• Nieuws

Artikel 39 Faillissementswet ook van toepassing op huur van roerende zaken

19 februari 2015
Faillissementsrecht - Faillissement

Na ruim een eeuw onduidelijkheid is de kogel door de kerk. Artikel 39 Faillissementswet (“Fw”), welk artikel gaat over de beëindiging van huurovereenkomsten in faillissement, ziet volgens de Hoge Raad niet alleen op huurovereenkomsten van onroerende zaken (zoals bedrijfsruimten en woningen) maar ook op roerende zaken (machines en inventaris). Dit is voor verhuurders van roerende zaken een belangrijk arrest.

Casus

Een aannemingsbedrijf huurde bekistingsmaterialen*. Vervolgens ging zij failliet. Ook na het faillissement heeft de verhuurder nog bekistingsmaterialen aan het aannemingsbedrijf ter beschikking gesteld. Circa 3 maanden na het faillissement heeft de verhuurder de huurovereenkomst opgezegd. De verhuurder stelde zich op het standpunt dat de na datum faillissement verschuldigde huurpenningen boedelvorderingen zijn op grond van artikel 39 Fw. Boedelvorderingen zijn hoog bevoorrechte vorderingen in een faillissement. De curator betwistte dit. Volgens hem zou artikel 39 Fw alleen op de huur van onroerende zaken zien. Daarom kwalificeerde de vordering van de verhuurder volgens de curator slechts als een concurrente faillissementsvordering. Dit type vordering is niet bevoorrecht en kan doorgaans niet worden voldaan door de curator bij de afwikkeling van het faillissement. Partijen hebben de kwestie voorgelegd aan de kantonrechter Leeuwarden, die op zijn beurt de Hoge Raad heeft gevraagd of artikel 39 Fw ook ziet op de huur van roerende zaken.

Juridisch kader

Het faillissement brengt in beginsel geen wijzigingen aan in lopende overeenkomsten van de failliet. Een contractspartij kan de curator verzoeken de overeenkomst met de failliet na te komen. Doet de curator dit niet, dan kan de wederpartij de overeenkomst ontbinden en zijn vordering tot schadevergoeding als concurrente faillissementsvordering indienen in het faillissement.

Bij huur- en/of leaseovereenkomsten van roerende zaken kunnen partijen ook contractueel zijn overeengekomen dat de overeenkomst wordt ontbonden door het faillissement van de huurder. Veelal zal tevens bepaald zijn dat in zo’n geval de verhuurder recht heeft op schadevergoeding voor huurtermijnen tot het einde van de contractsduur. In het Baby-XL arrest heeft de Hoge Raad een dergelijke contractuele bepaling goedgekeurd. De schadevergoeding van de verhuurder kwalificeert als concurrente faillissementsvordering.

De wetgever heeft in artikel 39 Fw zowel de verhuurder als de huurder (curator) ook de mogelijkheid geboden om de huurovereenkomst op te zeggen ingeval van het faillissement van de huurder. De opzegtermijn bedraagt maximaal 3 maanden.

De huurpenningen over de opzegtermijn vormen een boedelvordering. De regeling van artikel 39 Fw berust op een afweging van enerzijds het belang van de boedel (curator) tot voorkoming van het oplopen van boedelvorderingen voor een niet langer gewenste huursituatie en anderzijds het belang van de verhuurder bij betaling van de huurprijs (HR mr. Aukema q.q./Uni-Invest).

Rechtspraak en literatuur zijn lange tijd verdeeld geweest over het antwoord op de vraag of artikel 39 Fw ook van toepassing is op de huur van roerende zaken. Zo heeft de kortgedingrechter Den Haag al in 1926 geoordeeld dat artikel 39 Fw ook van toepassing is op de huur van roerende zaken, terwijl het Hof Den Bosch ruim 80 jaar later in 2008 heeft bepaald dat artikel 39 Fw alleen ziet op de huur van onroerende zaken.

De Hoge Raad heeft nu duidelijkheid geschapen en geoordeeld dat artikel 39 Fw inderdaad van toepassing is op de huur van roerende zaken, gelet op de tekst en ratio van deze bepaling.

Gevolgen voor de praktijk

Een huurovereenkomst van roerende zaken kan in het faillissement van de huurder dus zowel worden ontbonden als worden opgezegd. Verhuurders van roerende zaken (zoals leasemaatschappijen) dienen zich hiervan bewust te zijn.

Indien de huurovereenkomst door de verhuurder wordt ontbonden op grond van een daartoe strekkende contractuele bepaling, kan de verhuurder veelal aanspraak maken op huurpenningen voor de resterende contractsduur. Een dergelijke schadevergoeding levert wel slechts een concurrente faillissementsvordering op.

Indien de huurovereenkomst ex artikel 39 Fw wordt opgezegd, bedraagt de opzegtermijn maximaal 3 maanden en vormen de huurpenningen over deze opzegtermijn vormen een boedelvordering. De verhuurder kan in dat geval geen aanspraak maken over misgelopen contractstermijnen voor de resterende contractsduur. Dat volgt uit het eerder genoemde arrest mr. Aukema q.q./Uni-Invest.

Meer weten?

De wijze van beëindiging van de huurovereenkomst in het faillissement van de huurder kan dus grote gevolgen hebben voor zowel de omvang van de schadevordering van de verhuurder als de rang van die vordering in het faillissement. Doorgaans worden huurovereenkomsten kort na het faillissement door de curator ex artikel 39 Fw beëindigd. Het is dus van belang dat u als verhuurder snel en adequaat handelt ingeval van faillissement van uw huurder. Vincent Terlouw kan met u bekijken op welke wijze de huurovereenkomst op de voor u minst schadelijke wijze kan worden beëindigd.

 

* Bekistingsmaterialen: Dat zijn zogenaamde stempels die tijdens de bouw geplaatst worden tussen de fundering en de daarboven gelegen etage en kunnen pas worden verwijderd nadat het beton is uitgehard.

 

Dit artikel is geschreven door Remco Roos & Vincent Terlouw.

Meer informatie

Print dit artikel