• Nieuws

De nieuwe SDE++ subsidie komt dit najaar beschikbaar. Dit zijn de hoofdlijnen.

03 april 2020
Energie

Minister Wiebes heeft aangekondigd dat de eerste ronde van de verbrede Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++ regeling) tussen 29 september en 22 oktober 2020 wordt opengesteld. De SDE++ regeling richt zich op de vermindering van broeikasgasemissie op Nederlands grondgebied. Het budget van de eerste subsidieronde bedraagt 5 miljard euro. In dit blog beschrijven wij de hoofdlijnen van de nieuwe SDE++ regeling.

CO₂-reducerende technologieën

Sinds 2008 stimuleert de overheid hernieuwbare energietechnieken door middel van SDE+ subsidies. Projecten die energie opwekken met behulp van biomassa, geothermie, water, wind en zon kwamen in aanmerking voor een subsidie die de onrendabele top van deze technieken vergoedde. Dit voorjaar werd de laatste ronde van de SDE+ subsidie in de “oude vorm” opengesteld.

De SDE++ regeling maakt het mogelijk dat naast hernieuwbare energieproductie ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking komen voor subsidie. De SDE++ regeling houdt verband met de doelstelling van het kabinet om in 2030 CO₂ emissies met 49% te reduceren ten opzichte van 1990.

Onrendabele top

De SDE++ regeling zal, net als de SDE+ regeling, technieken stimuleren door de onrendabele top daarvan te vergoeden. De onrendabele top is het verschil tussen de kostprijs van de techniek die de CO₂ reduceert (het “basisbedrag”) en de marktwaarde van het product dat de techniek oplevert (het “correctiebedrag”).

Gefaseerde openstelling

Net als onder de SDE+ regeling verloopt de openstellingsronde voor de SDE++ in fases (zie tabel 1). Hierbij wordt uitgegaan van de verwachte subsidiebehoefte.

Openstellingsronde SDE++ 2020 Fasegrenzen €/ton CO₂
29 september, 9.00 uur 70
5 oktober, 17.00 uur 85
12 oktober, 17.00 uur 180
19 oktober, 17.00 uur tot 22 oktober, 17.00 uur 300

Tabel 1: Fasering openstellingsronde SDE++ 2020

Een belangrijk nieuw element in de SDE++ is de rangschikking op basis van kosten per vermeden ton CO₂-emissies. Tijdens de eerste fase kunnen alleen projecten met een subsidiebehoefte tot een bepaald subsidiebedrag per vermeden ton CO₂ een aanvraag indienen. Vervolgens wordt de subsidie stapsgewijs opengesteld voor duurdere projecten tot aan de hogere fasegrenzen. De maximale subsidie-intensiteit waarop technieken in 2020 aanspraak kunnen maken is € 300 per vermeden ton CO₂. Deze rangschikkingsmethode stimuleert aanvragers om projecten voor een zo laag mogelijke subsidie in te dienen.

Subsidieplafond 2020

Het openstellingsbudget van de SDE++ in het najaar van 2020 is € 5 miljard. In beginsel kent de SDE-systematiek één integraal budgetplafond voor alle categorieën.

Conform het Klimaatakkoord gelden daarbij enkele uitzonderingen. Voor hernieuwbare elektriciteit uit zon en wind geldt een maximum van 35 TWh aan subsidiabele productie. Ook voor CO₂-afvang en -opslag (“CCS”) is een afzonderlijk plafond ingesteld. Door een afzonderlijk plafond in te stellen voor deze categorieën wordt een grens gesteld aan de uitgaven aan de betrokken sector of techniek, om te voorkomen dat al het geld naar één sector gaat of de energietransitie afhankelijk wordt van één specifieke techniek.

Nieuwe subsidiabele technieken

Door de verbreding van de stimuleringsregeling komen meer technieken in aanmerking voor subsidie. In 2020 wordt een aantal nieuwe technieken toegevoegd aan de SDE++, waaronder aquathermie, waterkracht, osmose, CO₂-afvang en -opslag (“CCS”), industriële restwarmte, warmtepompen, elektrische boilers en waterstofproductie door elektrolyse. Voor enkele hernieuwbare energietechnieken, waaronder geothermie en hernieuwbare warmte, wordt een nieuwe categorie toegevoegd.

Energiebesparing in de industrie wordt niet toegevoegd aan de SDE++. Dit past qua systematiek niet goed in de SDE++. Zo is er geen sluitend systeem om vermeden energieverbruik te meten en daar eenduidig een CO₂-reductie aan te koppelen. Ook zijn de kosten en besparing van energiebesparingsmaatregelen per project zeer verschillend. De Minister gaat bezien of een ander instrumentarium geschikt is om deze energiebesparing te stimuleren.

De verbreding is hiermee nog niet afgerond. Technieken die in 2020 nog niet in aanmerking komen voor subsidie kunnen op een later moment nog in de SDE++ worden opgenomen. Zo wordt onderzoek gedaan naar openstelling voor de productie van geavanceerde biobrandstoffen, recycling van kunststoffen en CO₂ afvang en -levering aan de glastuinbouw.

Wijziging subsidieregels

Daarnaast wijzigen de subsidieregels voor een aantal categorieën. Hierna volgt een overzicht van enkele belangrijke wijzigingen:

  • De Minister bekijkt nog of het mogelijk is om het subsidiebedrag te corrigeren voor vermeden kosten op grond van het Emissiehandelssysteem (ETS) of opbrengsten uit de verkoop van ETS-rechten, zodat marktpartijen met én zonder ETS-voordelen een beter bij hun situatie passende subsidie krijgen.
  • De Minister beperkt het maximum basisbedrag voor zon-op-water systemen, omdat hij geen meerprijs wil betalen ten opzichte van projecten op land. De kosten voor zon-op-water lijken substantieel hoger te zijn dan voor zon-op-veld. Het basisbedrag voor projecten op water wordt daarom vastgesteld op het tarief van zonprojecten kleiner dan 1 MWp.
  • De verwachting is dat zon op dak eerder voor subsidie in aanmerking zal komen dan grondgebonden systemen. In de SDE++ zal de relatieve rangschikking van systemen met eigen verbruik verbeteren ten opzichte van systemen zonder eigen verbruik. Dakgebonden zon-PV systemen hebben daarbij in de regel meer eigen verbruik dan grondgebonden systemen. De Minister stimuleert daarmee de voorkeursvolgorde voor de realisatie van zon-PV projecten, ook wel bekend als de “zonneladder”. Zie daarover dit blog van onze hand.
  • De waarde van garanties van oorsprong voor hernieuwbare elektriciteit wordt met ingang van de najaarsronde jaarlijks vastgesteld en meegenomen in het correctiebedrag. Een Garantie van Oorsprong is een bewijsstuk waarmee de afkomst van de duurzaam geproduceerde energie aangetoond kan worden. De waarde daarvan is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De Minister wil dat nu verdisconteren in het subsidiebedrag.
  • Net als in de openstellingsronde van de SDE+ in het najaar 2019 en de openstellingsronde in het voorjaar van 2020 zal voor hernieuwbare elektriciteitsprojecten een positieve transportindicatie nodig zijn voor een succesvolle aanvraag voor SDE++. De Minister gaf recentelijk aan dat hij ook een Wnb-vergunning verplicht wil stellen bij een aanvraag voor bepaalde categorieën.

In 2020 zal nog niet worden gecorrigeerd voor de CO₂-heffing, omdat deze regeling nog wordt uitgewerkt. In het uitvoeringsbesluit wordt wel een mogelijkheid opgenomen om op een later moment voor de CO₂-heffing te corrigeren indien dat wenselijk is.

Vervolgstappen

De Minister streeft ernaar alle onderliggende regelgeving voor de openstelling van de SDE++ uiterlijk in het voorjaar te publiceren. In dat kader vindt reeds afstemming plaats met de Europese Commissie omtrent staatssteunregels. RVO organiseert voor elke openstellingsronde voorlichtingsbijeenkomsten voor partijen die een aanvraag willen doen.

Het is afwachten hoe de SDE++ regeling precies zal uitpakken. Wel is duidelijk dat de SDE++ regeling grote kansen biedt voor bedrijven die emissie-reducerende technieken toepassen. Het verdient aanbeveling om zo snel mogelijk te onderzoeken of voor uw project SDE++ subsidie kan worden verkregen, zodat daarop kan worden voorgesorteerd.

Ploum adviseert op dagelijkse basis cliënten over SDE+ en SDE++ subsidies. Heeft u vragen? Neem contact op met Stephan Sluiter.

Meer informatie

Aslihan Durmus

M +31 6 1286 4738
E a.durmus@ploum.nl

Print dit artikel