• Nieuws

Besluit ACM: geen overtreding van wettelijke taken ingevolge Elektriciteitswet door netbeheerder Stedin

28 juni 2019
Energierecht - Energie

Op 17 juni jl. werd het besluit van de Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’) van 26 april 2019 inzake het geschil tussen de landelijke netbeheerder TenneT en netbeheerder Stedin gepubliceerd. In dit geschil stond centraal de vraag of Stedin in strijd heeft gehandeld met haar wettelijke taken ingevolge de Elektriciteitswet 1998 (‘E-wet’), alsmede met de Samenwerkingscode elektriciteit (‘Samenwerkingscode’) door bepaalde werkzaamheden aan haar net niet uit te voeren. Deze werkzaamheden waren het gevolg van een wijziging in de netconfiguratie van het landelijke hoogspanningsnet van TenneT, ter uitvoering van de aansluit- en transporttaken van TenneT.

Casus

De casus was daarbij als volgt. Stedin beschikte voor haar 50kV-net over een aansluiting op een  150kV-station van TenneT, dat onderdeel was van het landelijke hoogspanningsnet. Vanwege onder andere de toegenomen capaciteitsvraag in de desbetreffende regio, heeft TenneT dit 150kV station opgeheven en elders een nieuw 150kV station gerealiseerd. De aansluiting van Stedin op het ‘oude’ 150kV station is – in overleg met Stedin en op kosten van TenneT – verplaatst naar het nieuwe 150kV station. In dat kader heeft TenneT tevens de nodige werkzaamheden laten verrichten aan de secundaire installatie van de aansluiting van Stedin. Deze secundaire installatie ligt achter het overdrachtspunt van de aansluiting van Stedin (d.w.z. binnen het net van Stedin) en dient onder meer voor de beveiliging en de communicatie tussen de componenten in beide netten. De kosten van de werkzaamheden in de secundaire installaties zijn door TenneT voorgeschoten. In het onderhavige geval verlangt TenneT nu vergoeding door Stedin van deze kosten, maar Stedin heeft dat geweigerd.

Standpunten van partijen

In het geschil heeft TenneT zich – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat Stedin in strijd heeft gehandeld met haar wettelijke taken als bedoeld in artikel 16 lid 1 sub a, b en c van de E-wet door de noodzakelijke werkzaamheden niet aan haar net uit te voeren. Op grond van voormelde bepaling heeft een netbeheerder namelijk de wettelijke taak om netten in werking te hebben en te onderhouden, om veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en het transport te garanderen en om netten aan te leggen, te herstellen, te vernieuwen of uit te breiden. Volgens TenneT eindigt het gereguleerde domein van TenneT op het overdrachtspunt van de aansluiting van Stedin en begint vanaf daar het gereguleerde domein van Stedin. Zodoende behoren de kosten voor de uitgevoerde werkzaamheden in de secundaire installatie dan wel in het aangesloten net niet bij TenneT, maar bij Stedin. Voorts heeft TenneT aangevoerd dat zij door de houding van Stedin gedwongen was om opdracht te geven voor de werkzaamheden binnen het net van Stedin. Zij heeft dit gedaan met het oog op de samenwerking met Stedin als gezamenlijke netbeheerders. Gelet daarop, meent TenneT dat Stedin tevens artikel 2 van de Samenwerkingscode heeft geschonden, waarin is opgenomen dat bij het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen rekening dient te worden gehouden met de gevolgen daarvan voor de uitvoering van de wettelijke taken door andere netbeheerders.

Stedin heeft zich op haar beurt – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat zij haar wettelijke taken, zoals neergelegd in artikel 16 van de E-wet, niet heeft geschonden door haar weigering om te betalen voor werkzaamheden waarvoor zij geen opdracht of instemming heeft gegeven. De kosten voor de noodzakelijke aanpassingen in haar installaties zijn immers het gevolg van de door TenneT doorgevoerde wijziging in de netconfiguratie, en moeten derhalve volgens Stedin door TenneT worden gedragen, tenzij partijen hierover andere afspraken hebben gemaakt. Verder meent Stedin dat in dit geval de Samenwerkingscode niet van toepassing is, althans dat zij artikel 2 van de Samenwerkingscode niet heeft geschonden door de factuur van TenneT onbetaald te laten.

Conclusie van de ACM

In de beoordeling van het geschil overweegt de ACM allereerst dat zij bevoegd is op grond van artikel 51 van de E-wet om van de klacht van TenneT over de uitvoering door Stedin van haar wettelijke taken kennis te nemen. Dit zou anders zijn, indien de klacht van TenneT betrekking zou hebben op de betaling van de aan Stedin toegezonden factuur, wat dan een civielrechtelijke kwestie zou zijn.

Voorts concludeert de ACM in de onderhavige geschilprocedure zij op basis van de beschikbare informatie geen overtreding door Stedin van artikel 16 E-wet en artikel 2 van de Samenwerkingscode heeft kunnen vaststellen. De ACM overweegt dat de wettelijke taken van de netbeheerder in de E-wet en artikel 2 van de Samenwerkingscode in zeer algemene bewoordingen zijn geformuleerd. Ook in lagere regelgeving, zoals de Netcode Elektriciteit, zijn de normen niet verder geconcretiseerd. Naar het oordeel van de ACM kan een overtreding van alleen een algemene norm (die niet verder is uitgewerkt in de E-wet of lagere regelgeving) enkel worden vastgesteld, indien er sprake is van een evidente overtreding. In dit geval is van een evidente overtreding door Stedin echter geen sprake, zo meent de ACM.  De aangevoerde argumenten van TenneT leiden evenmin tot een andere conclusie.

Tevens concludeert de ACM dat zij geen overtreding vast kan stellen van een situatie die zich niet heeft voorgedaan. Aangezien TenneT de aanpassingen heeft laten uitvoeren, bestaat er een goed functionerend net. Van een situatie die in strijd is met het bepaalde in artikel 16, eerste lid, onder a, b en c, van de E-wet is dan ook geen sprake. Ten slotte verklaart de ACM de klacht van TenneT tegen Stedin ongegrond.