• Nieuws

Douanewaarde groente- en fruitproducten

05 februari 2020
Douane - Voedsel- en warenpraktijk - Douane, handel en logistiek

Nederland is groot in de productie, import en export van groenten en fruit. De Nederlandse groente- en fruitsector is een belangrijke motor van onze economie en levert een significante bijdrage aan de wereldwijde behoefte aan gezonde voeding voor miljoenen mensen. Nederland produceert niet alleen veel groente- en fruit maar vervult ook een belangrijke rol in het transport van en naar het Europese achterland. Voorts wordt bij de Nederlandse douane veel uit andere delen van de wereld geïmporteerd groente en fruit voor het vrije verkeer aangegeven.

Wanneer goederen uit derde landen in de Europese Unie (EU) in het vrije verkeer worden gebracht, moet een invoeraangifte worden gedaan. Daarbij moet de douanewaarde worden opgegeven. Dat geldt uiteraard ook bij het in het vrije verkeer brengen van groente- en fruitproducten. Ten aanzien van groente- en fruitproducten gelden specifieke regels voor het vaststellen van de douanewaarde.

Hieronder geven wij een overzicht van de verschillende situaties en daarbij behorende regels die voorschrijven op welke wijze de douanewaarde moet worden vastgesteld.

1. Er is een overeenkomst van koop en verkoop (ook bij consignatie).

Als er een koopovereenkomst is die betrekking heeft op de aan te geven producten, moet de transactieprijs als basis worden genomen voor het bepalen van de douanewaarde. Ook als sprake is van consignatie. Het kan namelijk voorkomen dat de consignatiehouder de producten in eigen naam en voor eigen rekening voor het binnenbrengen van de producten aan een afnemer verkoopt, nadat hij zelf eerst koper van de producten is geworden (artikel 70 Douanewetboek van de Unie (DWU) en 128 lid 1 Uitvoeringsverordening DWU (UDWU)).

2. Verkoop nadat de producten in het vrije verkeer zijn gebracht (consignatie).

Indien de verkoop van de ingevoerde producten door tussenkomst van de consignatiehouder plaatsvindt nadat deze in het vrije verkeer zijn gebracht, is er geen sprake van een verkoop voor het binnenbrengen van de producten. De douanewaarde van de ingevoerde goederen kan dan niet worden gebruikt. In dat geval zal de douanewaarde moeten worden bepaald door middel van een van de andere vijf methoden voor het vaststellen van de douanewaarde (dat zijn de transactiewaarde van identieke goederen of van soortgelijke goederen, kostprijsberekening (berekende waarde), de terugrekenmethode of de toepassing van redelijke middelen) (artikel 74 DWU).

3. Eenheidsprijzen

Indien geen verkoop bekend is voor dat de producten worden binnengebracht, kan de douanewaarde worden vastgesteld met gebruikmaking van de vereenvoudigde methode van eenheidsprijzen. Deze eenheidsprijzen worden periodiek door de Europese Commissie bekend gemaakt en er wordt in het gebruikstarief in een voetnoot naar verwezen. Let wel dat het gebruik van eenheidsprijzen niet is toegestaan als voor het betrokken product een standaardinvoerwaarde is vastgesteld.

4. Standaardinvoerwaarde bij consignatie.

Verordening 2017/892 bevat in hoofdstuk VI bepalingen over het invoerprijssysteem en invoerrechten. Op basis van artikel 38 lid 2 van deze Verordening is de eenheidsprijs niet van toepassing als voor bepaalde producten een standaardinvoerwaarde is vastgesteld. Dit artikel luidt:

“2.  Wanneer voor de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde producten en toepassingsperioden een standaardinvoerwaarde wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 75 van die verordening en dit artikel, is de in artikel 142 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie bedoelde prijs per eenheid niet van toepassing. De prijs per eenheid wordt dan vervangen door de in lid 1 bedoelde standaardinvoerwaarde.”

Verordening 2017/891 geeft in Titel III “Handel met derde landen invoerprijssysteem” voorschriften voor de vaststelling van de invoerprijs voor groente- en fruitproducten. Artikel 75 lid 4 schrijft voor dat de douanewaarde van in consignatie ingevoerde producten moet worden bepaald door de terugrekenmethode van artikel 74 DWU en wel door gebruik te maken van de standaardinvoerwaarde.

De Europese Commissie maakt deze standaardinvoerwaarde via het Taric bekend.

5. Samenvatting

Is er een verkoop van de in te voeren producten bekend voor dat de goederen worden binnengebracht, dan moet de douanewaarde worden vastgesteld op basis van de transactieprijs. Dat is ook zo als sprake zou zijn van consignatie, maar de consignatiehouder de producten voor het binnenbrengen al op eigen naam heeft gekocht.

In geval er wel een verkoop heeft plaatsgevonden, maar er geen prijs bekend is, moet de douanewaarde met behulp van een van de andere methoden van artikel 74 DWU worden vastgesteld.

Als er geen verkoop heeft plaatsgevonden voor het binnenbrengen van de producten, kan de douanewaarde worden vastgesteld met gebruik van eenheidsprijzen, tenzij voor de desbetreffende de producten een standaardinvoerwaarde is vastgesteld.

Eenheidsprijzen en de standaardinvoerwaarde worden in het Taric vermeld of er wordt in het Taric met een voetnoot naar verwezen.

Wilt u meer weten over de regels rondom de douanewaarde of heeft u andere vragen over het douanerecht? Neemt u dan gerust contact op met ons douaneteam. Wij voorzien u graag van advies. Ploum’s sectie Douane, Handel & Logistiek focust naast douane, handel en transport met name ook op de voedsel- en warenpraktijk (NVWA).

Meer interesse omtrent dit onderwerp? Meld je dan aan voor de gratis Masterclass ‘Inkoop- en verkoopcontracten voor food en feed bedrijven – risico’s en tips’ die plaatsvindt op 24 september in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam. 

Meer informatie

André Jansen

M +31 6 55815974
E a.jansen@ploum.nl

Print dit artikel