• Nieuws

Consensus over de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie

24 april 2019
Energierecht - Ondernemingsrecht - Fusies & overnames - Energie

Aanleiding

Ten aanzien van buitenlandse directe investeringen heerst een dilemma. Aan de ene kant zijn buitenlandse directe investeringen (“foreign direct investments”) een bron van groei, innovatie en werkgelegenheid. Aan de andere kant is men bezorgd over buitenlandse investeerders, die mogelijk verbonden zijn aan landen of staatsbedrijven die Europese vennootschappen met belangrijke technologieën enkel vanwege strategische redenen overnemen. Denk hierbij aan China of Rusland. Als reactie hierop is er binnen de Europese Unie een tweedeling ontstaan. Zo vinden landen als Duitsland, Frankrijk en Italië dat het screeningsmechanisme voor buitenlandse directe investeringen moet worden aangescherpt, opdat de Europese Commissie over bevoegdheden zal beschikken om bepaalde buitenlandse overnames en investeringen in strategische sectoren te kunnen verbieden. Voornamelijk kleinere lidstaten zoals Finland en Nederland hebben echter hun zorgen geuit en bleken in eerste instantie geen voorstander van een dergelijke verordening te zijn. De Europese Commissie heeft uiteindelijk gekozen voor een soort van middenweg: het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (de “Verordening”) van 13 september 2017.

Op 5 maart 2019 bereikte de Europese Raad een akkoord over het voorstel en op 21 maart 2019 werd de Verordening gepubliceerd in het publicatieblad van de Europese Unie.

Hieronder volgt een beknopte samenvatting van (de gevolgen van) de Verordening. De definitie van “buitenlandse directe investeringen” zoals opgenomen in de Verordening wordt daarbij aangehouden.  Volgens deze definitie gaat het dan om alle investeringen door een investeerder buiten de Europese Unie, gericht op de vestiging of handhaving van duurzame directe betrekkingen tussen de buitenlandse investeerder en een binnen de Europese Unie gevestigde vennootschap met het oog op de uitoefening van een economische activiteit in een lidstaat.

Gevolgen van Verordening

  • Basisvereisten screeningmechanisme lidstaten

De Verordening schept geen verplichting voor lidstaten om een mechanisme voor de screening van buitenlandse directe investeringen vast te stellen, maar in de Verordening zijn wel basisvereisten vastgelegd voor lidstaten die al over een screeningmechanisme beschikken of die een dergelijk mechanisme willen instellen. Zo is in de Verordening een verplichting voor lidstaten opgenomen om in het kader van hun screeningmechanismen termijnen toe te passen. Verder mogen lidstaten in het screeningsproces geen onderscheid tussen derde landen maken.

  • Samenwerkingsmechanisme

De Verordening beoogt een samenwerkingsmechanisme te creëren tussen lidstaten en de Europese Commissie, teneinde elkaar te informeren c.q. informatie uit te wisselen over buitenlandse directe investeringen, die bedreigend kunnen zijn voor de openbare orde of veiligheid.

  • Screeningsbevoegdheden Europese Commissie

De Europese Commissie kan een screening invoeren om veiligheidsredenen of vanwege de openbare orde, indien buitenlandse directe investeringen gevolgen kunnen hebben voor projecten of programma’s van Uniebelang. Het gaat dan voornamelijk om projecten en programma’s waarmee een aanzienlijke financiering door de Europese Unie is gemoeid of die van essentieel belang zijn voor de veiligheid of openbare orde en betrekking hebben op (i) kritieke infrastructuur, (ii) kritieke inputs (bijv. energie en grondstoffen) of (iii) kritieke technologieën.

  • Informatieverplichting

De Verordening schept een verplichting voor lidstaten om de andere lidstaten en de Europese Commissie op de hoogte te stellen van alle buitenlandse directe investeringen, die in het kader van hun nationale mechanismen aan een screening worden onderworpen.

  • Mogelijkheid tot opvragen basisgegevens

Lidstaten en de Europese Commissie kunnen basisgegevens opvragen om te beoordelen of een bepaalde buitenlandse directe investering gevolgen heeft of dreigt te hebben voor de veiligheid of de openbare orde. Uiteraard moet vertrouwelijke informatie, zoals commercieel gevoelige informatie, die wordt overgedragen aan de lidstaat die de screening uitvoert, worden beschermd. Deze informatie mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het doel waarvoor zij werd gevraagd.

Slotopmerkingen

De Verordening, waar lidstaten vanaf 11 oktober 2020 aan moeten voldoen, wordt gezien als een aanvulling op de bestaande wet- en regelgeving ter verbetering van de voorzieningszekerheid van de Europese Unie en haar lidstaten op energiegebied, zoals de richtlijn kritieke infrastructuur (2008/114/EG), de verordening betreffende de veiligstelling van de gaslevering (2017/1938) en de richtlijn betreffende de beveiliging van netwerkinfrastructuur (2016/1148). Duidelijk is wel dat de individuele lidstaat daarbij eigen verantwoordelijkheid blijft houden. Zo kan de individuele lidstaat zelf bepalen om een screeningmechanisme in te voeren dan wel om een buitenlandse directe investering te screenen. Daarnaast blijft het definitieve besluit inzake een buitenlandse directe investering die aan screening is onderworpen uitsluitend de verantwoordelijkheid van de lidstaat waar de buitenlandse directe investering wordt gepland of voltooid is.