• Nieuws

De NVWA meldplicht in het kader van voedselveiligheid

27 januari 2020
Voedsel- en warenpraktijk

Meldplicht bij onveilig voedsel

Ieder bedrijf dat betrokken is bij de productie, opslag en handel in levensmiddelen heeft op grond van de Europese levensmiddelenregelgeving een meldplicht. Die meldplicht geldt wanneer een levensmiddel dat in de handel is gebracht niet aan de voedselveiligheidsvoorschriften voldoet. Onder levensmiddelen worden overigens ook begrepen grondstoffen en halffabricaten. In het bijzonder als het levensmiddel schadelijk voor de gezondheid kan zijn, moet het levensmiddelenbedrijf ook publiekelijk een terugroepactie (recall) uitvoeren, bijvoorbeeld door consumenten te waarschuwen.

Melding aan NVWA

Die melding moet worden gedaan aan de toezichthoudende autoriteit. In Nederland is dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Aan de hand van de daarbij verstrekte informatie zal de NVWA op grond van de ernst en de verspreiding van het product binnen de EU een inschatting van de risico’s maken en vervolgens beslissen of door middel van een zogenaamde Rapid Alert (via het RASFF systeem) toezichthouders en bedrijven in andere lidstaten moeten worden gewaarschuwd.

Discussies in de praktijk

In de praktijk zien wij vaak discussies ontstaan tussen levensmiddelenbedrijven en de NVWA. Die gaan met name over de vraag of bedrijven al dan niet een meldplicht hebben als zij hun producten (nog) niet uitgeleverd hebben aan afnemers. Als de NVWA oordeelt dat ten onrechte niet, of niet tijdig, gemeld is dan legt zij doorgaans een boete op.

Regelgeving over meldplicht

Wat bepaalt de regelgeving hierover? De meldplicht is te vinden in artikel 19 van de Algemene Levensmiddelenverordening (ook wel General Food Law genoemd). Deze verordening geldt rechtstreeks in de Europese lidstaten. In lid 1 staat:

Indien een exploitant van een levensmiddelenbedrijf van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een levensmiddel dat hij ingevoerd, geproduceerd, verwerkt, vervaardigd of gedistribueerd heeft niet aan de voedselveiligheidsvoorschriften voldoet, leidt hij onmiddellijk de procedures in om het betrokken levensmiddel uit de handel te nemen wanneer dit de directe  controle van de exploitant van een levensmiddelenbedrijf heeft verlaten, en de bevoegde  autoriteiten daarvan in kennis te stellen.

En in lid 3:

Een exploitant van een levensmiddelenbedrijf stelt de bevoegde autoriteiten onverwijld in kennis als hij van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem in de handel gebracht  levensmiddel schadelijk voor de menselijke gezondheid kan zijn

Naast dat er dus aanwijzingen moeten zijn dat het product niet aan de voorschriften voldoet, althans onveilig is, geven beide bepalingen weer dat het moet gaan om producten die in de handel zijn gebracht.

Meldplicht volgens NVWA

De visie van de NVWA op de meldplicht komt het duidelijkst naar voren in de Meldwijzer die de NVWA heeft gepubliceerd en die onlangs is vernieuwd. In de toelichting onder (1) van de meldwijzer merkt de NVWA het volgende op over het begrip “in de handel brengen”:

Het levensmiddel in eigen beheer in de laatste fase in het proces (opslag) vóórdat het product als halffabrikaat of als eindproduct wordt geleverd aan de volgende schakel in de keten valt dus ook al onder deze definitie. Indien er sprake is van een zgn. ‘positive release’ (analyse vòòr vrijgave) van levensmiddelen uit eigen productie als onderdeel van het HACCP-plan, dan valt dat niet onder deze definitie [van in de handel brengen].

Het standpunt van de NVWA komt er dus op neer dat een product al in de handel is als het na het proces in opslag staat, tenzij er sprake is van positive release vrijgave, dus van vrijgave na een succesvolle analyse op één of meerdere voedselveiligheidsaspecten van het product.

In de handel: gereed voor verkoop

De Algemene Levensmiddelenverordening zegt in artikel 3 lid 8 evenwel letterlijk dat een product (pas) in de handel is als het levensmiddelenbedrijf het product voorhanden heeft met het oog op verkoop.

Hoewel tussen beide formuleringen niet veel licht lijkt te zitten, is er wel degelijk een verschil. Niet ieder product dat in opslag staat na voltooiing van een productieproces, is immers voorhanden met het oog op verkoop.

In de praktijk zien wij dat de NVWA al snel oordeelt dat producten in de handel zijn en dat bedrijven bij het vinden van onregelmatigheden in een product een meldplicht zouden hebben (die zij schenden als zij niet uit eigen beweging tot melding overgaan). Levensmiddelenbedrijven daarentegen zijn in dergelijke gevallen vaak – en naar onze mening terecht – van oordeel dat zij, wanneer in de loop van het productieproces onregelmatigheden aan het licht komen, zelfstandig in overeenstemming met hun eigen kwaliteitssysteem (HACCP) naar een oplossing kunnen zoeken, bijvoorbeeld door de betreffende partij te blokkeren voor verder onderzoek en, waar mogelijk, het treffen van beheersingsmaatregelen.

Vragen over meldplicht

Voor vragen over de meldplicht en andere onderwerpen binnen het levensmiddelenrecht zijn wij u graag van dienst.

Ploum heeft een gespecialiseerde Voedsel- en warenpraktijk die in breder verband deel uitmaakt van onze sectie Douane, Handel en Logistiek.

Meer interesse omtrent dit onderwerp? Meld je dan aan voor de gratis Masterclass ‘Inkoop- en verkoopcontracten voor food en feed bedrijven – risico’s en tips’ die plaatsvindt op 23 april in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam.