• Nieuws

Ontwikkelingen op het gebied van de agentuurovereenkomst

14 maart 2018
Agentuur, distributie & franchise - Commerciële contracten - Ondernemingsrecht

In de afgelopen jaren zijn er ontwikkelingen geweest op het gebied van de agentuurovereenkomst. Deze ontwikkelingen betreffen voornamelijk zaken die handelen over de vraag wanneer een overeenkomst kwalificeert als een agentuurovereenkomst, welke rechter bevoegd is bij geschillen omtrent de agentuurovereenkomst en welke provisie aan een agent moet worden betaald. Veel van deze zaken werden door lagere rechters beslecht. De Hoge Raad mocht zich echter op 19 mei 2017 – voor het eerst in vijf jaar – uitspreken over de agentuurovereenkomst, meer specifiek over de stelplicht en bewijslast van de agent bij de vaststelling van de klantvergoeding bij het beëindigen van de agentuurovereenkomst.

Partijen

In de betreffende zaak staan Prijsvrij en Corendon tegenover elkaar. Corendon is een reisorganisator die pakketreizen aanbiedt, zowel via haar eigen website als via agenten. Prijsvrij is één van die agenten. Corendon en Prijsvrij hebben op 20 juni 2012 een agentuurovereenkomst gesloten.

Prijsvrij gaat er prat op dat zij de goedkoopste is. Op haar website hanteert zij daarom een zogeheten ‘best deal garantie’:

“…met onze Best Deal Garantie betaal je nooit teveel voor je vakantie. Vind je namelijk precies dezelfde reis op een andere website goedkoper, dan betalen we jou het verschil terug”

Gedurende de looptijd van de agentuurovereenkomst heeft Prijsvrij zich meermalen bij Corendon beklaagd over prijzen, kortingen en accommodaties die Corendon, anders dan zou zijn overeengekomen, niet aan Prijsvrij zou hebben doorgegeven. Corendon heeft de klachten van de hand gewezen.

Bij brief van 2 juli 2013 heeft Corendon Prijsvrij laten weten de agentuurovereenkomst per 31 oktober 2013 beëindigt. Als reden heeft zij daarvoor gegeven dat “het huidige aantal wederverkopers niet meer past in de bedrijfsstrategie van Corendon”. Prijsvrij laat het daar niet bij zitten en vordert in de onderhavige procedure – onder meer – een klantenvergoeding (van EUR 471.961) op grond van artikel 7:442 lid 1 BW.

Klantvergoeding

Wat is een klantenvergoeding? Volgens de Europese Commissie geldt de klantenvergoeding als tegenprestatie voor de voordelen – de goodwill – die de principaal ook na afloop van de agentuurovereenkomst blijft genieten ten gevolge van de activiteiten van de handelsagent. Dit wordt commercieel gerechtvaardigd geacht nu de handelsagent slechts provisie heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden tijdens de duur van de overeenkomst.

Het recht op c.q. de verschuldigdheid van een klantenvergoeding is onderworpen is aan twee cumulatieve eisen die in artikel 7:442 lid 1 BW zijn genoemd, te weten: (i) dat de handelsagent nieuwe klanten heeft aangebracht of de overeenkomsten met de bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en (ii) dat de overeenkomsten met deze klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren.

Als eenmaal is vastgesteld dat aan die twee cumulatieve vereisten is voldaan, is de vraag hoe de klantenvergoeding moet worden berekend. Daar heeft de Hoge Raad zich eerder in het arrest T-Mobile/Klomp (ECLI:NL:HR:2012:BW9865, NJ 2014/332) over uitgelaten. Daaruit blijkt dat de berekening van de hoogte van de klantenvergoeding in drie fasen verloopt. In de eerste fase dienen de voordelen die de transacties met door de handelsagent aangebrachte klanten de principaal opleveren, te worden gekwantificeerd. Vervolgens dient in de tweede fase te worden beoordeeld of er reden bestaat het bedrag uit de eerste fase aan te passen met het oog op de billijkheid, gelet op alle omstandigheden van het geval en met name gelet op de door de handelsagent gederfde provisie (waarbij zowel een verhoging als een verlaging mogelijk is). Tot slot wordt in de derde fase getoetst of het uit de twee eerdere fasen het maximumbedrag van artikel 7:442 BW niet te boven gaat.

Heeft Prijsvrij recht op een klantenvergoeding?

Vraag is of Prijsvrij – naar aanleiding van hetgeen hierboven is uiteengezet – recht heeft op een klantenvergoeding. Prijsvrij stelt dat aan alle eisen is voldaan. Ter onderbouwing van die stelling draagt Prijsvrij aan dat Corendon, doordat klanten met Corendon hebben gereisd, de gelegenheid heeft gehad om met die klanten een duurzame relatie op te bouwen waardoor zij haar bedrijfsdebiet op duurzame wijze kon uitbouwen. Volgens Prijsvrij boekt een groot deel van de reizigers meerdere malen achtereen dezelfde accommodatie en neigt een groot deel van de reisconsumenten ertoe om bij een goede ervaring dezelfde reis of accommodatie te boeken. Verder blijkt uit het eigen marketinggedrag van Corendon dat het in de reisbranche niet om de laagste prijs maar om imago en faciliteiten gaat, aldus Prijsvrij.

Gerechtshof

Het hof acht het aannemelijk dat het imago van de touroperator, of positieve eerdere ervaringen met een touroperator, bij de keuze van de klant een rol spelen, maar stelt vast dat partijen sterk zijn verdeeld over de mate waarin dat bij de onderhavige reizen (via internet te boeken reizen naar – veelal – zonbestemmingen) het geval is. Volgens Corendon is de markt waarop zij haar diensten levert in belangrijke mate prijs gedreven; het feit dat Prijsvrij een laagste prijsgarantie geeft en sterk hecht aan het waarmaken van die garantie, wijst daar ook op. Gegevens die inzicht geven in de mate waarin een reiziger voor een nieuwe reis opnieuw voor dezelfde touroperator zal kiezen, heeft Prijsvrij niet verschaft. Daarbij komt dat Corendon krachtens de agentuurovereenkomst geen aanspraak heeft op de NAW-gegevens van de klanten van Prijsvrij. Corendon heeft gesteld dat de beperkte gegevens die zij wel krijgt, haar geen voordeel opleveren omdat daarmee geen marketingacties kunnen worden uitgevoerd. Het tegendeel is niet voldoende concreet gesteld.

Het hof heeft dus onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat Corendon aan de klanten van Prijsvrij bij het einde van de agentuurovereenkomst nog enig (duurzaam) voordeel kan ontlenen. De eerste fase tot bepaling van de klantenvergoeding (uit het arrest T-Mobile/Klomp) leidt dus niet tot de vaststelling van enig bedrag waarop in de tweede fase correcties (opwaarts dan wel neerwaarts) naar billijkheid plaatsvinden. De vordering van Prijsvrij wordt dus afgewezen.

Conclusie A-G Rank-Berenschot

Prijsvrij gaat in cassatie. Zij lijkt er daarbij onder meer vanuit te gaan dat zij voor een aanspraak op klantenvergoeding simpelweg kan volstaan met te stellen (i) dat zij nieuwe klanten heeft aangebracht en/of bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en (ii) dat de overeenkomsten met deze klanten de principaal (nog) aanzienlijke voordelen kunnen opleveren.

A-G Rank-Berenschot acht dat echter onjuist: de agent dient, voordat tot vaststelling van een klantenvergoeding overeenkomstig het driefasensysteem kan worden gekomen, te onderbouwen dat hij recht heeft op een klantenvergoeding. Daartoe dient hij onderbouwd te stellen en zo nodig aannemelijk maken dat de principaal ook in de toekomst in staat zal zijn op ruime schaal gebruik te maken van de door de agent gelegde en/of geïntensiveerde klantenrelaties.

Hoge Raad

De Hoge Raad volgt de A-G en bevestigt het oordeel van het hof voor zover het hof heeft geoordeeld dat Prijsvrij onvoldoende heeft gesteld om te kunnen oordelen dat Prijsvrij recht zou hebben op klantenvergoeding.

De Hoge Raad brengt hierbij wel een kleine correctie aan op het oordeel van het hof. Het hof lijkt immers meteen te zijn overgegaan tot invulling van de drie fasen uit T-Mobile/Klomp. Die drie fasen zien echter op de berekening van de klantenvergoeding. Het hof had echter eerst moeten vaststellen of de agent recht heeft op klantvergoeding door aan de twee vereisten in artikel 7:442 lid 1 BW genoemde vereisten te toetsen. Dat leidt echter niet tot een andere uitkomst voor Prijsvrij.

Conclusie

De uitspraak is een verduidelijking van de uitspraak T-Mobile/Klomp: voordat tot vaststelling van een klantenvergoeding wordt gekomen, dient de agent te stellen en zo nodig aannemelijk maken dat de principaal ook in de toekomst in staat zal zijn op ruime schaal gebruik te maken van de door de agent gelegde en/of geïntensiveerde klantenrelaties. De vaststelling van een klantenvergoeding verloopt vervolgens via de in T-Mobile/Klomp genoemde drie fasen.