• Nieuws

Brexit – deal or no deal? Grote gevolgen voor douane, btw en accijns

05 oktober 2020
Douane, handel en logistiek - Douane - Brexit

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de EU op 31 januari 2020 verlaten. Daarbij spraken partijen af dat nog tot 1 januari 2021 een overgangsfase zal gelden. In deze overgangsfase heeft het VK nog vrijwel alle rechten en plichten van een EU-lidstaat en worden bij grensoverschrijding geen douanerechten, btw- en accijns bij invoer geheven.

De overgangsfase zou partijen vervolgens de gelegenheid geven om tot een handelsakkoord (‘deal’) te komen. Maar de kans dat er daadwerkelijk een akkoord komt, wordt met de dag kleiner. Weliswaar loopt de deadline voor het sluiten van een handelsdeal officieel eind van dit jaar af, feitelijk is de termijn nog korter. De EU heeft steeds aangegeven dat eind oktober een handelsakkoord moet worden gesloten om de deadline van 1 januari 2021 überhaupt te kunnen halen. Het akkoord moet namelijk ook nog worden omgezet in wetgeving en daarnaast nog de goedkeuring van het Europees Parlement en (sommige) nationale parlementen krijgen.

Boris Johnson, die op ramkoers lijkt te liggen, heeft de onderhandelaars onlangs zelfs tot 15 oktober aanstaande de tijd gegeven om tot een akkoord te komen.

Het risico op een ‘no-deal’ Brexit neemt dus met de dag toe.

Heffingen zijn het gevolg

Een ‘no-deal’ heeft verstrekkende gevolgen op het gebied van douane, accijns en btw. Bij een ‘no-deal’ wordt het VK voor de EU een zogeheten derdeland. En omdat de EU dan geen afspraken met het VK over verlaagde douanerechten heeft gemaakt, gelden voor de tarieven van douanerechten de regels zoals deze door de World Trade Organization (WTO) zijn vastgesteld volgens het zogenoemde ‘Most Favoured Nations’-principe. Dit betekent dat bij de vaststelling van douanetarieven niet op landen gediscrimineerd mag worden en dat, als voorbeeld, de bij invoer van goederen uit de VS gehanteerde douanetarieven dus ook gelden voor de invoer vanuit het VK. Dat levert een forse kostenpost op.

Het is dan ook verstandig om, als zich straks de situatie van een ‘no-deal’ Brexit voordoet, kritisch te kijken of niet te veel douanerechten worden geheven en eventueel bezwaar aan te tekenen tegen de in rekening gebrachte douanerechten, bijvoorbeeld omdat de indeling van de goederen in de gecombineerde nomenclatuur (GN) niet juist is vastgesteld of omdat de oorsprong van de goederen een gunstiger tarief kan opleveren. Uiteraard gelden de douanegevolgen ook in de omgekeerde situatie, dat wil zeggen bij export naar het VK. Dat zal bijvoorbeeld aanzienlijke nadelige gevolgen voor de Nederlandse agrarische sector hebben.

Douaneformaliteiten en wijzigingen in vertegenwoordigingsvariant

Verder zullen voor stromen van en naar het VK steeds douaneaangiften moeten worden ingediend en dient voor sommige categorieën goederen rekening te worden gehouden met extra douanemaatregelen en andere handelsbelemmeringen (zoals bijvoorbeeld keuringen voor dierlijke producten).

Logistiek dienstverleners dienen zich daarbij bovendien te realiseren dat zij de douaneaangiften voor hun Britse klanten, voor zover die niet mede in het douanegebied van de EU gevestigd zijn, niet onder directe vertegenwoordiging kunnen indienen met alle risico’s van dien. Voor zover deze klanten zich niet alsnog mede in een van de lidstaten van de EU willen vestigen, zal een aangifte op eigen naam moeten worden gedaan. Omdat de aangever volgens de douanewetgeving de douaneschuldenaar is, brengt dit risico’s mee. Mocht de aangegeven goederencode, douanewaarde of oorsprong door de douane gecorrigeerd worden met een navordering tot gevolg, dan komt deze op het bord van de aangever terecht. Als dat een douane-expediteur is zal deze regres op zijn opdrachtgever moeten nemen. Vergoedt deze de navordering niet vrijwillig, dan wreekt zich hier weer dat het VK  geen partij meer is bij geharmoniseerde regelgeving in de EU die het procederen voor de civiele rechter faciliteert.

Tot nu kon een klant uit het VK een overeenkomst/machtiging directe vertegenwoordiging met een Nederlandse douane-expediteur aangaan. Deze contracten zullen per 1 januari 2021 omgezet moeten worden in een overeenkomst/machtiging indirecte vertegenwoordiging met de huidige Britse opdrachtgever. Een alternatief zou kunnen zijn een overeenkomst/machtiging directe vertegenwoordiging waarin een EU-vestiging van de Britse klant (als deze daarover beschikt) of een derde partij met belang bij de goederen (bijvoorbeeld de afnemer) de rol van opdrachtgever op zich neemt.

Accijns en BTW bij invoer

Omdat het VK bij een ‘no-deal’ voor de EU een derdeland wordt, zal dit ook gevolgen hebben voor de heffingen van accijns en BTW.  Wanneer na de Brexit accijnsgoederen vanuit het VK naar Nederland komen, kwalificeert dit voortaan als invoer en is, naast de invoerrechten, ook accijns bij invoer verschuldigd.

Voor de btw zullen vervolgens de nu nog van toepassing zijnde intracommunautaire regels tussen het VK en de lidstaten van de EU komen te vervallen. Ook hier geldt dat voortaan BTW bij invoer wordt verschuldigd.

Resumé

De overgangsfase om tot een handelsakkoord te komen loopt officieel tot 1 januari 2021. Maar om deze deadline daadwerkelijk te halen zullen partijen eigenlijk al aan het eind van deze maand tot een akkoord moeten komen. De onderhandelingen verlopen echter moeizaam en de kans op een ‘deal’ wordt met de dag kleiner. Dat zal ook grote gevolgen hebben voor de heffing van douanerechten, btw en accijnzen bij invoer en de daarmee gepaard gaande douaneformaliteiten.

Wij blijven de ontwikkelingen op de voet volgen. Heeft u vragen over de Brexit of meer in zijn algemeenheid over de invoer of uitvoer van goederen? Neem dan gerust contact met ons op. Ploum beschikt op het terrein van de handel, douane en logistiek over een unieke praktijk met zeer ervaren specialisten.

Meer informatie

Arjan Wolkers

M +31 6 8013 8048
E a.wolkers@ploum.nl

Print dit artikel