpassing betreft de financiering van de maatregelen die de lidstaten moeten nemen ter uitwerking van het doel van klimaatneutraliteit en CO2 reductie in deze periode en daarna. Dat zijn ook bedragen die ten goede komen aan ondernemingen en burgers die de klimaatbevorderende maatregelen op basis van de vele programma’s zullen nemen.

Deze amendementen spelen mede in op de uitvoeringsstructuur die het EP voor ogen heeft voor de besteding van het Coronafonds van 750 mld. EURO, waartoe de Europese Raad enkele weken terug besloot na diverse nachtelijke vergaderingen. De stroomlijning van die bedragen gaat eveneens voor een belangrijk deel via de EU begroting, waar het Parlement een sterke positie heeft bevochten. Een deel van de Coronagelden zouden ook aspecten kunnen bevorderen van CO2 reductie en klimaatneutraliteit.

Ook het oorspronkelijke Commissievoorstel voor de Klimaatwet kende al een kostenplaatje en een regeling voor de besteding daarvan via de lidstaten en ten behoeve van burgers en ondernemers. Verder zien enkele amendementen van het Parlement op de systematiek die de EU hanteert voor klimaatbevorderende maatregelen van de industrie. Deels zullen deze aanscherpingen ook in andere EU wetgeving op die terreinen aan de orde kunnen komen. Zo zouden maatregelen die ondernemers buiten het gebied van de EU nemen, niet meer kunnen meetellen om de CO2 impact te compenseren die zij door commerciële activiteiten binnen de Unie veroorzaken.

Slot

Met deze amendementen heeft het EP zich stevig bewapend voor de trialoog, die zich de komende maanden zal afspelen om tot een EU Klimaatwet te komen. Dat gaat gelijk op met de andere heikele discussies voor de Duitse voorzitter die de Unie op het bord heeft, zoals de genoemde Covid-uitvoering, de nieuwe voorstellen over een Europees migratiebeleid en niet te vergeten de afloop van de Brexit discussie met het Verenigd Koninkrijk.

Meer informatie

Print dit artikel