• Nieuws

Wettelijke verplichting netbeheerder om binnen 18 weken aansluiting te realiseren blijft vooralsnog gehandhaafd

18 oktober 2018
Ondernemingsrecht - Energie

Inleiding

Op 25 juli 2018 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland zich in kort geding uitgelaten over de maximale aansluittermijn, zoals opgenomen in de Elektriciteitswet 1998 (hierna: de “E-wet“) en de toepasselijkheid van die termijn op reeds bestaande en (nieuwe) eerste aansluitingen. Daarnaast geeft de voorzieningenrechter in zijn vonnis enige toelichting omtrent de anti-discriminatiebepaling die netbeheerders op basis van de E-wet in acht dienen te nemen.

Casus

Nedcool is een onderneming gespecialiseerd in het opslaan van allerhande levensmiddelen en exploiteert daartoe een koelhuis. Vanaf 2016 is Nedcool bezig geweest met de uitbreiding van haar opslagcapaciteit door het bestaande koelhuis uit te breiden c.q. door het realiseren van een extra koelhuis. Hiervoor is een verzwaring van de bestaande aansluiting nodig, te weten van AC5a naar AC5. Medio oktober 2016 doet Nedcool een eerste aanvraag voor een offerte bij netbeheerder Liander en uiteindelijk wordt op 9 maart 2018 de offerte van Liander door Nedcool geaccepteerd en geretourneerd, waarop Nedcool een aanbetaling (van 20% van de totale kosten) aan Liander doet. In de tussenliggende periode sluit Nedcool, reeds op de zaken vooruitlopend, diverse overeenkomsten voor de opslag van fruit vanaf augustus 2018, waarbij de opslag is begroot op de nieuwe opslagcapaciteit.

Kort na de ontvangst van de geaccepteerde offerte maakt Liander aan Nedcool kenbaar, dat de uitvoering van de werkzaamheden op zijn vroegst pas eind september 2018 kan plaatsvinden. Bijna twee maanden na de datum waarop Nedcool is overeengekomen het fruit voor haar klanten op te slaan. Het mislopen van inkomsten, eventuele bijkomende schadeclaims en de kosten van het nieuwe koelhuis, brengen Nedcool mogelijkerwijs in grote financiële problemen, zo stelt zij.

Procedure

Nedcool vordert bij de voorzieningenrechter veroordeling van Liander om op uiterlijk 13 juli 2018 een verzwaring van haar bestaande aansluiting op het elektriciteitsnet te realiseren. Zij baseert haar vordering op artikel 23 lid 3 E-Wet, op grond waarvan een netbeheerder verplicht is degene die daarom verzoekt binnen een redelijke termijn aan te sluiten op het net. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer (a) de gevraagde aansluiting tot 10 MVA dan wel (b) de aansluiting voor een productie-installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit, niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat de offerte is geaccepteerd (lees: het ‘verzoek’ als bedoeld in artikel 23 lid 3 E-wet is gedaan). De redelijke termijn is in het onderhavig geval verstreken op 13 juli 2018, namelijk 18 weken na de dag waarop de offerte is geaccepteerd.

In kort geding betwist Liander dat in dit geval de in artikel 23 E-wet genoemde redelijke termijn van ten hoogste 18 weken van toepassing is. Liander stelt zich op het standpunt dat de termijn uitsluitend ziet op het realiseren van nieuwe aansluitingen en niet, zoals Nedcool stelt, op alle aansluitingen op het net en dus ook op een verzwaring van een bestaande aansluiting. Voorts stelt Liander dat zij vanwege overmacht – gelegen in het ernstige tekort aan gekwalificeerd personeel – niet aan de wettelijke termijn van 18 weken kan worden gehouden. Daarnaast voert Liander aan dat zij op grond van het discriminatieverbod ex artikel 23 lid 2 E-wet gehouden is om de aanvragen voor aansluitingen te verwerken op datum van binnenkomst. Zij kan derhalve de aansluiting van Nedcool niet eerder inplannen dan de aansluitingen van derden die vóór 9 maart 2018 om aansluiting op het net hebben verzocht.

Vonnis

De voorzieningenrechter oordeelt ten aanzien van de redelijke termijn dat in de tekst van artikel 23 E-wet telkens wordt gesproken van ‘een aansluiting’ zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een nieuwe of een bestaande aansluiting. Volgens de voorzieningenrechter bieden noch de bewoordingen van de wettekst van artikel 23 E-wet noch de parlementaire geschiedenis aanknopingspunten anders aan te nemen. Voorts spreekt ook (artikel 2.1.1 van) de Tarievencode elektriciteit met zoveel woorden over ‘de aansluitdienst’ die door de netbeheerder wordt aangeboden, welke dienst wordt verleend voor zowel eerste aansluitingen als reeds aangeslotenen op het net. Het voorgaande overwegende maakt het – aldus de voorzieningenrechter – zodoende nog aannemelijker dat voor toepasselijkheid van de wettelijke redelijke termijn van maximaal 18 weken géén onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe en (de verzwaring van) bestaande aansluitingen.

Het beroep op overmacht van Liander snijdt naar het oordeel van de voorzieningenrechter eveneens geen hout, aangezien een tekort aan geschikt personeel geen uitzonderlijke omstandigheid is die buiten de machtssfeer van Liander ligt, als gevolg waarvan Liander de termijn van 18 weken zou mogen overschrijden. Het al dan niet tijdig aantrekken van gekwalificeerd personeel is – aldus de voorzieningenrechter – een commerciële afweging die volledig binnen de invloedssfeer van Liander ligt. Een en ander kan zodoende niet aan Nedcool worden toegerekend.

Tot slot merkt de voorzieningenrechter nog op dat de anti-discriminatiebepaling opgenomen in artikel 23 lid 2 E-wet inhoudt, dat op de netbeheerder de plicht rust om op alle verzoeken om transport van elektriciteit een aanbod te doen, zonder daarbij onderscheid te maken tussen de verschillende verzoekers. In het bijzonder mag de netbeheerder zijn aandeelhouders en/of bepaalde producenten en leveranciers niet bevoordelen. Juist is dat Liander Nedcool niet mag voortrekken of mag achterstellen ten opzichte van andere verzoekers, maar dat brengt nog niet met zich – naar het oordeel van de voorzieningenrechter – dat zulks tot gevolg heeft dat Liander wordt ontslagen uit haar wettelijke verplichting om de gevraagde aansluitingen binnen 18 weken te realiseren. Een belangenafweging, namelijk enerzijds de kosten en schade van Nedcool versus anderzijds de kosten van Liander, doet de voorzieningenrechter niet anders besluiten. Indien en voor zover er al sprake is van een structureel tekort aan bekwame arbeidskrachten, dan is het aan de wetgever om een oplossing te bieden als blijkt dat de termijn van 18 weken (structureel) niet (langer) haalbaar is, aldus de voorzieningenrechter.

Conclusie

Deze uitspraak is voor afnemers en producenten van elektriciteit welkom nieuws en biedt (extra) munitie om netbeheerders te bewegen om hun verzochte aansluiting binnen 18 weken te realiseren. Deze harde termijn is behalve voor afnemers ook voor (de planning van) producenten van duurzame energie gunstig, nu die termijn op basis van artikel 23 E-wet ook op hen van toepassing is.

Netbeheerders zullen er echter nog een behoorlijke kluif aan krijgen om met het bestaande tekort aan geschikt personeel alle nieuwe en bestaande aansluitingen binnen de wettelijke termijn van 18 weken te realiseren, nu afwijking van die wettelijke termijn slechts bij zwaarwegende omstandigheden lijkt toegestaan. In de toelichting bij amendement van artikel 23 E-wet worden als voorbeelden van dergelijke omstandigheden wel genoemd het verkrijgen van een vergunning of vertraging van afgifte daarvan door ingesteld beroep.

Een (klein) voorbehoud is echter op zijn plaats nu het laatste woord hierover nog niet lijkt te zijn gesproken met het (voorgenomen) hoger beroep van Liander tegen onderhavige uitspraak van de rechtbank Gelderland.