• Nieuws

De Europese Commissie maakt uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen uit de EU opnieuw tijdelijk vergunningplichtig

29 april 2020
Douane - Douane, handel en logistiek - Transport en Logistiek - Corona (COVID-19) juridische Helpdesk - Douane, handel en logistiek

De Europese Commissie maakt uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen uit de EU opnieuw vergunningplichtig

Op 15 maart 2020 maakte de Europese Commissie met Uitvoeringsverordening (EU) 2020/402 de  uitvoer van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen (‘PBM’), zoals mondkapjes, gezichtsmaskers en beschermende kleding, uit het douanegebied van de EU vergunningplichtig. Deze verordening werd gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/426 van 19 maart 2020. In een Mededeling van 20 maart 2020 publiceerde de Commissie voorts juridisch niet-bindende richtsnoeren met betrekking tot de maatregel die de uitvoer uit de EU van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen vergunningplichtig maakte. Wij schreven eerder verschillende berichten over deze uitvoermaatregel. Verordening (EU) 2020/402 was van kracht voor zes weken en is inmiddels komen te vervallen.

De pandemie veroorzaakt door de uitbraak van het nieuwe corona virus SARS-Cov-2 en de door dit virus veroorzaakte ziekte COVID-19 is helaas nog lang niet voorbij. De crisis houdt de wereld onverminderd in zijn greep en de vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen waaraan wereldwijd nog steeds grote tekorten bestaan, is dan ook zeer groot.

De Europese Commissie continueert vergunningplicht bij uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen

Op 23 april 2020 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2020/568 afgekondigd. Deze nieuwe verordening die in feite de eerdere maatregel opvolgt, is op 26 april 2020 voor een periode van dertig (30) dagen in werking getreden.

In de overwegingen bij de nieuwe verordening merkt de Europese Commissie op dat de vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen in de EU, en dan in het bijzonder naar beschermingsmaskers, handschoenen, brillen, gelaatschermen en overalls, nog steeds zeer groot is en zelfs toeneemt. Op de interne markt van de EU zijn er tekorten en in de huidige omstandigheden zijn persoonlijke beschermingsmiddelen aangemerkt als essentiële goederen. De Commissie rapporteert over de inspanningen die intussen geleverd zijn om te zorgen voor een adequate levering van persoonlijke beschermingsmiddelen in de hele EU. Zo is de productiecapaciteit opgevoerd, heeft een gezamenlijke aanbesteding plaatsgevonden waaraan 25 lidstaten deelnamen en is in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming besloten tot het aanleggen van een strategische rescEU-voorraad medische uitrusting.

Ondanks alle inspanningen blijft er echter een kloof tussen vraag en aanbod bestaan voor bepaalde soorten persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarom zijn volgens de Commissie verdere maatregelen nodig die gericht zijn op de bescherming van de gezondheid. Omdat deze maatregelen van invloed zijn op de handel moeten zij gericht, evenredig, transparant en tijdelijk zijn.

Kortom, de Commissie heeft besloten tot het nogmaals tijdelijk vergunningplichtig maken van de uitvoer van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen vanuit de EU. Het beginsel van internationale solidariteit wordt in de overwegingen genoemd; lidstaten moeten uitvoer toestaan om de levering van noodhulp in het kader van humanitaire hulp mogelijk te maken.

De uitvoer naar lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie en bepaalde landen en gebieden overzee zijn opnieuw uitgezonderd van de vergunningplicht bij uitvoer. Vanwege de vergaande integratie van de waardeketens van de productie en distributienetwerken, is een vergunningplicht bij uitvoer naar deze landen volgens de Commissie contraproductief.

In de overwegingen wordt opnieuw genoemd dat het Verenigd Koninkrijk op grond van het Terugtredingsakkoord tijdens het overgangsjaar 2020 immers als lidstaat, en dus niet als een derde land, moet worden beschouwd.

Vergunningplicht bij uitvoer van Uniegoederen en niet-Uniegoederen

De kern van de nieuwe verordening is artikel 2, waarin is bepaald dat voor de uitvoer van de in bijlage I vermelde soorten persoonlijke beschermingsmiddelen, ongeacht of deze van oorsprong zijn uit de Unie, een uitvoervergunning is vereist opgesteld overeenkomstig het aanvraagformulier in Bijlage II. De vergunning is dus vereiste voor Uniegoederen en voor niet-Uniegoederen. De verplichte uitvoervergunningen worden aangevraagd en afgegeven door de douaneautoriteiten van de lidstaat waar de exporteur is gevestigd. Uitvoer zonder een geldige vergunning is verboden en dus strafbaar.

Bijlage I bij Verordening bevat drie categorieën persoonlijke beschermingsmiddelen ‘brillen en vizieren voor het beschermen van de ogen’, ‘mond- en neusbeschermingsmiddelen’ en ‘beschermende kleding’. Bijlage I bevat een puntsgewijze omschrijving van de betrokken producten en de GN-codes worden vermeld in kolom 3.

Duur van de nieuwe maatregel

Het is de vraag of de vergunningplicht bij uitvoer van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen na deze periode van 30 dagen van kracht blijft. De Commissie zegt daarover dat zij de ontwikkeling van de verspreiding van het virus en de afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van persoonlijke beschermingsmiddelen zal monitoren. De duur van de uitzonderlijke maatregel die ingrijpt in de vrije handel wordt zo nodig verkort of verlengd. Artikel 5 van de verordening bevat hiertoe een herzieningsclausule. De Commissie volgt de ontwikkeling van de epidemiologische crisis en kan de toepassingsperiode van de verordening (initieel nogmaals 30 dagen) zo nodig inkorten of verlengen.