• Nieuws

Een nieuwe episode in de Brexit story: het parlement, de rechter of een volksreferendum?

10 december 2018
Brexit

De poging van het Verenigd Koninkrijk om uit de Europese Unie te treden heeft de afgelopen maanden al veel verwarrende hoogtepunten gehad. De scenario’s die thans voor de Engelse bevolking zelf, maar ook voor burgers en ondernemingen gevestigd op het Europese continent, redelijkerwijs te verwachten zijn, krijgen de komende dagen en weken weer belangrijke beslismomenten.

Het Uittredingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk is op 25 november jl. goedgekeurd door de Europese Raad. Aan de Engelse kant is er deze week een vijfdaags marathondebat in het Lagerhuis, dat moet resulteren in een stemming op 11 december a.s. Als het akkoord zou worden afgestemd, komt er een harde Brexit, tenzij op twee andere fronten nieuwe perspectieven zouden worden geopend.

Het EU Hof van Justitie

Met het adagium dat als de politiek er niet uitkomt, de rechter het oordeel moet vellen, heeft een Schotse rechter aan het EU Hof van Justitie in Luxemburg de vraag voorgelegd of de aankondiging van het Engelse vertrek uit de EU door de Engelse regering op 29 maart 2017 kan worden ingetrokken. Het Hof is voor de beantwoording van die vraag een versnelde procedure begonnen. Een uitspraak ná 29 maart 2019 zou natuurlijk geen zin meer gehad. Afgelopen week heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie voorgesteld de Schotse rechter te antwoorden dat de Engelse regering haar eerdere aankondiging bij de Europese Raad inderdaad zou kunnen intrekken. Bij arrest van maandag 10 december jl heeft het Hof inmiddels uitgesproken in grote lijnen het standpunt van de AG te delen. Het Hof lichtte toe dat bij een intrekking van de eerdere aankondiging de EU te willen verlaten de lid-staat zijn lidmaatschap van de Unie in ongewijzigde status bevestigt en de terugtrekkingsprocedure daarmee beëindigt. Het is nu aan de Schotse rechter een beslissing in de bodemprocedure te nemen. Daarna zou de Engelse regering eventueel van de mogelijkheid gebruik kunnen maken om de eerdere verklaring weer in te trekken. Dan vervalt de fatale termijn van 29 maart 2019 en zou het Uittredingsakkoord dat zo moeizaam tot stand is gekomen ( de Noord-Ierse kwestie) de prullenbak in kunnen. Daarmee is het perspectief weer verschoven naar het debat van deze week in het Engelse Lagerhuis.

Debat in het Lagerhuis

Indien morgen een meerderheid van het Engelse Parlement voorstemt en het Uittredingsakkoord wordt goedgekeurd, zal per 29 maart 2019 de overgangsregeling die tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk is afgesproken nog voor een kleine twee jaar kunnen gaan gelden. Er is in dat geval geen harde Brexit per 29 maart aanstaande, grenscontroles zijn nog niet nodig en de banden met Engelse ondernemingen kunnen in die periode nog blijven voortbestaan zoals thans het geval is. De kans daarop lijkt echter op dit moment niet erg groot. Een variant hierop is dat de stemming in het Lagerhuis op het laatste moment wordt aangehouden en dat het VK in Brussel een laatste poging doet het Uittredingsakkoord open te breken en nieuwe concessies verlangt.

Afstemming van het akkoord en de val van de regering lijken daarentegen zeer wel denkbaar met de mogelijkheid van nieuwe verkiezingen of een nieuw referendum, waar de vraag over de verhouding tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU aan de orde komt. Ook dat hoeft niet te betekenen dat er alsnog per 29 maart 2019 een harde Brexit zal komen. Een nieuwe regering (een nieuwe premier) en/of een nieuwe uitkomst van een volksreferendum kunnen aanleiding zijn de eventuele mogelijkheid van ongedaan making van de aankondiging van maart 2017 te benutten. De tijd daarvoor is erg kort, mogelijk te kort. Zitten we dan nu in een catch-22 situatie dat een harde Brexit per 29 maart 2019 onvermijdelijk is geworden ? Ook dat hoeft niet. De mogelijkheid blijft bestaan dat het Verenigd Koninkrijk en de EU bij unanimiteit dan alsnog beslissen om de datum van 29 maart 2019 wat op te schuiven, zodat er tijd is om de uitkomst van nieuwe verkiezingen of een tweede referendum recht te doen en gebruik te maken van de mogelijkheid die dan via de rechters tot stand is gebracht. Dat zou uiteindelijk kunnen betekenen dat het VK gewoon lid van de EU blijft.

Voor de liefhebber van het staatsrecht zijn dit wellicht spannende tijden, waaraan ook illustere voorgangers zoals Montesquieu en De Tocqueville hun gedachten zouden hebben gescherpt. Voor de 540 miljoen Europese burgers aan beide kanten van de Noordzee en alle ondernemingen die daar actief zijn begint dit mogelijk meer het karakter te krijgen van een Griekse tragedie. Dat is wrang, als men bedenkt dat er in juni 2019 nieuwe verkiezingen worden gehouden voor het Europees Parlement. Of daar ook de Engelse burgers aan mee zullen kunnen doen en of Engelse kandidaten dan in het EP kunnen worden verkozen hangt af van de uitkomst van af deze scenario’s. Wordt vervolgd.

Meer informatie

Print dit artikel