• Nieuws

De tariefindeling van drones

06 februari 2020
Douane - Douane, handel en logistiek - Douane, handel en logistiek

Drones zijn niet meer weg te denken. Dienden drones in eerste instantie vooral voor recreatief gebruik, bedrijven en overheidsinstellingen zetten drones inmiddels ook steeds vaker in voor professionele doeleinden. Drones worden dan ook in allerlei vormen en maten ontworpen en worden, afhankelijk van hun gebruiksdoel, voorzien van verschillende applicaties. Vanuit douane-technisch perspectief komen bij drones interessante vraagstukken kijken. Bij nieuwe producten werpt zich namelijk de vraag op hoe deze in het gebruikstarief moeten worden ingedeeld. Welke tariefpost en postonderverdeling is van toepassing? Dit is van belang om te weten, omdat het bepalend is voor de hoogte van de invoerrechten die moeten worden betaald bij import in de Europese Unie (EU). Kortom: wat zijn drones tarief technisch?

Classificatie van goederen in een notendop

Als goederen van oorsprong uit derde landen in de EU worden geïmporteerd, moeten deze met een douaneaangifte voor het vrije verkeer worden aangegeven. Afhankelijk van het douanetarief, de oorsprong en de douanewaarde zijn invoerrechten verschuldigd. Voor het bepalen van het douanetarief (in de regel een percentage over de douanewaarde) moet eerst de goederencode worden bepaald. Dit gebeurt aan de hand van het gebruikstarief en de algemene indelingsregels.

Op globaal niveau (wereldwijd) worden goederen in het ‘Geharmoniseerd Systeem’ (GS) ingedeeld in posten (vier cijfers) en postonderverdelingen (twee cijfers en dus in totaal zes). In de EU is het gebruikstarief nader uitgewerkt in de ‘Gecombineerde Nomenclatuur’ (GN) (tot het niveau van in totaal 8 cijfers). De GN voegt aan de post en postonderverdeling van het GS dus nog twee cijfers toe. Daarnaast zijn er (aanvullende) Taric- en nationale codes.

Met behulp van de algemene indelingsregels wordt vastgesteld wat de juiste goederencode voor een product is. De bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken zij hierbij wettelijk bepalend. De Europese Commissie en de Wereld Douane Organisatie (WDO) bieden soms ook handreikingen voor de indeling van producten in het tarief (indelingsadviezen en toelichtingen). De Europese Commissie kondigt verder regelmatig indelingsverordeningen af. Daarmee schrijft de Europese Commissie voor een specifiek product een bepaalde goederencode bindend voor en geeft daarbij een korte toelichting. Een dergelijke indelingsverordening is voor identieke goederen in de EU rechtstreeks van toepassing en algemeen verbindend. Hierbij geldt wel de kanttekening dat de Europese Commissie niet bevoegd is de reikwijdte van de posten in te perken of te verbreden. Ook als het product weliswaar niet identiek, maar wel soortgelijk is, kan een indelingsverordening soms aanwijzingen geven voor de indeling van het andere product. Verder zijn onder andere de GS-toelichting, de GN-toelichting en de WDO-indelingsadviezen belangrijke, maar niet wettelijk bepalende, hulpmiddelen bij de interpretatie van het gebruikstarief.

Technologische vooruitgang

De technologische vooruitgang gaat de afgelopen decennia in rap tempo; productontwikkeling staat bepaald niet stil. Veel nieuwe producten komen op de markt. Deze moeten bij de indiening van een invoeraangifte uiteraard ook in het GS en de GN worden ingedeeld. Het kan zijn dat  nieuwe producten goed aansluiten bij de tariefposten en postonderverdelingen van reeds bestaande en ingedeelde producten. Sommige producten zijn echter zo vernieuwend dat er eigenlijk geen bestaande post is die goed aansluit. Daarnaast worden in nieuwe producten regelmatig de functies van verschillende bestaande producten gecombineerd. Dat levert bij de classificatie de uitdaging op dat tussen verschillende posten moet worden gekozen. Er zijn ook regels die voorschrijven hoe zo een keuze moet worden gemaakt, maar het toepassen daarvan in de praktijk kan gecompliceerd zijn. Soms is er simpelweg geen eenduidig antwoord te geven. Het is  dan wachten tot het moment dat het nieuwe product in kwestie zelfstandig wordt ingedeeld. Het GS en de GN worden daarom periodiek aangepast. Het GS wordt iedere vijf jaar aangepast. De GN wordt jaarlijks herzien.

Classificatie van de drone

Drones hebben verschillende specificaties en verschillende functies. De indeling van drones is daarmee geen gegeven. Gelukkig bieden de WDO en Europese Commissie enige verheldering.

De discussie vindt primair op postniveau plaats. Daarbij speelt de vraag of een drone moet worden beschouwd als:

  • een (video)camera (post 8528);
  • een luchtvaartuig (post 8802); of
  • speelgoed (post 9503)?

Drone met videocamera of videocamera met drone?

De WDO heeft de afgelopen jaren twee keer een advies afgegeven. Met een indelingsadvies van maart 2015 heeft de WDO een drone met een (video)camera (29 cm x 29 cm x 18 cm met een gewicht van 1.160 gr), die met een smartphone wordt bediend, ingedeeld onder goederencode 8525 80 (GS commissie, 55e zitting nr. 21). In maart 2019 heeft de WDO wederom een drone ingedeeld. Deze drone is qua omvang en gewicht vergelijkbaar (diagonale afmeting 35 cm en een gewicht van 1.388 gr). Ter bevordering van de navigatie is in de drone ook een GPS en een GLONASS ingebouwd. Ook deze drone moet volgens de WDO als (video)camera onder post 8528 worden ingedeeld (GS commissie, 63e zitting, nr. 78). Is een drone uitgerust met een (video)camera, dan zal het product dus waarschijnlijk zijn wezenlijk karakter aan de (video)camera ontlenen.

Speelgoed versus luchtvaartuig

De Europese Commissie heeft zich uitgelaten over drones zonder (video)camera. Indelingsverordening nr. 2017/285 van 15 februari 2017 betrof een op afstand bestuurbaar hefschroefvliegtuig met een diagonale lengte van 35 centimeter en een gewicht van 1.030 gram. De drone wordt met een afstandsbediening bediend en heeft een maximale vliegsnelheid van ongeveer 54 km/h. De geavanceerde vliegsystemen en de aanzienlijke maximumsnelheid leiden er toe dat deze drone niet als speelgoed kan worden ingedeeld. De Europese Commissie heeft de drone daarom ingedeeld als luchtvaartuig onder post 8802. Verder heeft de Europese Commissie in de GN-Toelichting (2017/C 35/04) een aanwijzing gegeven dat drones met een laag gewicht, een beperkte maximumsnelheid en zonder geavanceerde elektronische apparatuur als speelgoed (post 9503) moeten worden aangemerkt. De (ver)gaande toepassingsmogelijkheden of juist de beperking daarvan lijken dan ook het verschil te maken tussen de indeling van een drone onder de post voor speelgoed of als luchtvaartuig.

Andere functies en applicaties

Drones worden ook voor andere doeleinden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan het uitvoeren van onderhoudsinspecties, het inventariseren van magazijnvoorraden en het bezorgen van voedsel. Ook in de landbouw worden drones toegepast. Als een drone specifiek voor bepaalde doeleinden is ontworpen, kan dit leiden tot een andere indeling in het gebruikstarief. Het is namelijk goed denkbaar dat de vluchtfunctie slechts faciliterend is aan de (hoofd)bestemming van het product.

Aanbevelingen voor de praktijk

Voor producenten van drones is het niet alleen van belang om kennis van de productregelgeving te vergaren. Ook is het aan te raden de invloed die het ontwerp en de functies van een product op de tariefindeling kunnen hebben in ogenschouw te nemen (tariff design). Het douanerecht beïnvloedt immers de prijs van een product.

Ook  voor importeurs is het van belang om te weten waar zij aan toe zijn wanneer zij drones uit derde landen in de EU importeren. Het bij invoer te betalen douanerecht is een factor van belang bij het berekenen van de kostprijs van een product. Uiteraard wil een importeur niet te veel betalen. Maar hij wil ook niet achteraf worden geconfronteerd met een navordering van de douane (een zogenoemde Uitnodiging tot Betaling (UTB)), omdat de douane zich op het standpunt stelt dat de drones onder een onjuiste goederencode zijn ingedeeld in de invoeraangifte en dat daarom te weinig rechten zijn betaald. De douane kan in beginsel tot drie jaar terugkomen op een aangifte en een navordering opleggen. Dat kan in de praktijk oplopen tot een claim van aardige omvang als zendingen regelmatig zijn geïmporteerd onder een goederencode met een lager percentage invoerrecht dan dat de douane juist acht. Tegen een UTB kan weliswaar bezwaar worden ingesteld bij de douane, maar een bezwaar- en eventuele beroepsprocedure kan lang voortduren. Dit kan dus beter worden voorkomen.

Het kan zinvol zijn om vooraf duidelijkheid te verkrijgen over de juiste classificatie van een product. Die zekerheid kan u verkrijgen door bij de douane een Bindende Tariefinlichting (BTI) aan te vragen. Of het verstandig is een BTI aan te vragen, hangt van verschillende factoren af. Bedrijven die overwegen een BTI aan te vragen doen er verstandig aan een zorgvuldige afweging te maken en de BTI-aanvraag voor te bereiden. Dat is niet alleen een technische exercitie, ook juridische aspecten moeten worden meegewogen.

Wilt u meer weten over classificatie van drones of van andere producten, het aanvechten van een UTB of overweegt u een BTI aan te vragen? Neemt u dan gerust contact op met ons douaneteam. Wij voorzien u graag van advies.

Meer informatie

Print dit artikel