• Nieuws

De Netherlands Commercial Court (NCC)

19 maart 2019
Arbitrage - Litigation

Sinds 1 januari 2019 bestaat er een bijzondere kamer bij de Amsterdamse Rechtbank en bij het Gerechtshof Amsterdam: de Netherlands Commercial Court (“NCC”). De NCC behandelt internationale zaken over commerciële geschillen standaard in het Engels en doet in het Engels uitspraak. In onderstaand artikel geven wij tips met zaken waar je rekening mee moet houden indien je in een overeenkomst overweegt een geschilbeslechtingsclausule op te nemen met daarin de keuze voor de NCC.

Bijzonder aan de NCC is dus dat – anders dan normaal het geval is – de procedure en het vonnis niet wordt gevoerd c.q. opgesteld in de Nederlandse taal, maar in de Engelse taal. De wetgever heeft hiermee tegemoet willen komen aan de groeiende behoefte bij het internationale bedrijfsleven. De wetgever signaleerde dat veel (grote) partijen er bij het afsluiten van hun internationale contracten niet langer voor kozen een eventueel geschil voor te leggen aan de Nederlandse overheidsrechter, maar hiervoor uitweken naar gerechtelijke instanties in andere landen, zoals de London Commercial Court, of besloten tot arbitrage, zoals ICC of LCIA. Partijen zouden het in veel gevallen aantrekkelijker vinden om in het Engels te procederen, omdat dit veelal de handelstaal is. Door dit nu ook mogelijk te maken voor de Nederlandse overheidsrechter, hoopt de Nederlandse wetgever dat het voor partijen die internationaal opereren gemakkelijker is om (weer) te kiezen voor de Nederlandse overheidsrechter. Hiermee hoopt de wetgever het investerings- en handelsklimaat in Nederland te stimuleren.

Voorwaarde voor toegang tot de NCC(A) is wel steeds dat er sprake is van een internationale zaak. Aan die voorwaarde zal echter relatief gemakkelijk worden voldaan, nu uit het rolreglement [1] blijkt dat een zaak een internationaal geschil betreft indien:

  • tenminste één van de procespartijen in het buitenland woonachtig is, of een vennootschap is die in het buitenland is gevestigd of is opgericht naar buitenlands recht, of een dochtermaatschappij van een dergelijke vennootschap is;
  • een verdrag of buitenlands recht op het geschil van toepassing is of het geschil vloeit voort uit een overeenkomst die in een andere taal dan in het Nederlands is gesteld;
  • tenminste één van de procespartijen een vennootschap is, of tot een groep van vennootschappen behoort, waarvan de werknemers wereldwijd in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn;
  • tenminste één van de procespartijen een vennootschap is, of tot een groep van vennootschappen behoort, waarvan meer dan de helft van de geconsolideerde omzet buiten Nederland wordt behaald;
  • tenminste één van de procespartijen een vennootschap is, of tot een groep van vennootschappen behoort, waarvan de effecten worden verhandeld op een gereglementeerde markt als gedefinieerd in de Wet financieel toezicht (Wft) buiten Nederland;
  • het geschil rechtsfeiten of rechtshandelingen buiten Nederland betreft, of
  • aan het geschil anderszins relevant grensoverschrijdend belang toekomt.

Daarnaast dienen alle partijen die in de procedure betrokken zijn, schriftelijk en uitdrukkelijk te kiezen voor een procedure bij de NCC(A) in de Engelse taal. De NCC(A) adviseert daarom om de volgende clausule in overeenkomsten op te nemen:

All disputes arising out of or in connection with this agreement will be resolved by the Amsterdam District Court following proceedings in English before the Chamber for International Commercial Matters (“Netherlands Commercial Court” or “NCC”). An action for interim measures, including protective measures, available under Dutch law may be brought in the NCC’s Court in Summary Proceedings (“CSP”) in proceedings in English[2]

Inmiddels is de eerste zaak door de CSP reeds beslecht. Het (Engelstalige) vonnis is op rechtspraak.nl gepubliceerd en hier te raadplegen.

Tips

Overweegt u om in een overeenkomst een geschilbeslechtingsclausule op te nemen met daarin, in plaats van arbitrage of de reguliere Nederlandse overheidsrechter, de keuze voor de NCC(A) en CSP, houd dan bij het maken van een afweging in ieder geval de volgende punten in gedachten:

Kosten. Het griffierecht voor de NCC(A) en de CSP is ongeveer vier keer hoger dan bij een normale procedure voor de Nederlandse overheidsrechter. Concreet betekent dit dat voor een bodemprocedure bij de NCC het griffierecht EUR 15.000 bedraagt en dat bij een procedure in hoger beroep het griffierecht is gesteld op EUR 20.000. Voor een kort geding in eerste aanleg is het griffierecht EUR 7.500, in hoger beroep EUR 10.000. Hoewel deze kosten aldus vele malen hoger zijn dan bij een reguliere Nederlandse procedure, zullen zij over het algemeen wel lager zijn dan bij een arbitrage, waar immers naast de administratiekosten ook het salaris van de arbiters door partijen dient te worden voldaan en bovendien het systeem van volledige proceskostenveroordeling geldt. Ook in vergelijking met een procedure in Engeland – waar de kosten om te procederen in een grote handelszaak ongeveer vijf keer duurder zijn [3] – zijn de kosten voor de speciale kamers alleszins behapbaar.

  1. Tenuitvoerlegging. Een belangrijke reden om voor arbitrage te kiezen, zijn de ruime mogelijkheden op het gebied van tenuitvoerlegging. Een vonnis van de Nederlandse overheidsrechter (verkregen in een normale procedure of een NCC(A)-procedure) kan eenvoudig worden ten uitvoer gelegd in de Europese Unie op grond van de herschikte EEX-verordening. De mogelijkheden om hier tegenop te komen zijn beperkt. Buiten de Europese Unie is de tenuitvoerlegging vaak lastiger. Bij arbitrage is dat niet snel het geval. Op grond van het Verdrag van New York kan een arbitraal vonnis in 159 landen ten uitvoer worden gelegd. Wel kent het Verdrag van New York ruimere mogelijkheden om tegen de uitvoerlegging op te komen.
  2. Vertrouwelijkheid. Veelal wordt gekozen voor arbitrage vanwege de vertrouwelijkheid van de procedure. Die vertrouwelijkheid vindt men niet bij de NCC(A)/CSP: in beginsel is de procedure openbaar en volgt eveneens een openbare uitspraak.
  3. Nationaliteit en expertise geschilbeslechters. Een ander punt van aandacht is dat, in tegenstelling tot arbitrage en tot verschillende andere commercial courts, in de NCC(A) en CSP Nederlandse rechters zullen plaatsnemen. Weliswaar zijn deze rechters geselecteerd vanwege hun ervaring in de commerciële praktijk en hun uitstekende beheersing van de Engelse taal, maar een belangrijke reden om voor arbitrage te kiezen is juist veelal de specifieke deskundigheid en de neutraliteit – in de zin van nationaliteit – van de arbiters. Een bedrijf wil soms niet onderworpen zijn aan de overheidsrechter van het thuisland van zijn wederpartij, omdat het gevoel bestaat dat er dan een “thuisvoordeel” zou kunnen zijn. Bovendien ontbreekt bij de reguliere overheidsrechter en de NCC(A), anders dan bij arbitrage, de mogelijkheid om zelf de rechters en het aantal rechters te kiezen.
  4. Rechtskeuze. De keuze voor de speciale kamers is vooral zinvol als Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst. Hoewel de Nederlandse rechter recht kan doen naar ander recht (bijvoorbeeld Engels recht), is dat weinig efficiënt. Een keuze voor vreemd recht zal bijvoorbeeld extra kosten voor het inschakelen van deskundigen met zich brengen.
  5. Finaliteit. Een reden om voor arbitrage te kiezen, is dat arbitrage in de regel maar één instantie kent, waar de Nederlandse overheidsrechter drie instanties kent. Vanzelfsprekend zijn hierop wel uitzonderingen mogelijk. Zo kunnen bij partijen bij arbitrage de mogelijkheid van hoger beroep overeenkomen en kan de procedure voor de overheidsrechter worden beperkt tot één instantie. Deze uitzonderingen moeten door partijen wel zelf worden overeengekomen. Arbitrage en overheidsrechtspraak kennen aldus een ander uitgangspunt.

Wij helpen u graag

Naast bovengenoemde punten, zijn er uiteraard nog meer redenen om wel of niet te kiezen voor de NCC(A). Wilt u meer informatie of advies over welke geschilbeslechtingsinstantie in een specifiek geval het meest passend is, neem dan contact op met Dorine ten Brink of Suzanne Poutsma.

 

[1] Zie: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/ncc-procesreglement-nl.pdf, eerste versie, p. 37.

[2] https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/ncc-procesreglement-en.pdf, eerste versie, p. 41. Zie voor de Nederlandstalige clausule: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/ncc-procesreglement-nl.pdf, eerste versie, p. 47.

[3] E. Bauw, ‘Ondernemerschap in de rechtspleging. Over de kansen van een Netherlands Commercial Court’, AA 2016, nr. 2, p. 94-95.