• Nieuws

Heeft u al meegemaakt dat een ambtenaar van de overheid bij uw bedrijf controleerde op de naleving van de Arbo-wetgeving? Veel van de bedrijven die wij adviseren wel: zij werken bijvoorbeeld met gevaarlijke stoffen (de zogenaamde Brzo-bedrijven) of er wordt op grote hoogte gewerkt.

De Arbo-eis

Zo’n controle kan er toe leiden dat aan uw bedrijf wordt voorgeschreven hoe bepaalde bedrijfsprocessen moeten worden ingericht. Dat gebeurt op grond van de Arbeidsomstandighedenwet: daarin staat de bevoegdheid om een zogenoemde Arbo-eis op te leggen. De toezichthouder – bijvoorbeeld de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid – schrijft dan een aantal maatregelen voor die binnen een bepaalde periode moeten worden getroffen.

Dat kan soms een dubbel gevoel geven. Want uw bedrijf heeft ook nagedacht over die bedrijfsprocessen. Veiligheid van de werknemers staat voorop, en toch krijgt u of uw directie te horen dat het nóg beter moet. Bovendien kan het gebeuren dat van uw bedrijf wordt verlangd dat een zeer ingrijpende en dure maatregel wordt getroffen, waarvan u of uw directie de toegevoegde waarde betwijfelt. Moet die maatregel dan toch worden getroffen, of kan er iets worden gedaan tegen een dergelijke Arbo-eis?

Ja dat kan, maar dat is niet altijd eenvoudig. Het komt vaak aan op intensief overleg, waarbij veel overtuigingskracht nodig is.

Waarom?

Het instrument van de Arbo-eis is in het leven geroepen om aan werkgevers concrete aanwijzingen te geven. Zij hebben namelijk  beleidsruimte bij het voeren van Arbo-beleid, terwijl de normen van de Arbeidsomstandighedenwet regelmatig ruim geformuleerd zijn, en een abstract beschreven doel bevatten, zoals: “het werk moet veilig georganiseerd zijn”. De normen worden weliswaar nader geconcretiseerd in het Arbeidsomstandighedenbesluit en in de Arbeidsomstandighedenregeling en vaak ook nog in andere beleidsregels of richtlijnen, maar desondanks is er toch vaak ruimte voor interpretatieverschillen.

Onder welke voorwaarden kan zo’n eis worden opgelegd?

Een Arbo-eis is een beschikking, een besluit waar niet om is verzocht. Dat heeft tot gevolg dat de toezichthouder de belanghebbende in de gelegenheid moet stellen om een zienswijze te geven. Belanghebbenden zijn in ieder geval de werkgever, en mogelijk ook de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging en één of meerdere werknemers. Belanghebbenden hoeven echter alleen te worden gehoord indien kan worden verwacht dat zij bedenkingen zullen hebben tegen de voorgenomen eis. Dat zal bij werkgevers over het algemeen eerder zo zijn dan bij werknemers.

De eis moet aangeven welke voorschriften dienen te worden nageleefd, en hij moet een termijn bevatten waarbinnen dit moet zijn gerealiseerd. Ook moet de eis op grond van algemene bestuursrechtelijke regels zijn gemotiveerd.

Een Arbo-eis kan in specifieke in de wet genoemde gevallen worden gesteld. Deze gevallen staan in de Arbo-wet genoemd. Het gaat om een aantal bepalingen uit de Arbo-wet, en om gevallen waarin bijvoorbeeld handhaving rondom het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 plaatsvindt.

De wet bevat geen voorwaarden waar aan voldaan moet zijn alvorens een eis kan worden gesteld. Dat betekent dat er strikt gezien geen overtreding hoeft te hebben plaatsgevonden om een eis te stellen. Anders gezegd: de eis is bedoeld om er voor te zorgen dat de wet wordt nageleefd, maar de niet-naleving van de wet behoeft niet eerst te worden aangetoond. Vaak zal de toezichthouder echter een overtreding constateren, en op grond daarvan een eis stellen om te bewerkstelligen dat aan de wet wordt voldaan. De Inspectie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid meldt op haar website dat de eis een instrument is om “een niet zware of ernstige overtreding binnen een bepaalde tijd op te heffen”.

Slechts de in de wet genoemde toezichthouders zijn bevoegd om een eis te stellen. De belangrijkste zijn die van ISZW en van ILT.

Dat de toezichthouder bevoegd is om op te treden indien de wet niet wordt nageleefd, is zelden onderwerp van discussie. Daarbij zal een bedrijf in het algemeen willen voorkomen dat er een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Een Arbo-eis hoeft in dat licht niet per se vervelend te zijn: er zit geen onmiddellijke financiële dreiging achter.

Op het moment dat het bevoegd gezag ten tijde van een inspectie constateert dat een bepaald risico bestaat, is het aan de werkgever om die bevindingen desgewenst gemotiveerd te bestrijden. Het lijkt er op dat de rechter een bepaalde extra bewijskracht toekent aan de bevindingen die door de toezichthouder tijdens een inspectie worden gedaan, waardoor het onvoldoende is om ongemotiveerd te betwisten dat die bevindingen niet kloppen.

Niet naleven is strafbaar

Het niet-naleven van een Arbo-eis levert in beginsel, verondersteld dat de toezichthouder bevoegd is om de eis op te leggen, een strafbaar feit op dat strafrechtelijk kan worden afgedaan. Ook kan het niet-naleven van een Arbo-eis een overtreding opleveren van de bepaling waarvan het bevoegd gezag stelde dat deze niet werd nageleefd.

Wat kunt u doen?

Wij hebben nog niet meegemaakt dat bedrijven of leidinggevenden strafrechtelijk worden vervolgd vanwege het negeren van een opgelegde eis. Dat zal ook niet zomaar gebeuren, voor zover dat bedrijf althans gebruik maakt van de (bestuursrechtelijke) mogelijkheden om de eis aan te vechten.

Dat betekent: een zienswijze geven voorafgaand aan de definitieve eis, en eventueel bezwaar, beroep en hoger beroep aantekenen. Maar belangrijker nog is dat in de gaten wordt gehouden wanneer de begunstigingstermijn eindigt. Het instellen van bezwaar en beroep heeft namelijk niet als gevolg dat die termijn vanzelf wordt opgerekt. Soms kan in overleg met het bestuursorgaan worden afgesproken dat de termijn wordt verlengd. En als dat niet lukt, dan kan middels een voorlopige voorziening via de rechter worden geprobeerd om de werking van het besluit te schorsen. Uw bedrijf kan dan niet worden verweten dat het het gezag van de toezichthouder aan de laars lapte.

Bij het gebruik maken van de mogelijkheden tot bezwaar en beroep wordt vaak betwist dat de regel niet goed wordt nageleefd. Ook komt in sommige gevallen de vraag ter sprake of naleving van de eis überhaupt wel leidt tot het oplossen van het gestelde probleem. Dergelijke discussies brengen in de fase van bezwaar lang niet altijd succes. De regels zijn ruim geformuleerd, en kunnen dus verschillend worden geïnterpreteerd. Het bestuursorgaan zal als uitgangspunt hebben dat “het zo veilig mogelijk moet”, terwijl de rechter meer belangen afweegt en de kwestie juridisch en objectief bekijkt.

Tevens kan centraal staan dat invoering van de geëiste maatregel in verhouding zeer hoge kosten oplevert. Die laatste omstandigheid is vaak bepalend voor de vraag of een bedrijf de eis aanvecht of niet. Het is immers ook tegenover de eigen werknemers lastig te verdedigen dat een maatregel die gemakkelijk in te voeren is, en waarvan de kosten te overzien zijn, desondanks toch niet wordt getroffen. Het kostenargument kan effectief zijn, wellicht niet onmiddellijk bij het bestuursorgaan dat de maatregel oplegt, maar dan toch later bij de rechter. Rechters zijn meer dan het bestuursorgaan geneigd om te bekijken of het invoeren van de maatregel geen onevenredige belasting voor het bedrijf oplevert. Is dat wel zo, dan zal het besluit waarin de eis werd gesteld worden vernietigd omdat het onevenredig is.

Conclusie

De wet geeft aan een aantal toezichthouders de mogelijkheid om in zekere gevallen aan bedrijven een Arbo-eis op te leggen. Er wordt dan geëist dat bepaalde maatregelen binnen een bepaalde tijd worden getroffen. De wet hoeft hier formeel niet voor te zijn overtreden.

Dat maakt dat het niet per se gemakkelijk is om zo’n eis te betwisten: een aantal normen is ruim geformuleerd, en ze kunnen dus verschillend worden geïnterpreteerd.

In alle gevallen geldt dat het loont om goed overleg te voeren met het bestuursorgaan. Soms komt u er dan uit: juridische stappen zijn dan niet nodig, en u houdt de relatie goed. Lukt dat niet, dan is het soms nodig om de rechter er bij te betrekken. Die bekijkt de zaak objectief, en vanuit juridisch perspectief. Ook kan de rechter meer gewicht toekennen aan argumenten van financiële aard, waardoor wordt geoordeeld dat de eis niet evenredig is.

De sectie bestuurs- en strafrecht van Ploum adviseert haar cliënten op het gebied van handhaving en sancties, op zowel bestuurs- als strafrechtelijk gebied. Onze kracht zit hem erin dat wij onze kennis van de inhoud bundelen met kennis van zowel bestuurs- als strafrechtelijke procedures. Dat heeft toegevoegde waarde, omdat beide rechtsgebieden elkaar steeds meer beïnvloeden.

 

Meer informatie

Print dit artikel