• Nieuws

    Duidelijk anders

    Kennis delen

Implementatievoorstel Richtlijn verzekeringsdistributie: wat verandert er voor u?

05 oktober 2017
Verzekeringsrecht & aansprakelijkheidsrecht

Op 4 september 2017 werd door de demissionair Minister van Financiën het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Richtlijn verzekeringsdistributie (hierna: de Richtlijn) ingediend. De nieuwe richtlijn (als opvolger van de Richtlijn verzekeringsbemiddeling) is niet alleen van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen, maar daarnaast nu ook op “direct writers” en bedrijven die verzekeringen als nevenactiviteit verkopen. De Richtlijn dient op 23 februari 2018 te zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving.

Doel: gelijkheid, interne markt en harmonisatie

Het doel van de Richtlijn is om een gelijk speelveld voor alle marktpartijen te creëren, die bij de verkoop van verzekeringen betrokken zijn. Daarnaast wordt er gestreefd naar het bevorderen van een interne markt voor financiële diensten, het verbeteren van de bescherming van de consument en de sancties in geval van overtredingen van de richtlijn te harmoniseren.

Acht hoofdpunten

Het implementatievoorstel bevat wijzigingen op 8 hoofdpunten, te weten:

  • vergunningverlening en vrijstelling;
  • grensoverschrijdende dienstverlening;
  • vakbekwaamheid;
  • gedragsregels;
  • productontwikkelingsproces;
  • aanvullende regels met betrekking tot verzekeringen met een beleggingscomponent;
  • ziektekostenverzekeringen;
  • wijzigingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.

In het navolgende beperken wij ons tot de voor onze praktijk meest relevante wijzigingen van de Wet op het financieel toezicht.

Wijzigingen Wft

Reikwijdte

Het meest opvallend is misschien wel dat de Nederlandse wetgever ervoor kiest om een aantal nieuwe definities (waaronder het begrip: ‘verzekeringsdistributie’) die in de Richtlijn zijn opgenomen niet over te nemen in de Wft. Waar mogelijk is aangesloten bij de reeds bestaande definities van ‘bemiddelen’, ‘bemiddelaar’, ‘herverzekeraar’ en ‘verzekeraar’. Zo worden de begrippen ‘verzekeringstussenpersoon’ en ‘nevenverzekeringstussenpersoon’ worden niet overgenomen omdat beide begrippen onder de definitie van bemiddelaar vallen.

Niettemin bevat de Richtlijn wel belangrijke wijzigingen althans verduidelijkingen op dit punt. In de Memorie van Toelichting wordt overwogen dat consumenten hetzelfde beschermingsniveau moeten genieten ondanks de verschillen in distributiekanalen. Een gelijk speelveld tussen marktpartijen die bij de distributie van verzekeringen zijn betrokken, is essentieel om ervoor te zorgen dat hetzelfde beschermingsniveau geldt en dat de consument erop kan vertrouwen dat de verschillende marktpartijen dienen te voldoen aan dezelfde regels inzake consumentenbescherming. Verschillende marktpartijen kunnen verzekeringen distribueren. Naast adviseurs, bemiddelaars in verzekeringen, herverzekerings-bemiddelaars, gevolmachtigde agenten en ondergevolmachtigde agenten vallen ook verzekeraars die rechtstreeks verzekeringen aanbieden (de zogenaamde direct writers) onder de Richtlijn. Evenals vergelijkingssites en marktpartijen die verzekeringen in aanvulling op een zaak of de verlening van een dienst verkopen, zoals reisbureaus en autoverhuurbedrijven, tenzij deze marktpartijen aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoen.

De Richtlijn is niet van toepassing op personen met een andere hoofdberoepswerkzaamheid, zoals belastingadviseurs, accountants of advocaten, die in het kader van die andere beroepswerkzaamheid incidenteel adviseren over verzekeringen, zonder daarbij de klant te willen assisteren bij de sluiting of uitvoering van de verzekeringsovereenkomst. Verder is de richtlijn niet van toepassing op het beroepshalve afhandelen van schadegevallen voor een verzekeraar of herverzekeraar, schaderegeling en schade-expertise. De Richtlijn is onder bepaalde voorwaarden niet van toepassing op personen die verzekeringen verkopen in aanvulling op de levering van een zaak of de verlening van een dienst (de zogenaamde nevenverzekeringstussenpersonen, welke term in het implementatievoorstel dus niet wordt geïmplementeerd).

Deze voorwaarden zijn de volgende: De verzekering dient het risico te dekken van een defect, verlies van of beschadiging van het door die aanbieder geleverde zaak of het niet-gebruik maken van een dienst die door die aanbieder wordt geleverd. De verzekering kan ook risico’s dekken die verband houden met reizen, zoals een annuleringsverzekering of een verzekering tegen verlies van bagage. De premie mag in beide gevallen niet hoger zijn dan € 600 pro rata per jaar. Indien de verzekering een aanvulling is op een dienst en de duur van de dienst gelijk is aan of minder dan drie maanden dan mag het premiebedrag per persoon niet hoger zijn dan € 200. Indien aan deze voorwaarden is voldaan, valt de ‘nevenverzekeringstussenpersoon’ niet onder de Richtlijn. Een verzekeraar die verzekeringen aanbiedt via een nevenverzekeringstussenpersoon die is vrijgesteld van de vergunningplicht dient er echter voor te zorgen dat de nevenverzekeringstussenpersoon aan bepaalde basisregels voldoet, zoals het bekendmaken van de identiteit van de verzekeraar en de wijze waarop een klacht kan worden ingediend, het verstrekken van een informatiedocument over de schadeverzekering en dat de nevenverzekeringstussenpersoon rekening houdt met de wensen en behoeften van de cliënt, aldus nog steeds de Memorie van Toelichting.

De vergelijkingswebsites zijn toegevoegd aan de definitie van bemiddelen in artikel 1:1 Wft. De hiervoor genoemde uitzonderingen voor het verstrekken van incidenteel advies aan een cliënt in de context van

een andere hoofdberoepswerkzaamheid dan bemiddelen in verzekeringen, het beroepshalve afhandelen van schadegevallen voor een verzekeraar en voor schaderegeling en schade-expertise zijn opgenomen in het gewijzigde artikel 1:21 Wft.

De hiervoor genoemde uitzonderingen voor de ‘nevenverzekeringstussenpersonen’ zullen worden opgenomen in de Vrijstellingsregeling Wft. Deze vrijgestelde ‘nevenverzekeringstussenpersonen’ dienen echter wel aan bepaalde artikelen van de Wft te voldoen zoals het verstrekken van een informatiedocument over de schadeverzekering en het vaststellen van de wensen en behoeften van de cliënt, zodat het huidige artikel 1:20, onderdeel a, dat regelt dat de Wft onder bepaalde voorwaarden in zijn geheel niet van toepassing is op nevenverzekeringstussenpersonen zal vervallen.

Voor deze ‘nevenverzekeringstussenpersonen’ gaat overigens nog wel in het kader van de vakbekwaamheidseisen gelden dat die personen die verantwoordelijk zijn voor het als nevenactiviteit distribueren van verzekeringen over voldoende kennis en vakbekwaamheid moeten beschikken.

Gedragsregels

De Richtlijn bevat ook deels aangescherpte en deels nieuwe gedragsregels omtrent onder meer transparantie over de beloning en het voorkomen en beheersen van belangenconflicten, precontractuele informatie en koppelverkoop. De eerste twee onderwerpen zullen nader worden uitgewerkt in het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo). Wat betreft de precontractuele informatie dient de verzekeraar, gevolmachtigde agent, ondergevolmachtigde agent of bemiddelaar die een schadeverzekering ontwikkelt, een informatiedocument op te stellen. Hierin dient een samenvatting te worden opgenomen over de verzekeringsdekking, de wijze en duur van betaling van de premies, de belangrijkste uitsluitingen, de verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien, de looptijd en wijze van beëindiging van de overeenkomst. Door de European Insurance and Occupational Pensions Authority (hierna: EIOPA) zal een gestandaardiseerde presentatievorm van het informatiedocument worden ontwikkeld. Dit document dient voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst aan de consument te worden verstrekt.

Koppelverkoop wordt geregeld in de nieuwe artikelen 4:63a en 4:75a Wft waaruit volgt dat de mogelijkheid moet worden geboden om de roerende zaak of dienst ook afzonderlijk aan te schaffen. Als deze verplichting niet wordt nagekomen, handelt de verzekeraar of bemiddelaar onrechtmatig. Een en ander wordt gekwalificeerd als een oneerlijke handelspraktijk. Dit heeft tot gevolg dat de AFM hiertegen niet alleen op grond van de Wft maar ook op grond van de Whc kan optreden.

Productontwikkelingsproces

Een laatste punt dat wij kort zullen toelichten betreft het productontwikkelingsproces. Verzekeraars, gevolmachtigde agenten en bemiddelaars die verzekeringen ontwikkelen dienen te beschikken over een productontwikkelingsproces. Tijdens het productontwikkelingsproces wordt een beoogde doelmarkt bepaald en wordt gewaarborgd dat de geplande distributiestrategie aansluit op de beoogde doelmarkt. De verzekeraar, gevolmachtigde agent of bemiddelaar dient bovendien redelijke stappen te nemen om ervoor te zorgen dat de verzekering wordt gedistribueerd op de beoogde doelmarkt. Verzekeraars, gevolmachtigde agenten en bemiddelaars die verzekeringen ontwikkelen, verstrekken aan de distributeurs alle relevante informatie over de desbetreffende verzekering en het productontwikkelingsproces, inclusief de beoogde doelmarkt. Wanneer een distributeur een cliënt adviseert over een verzekering die hij niet zelf heeft ontwikkeld of dergelijke producten aanbiedt, beschikt de distributeur over adequate procedures en maatregelen om de relevante informatie over de desbetreffende verzekering van de verzekeraar te verkrijgen en de kenmerken van de verzekering en de beoogde doelmarkt te begrijpen, aldus de Memorie van Toelichting.

Verzekeraars zijn al bekend met deze regelgeving. Zij dienen reeds op grond van artikel 32 Bgfo over een productontwikkelingsproces te beschikken. Verzekeraars dienen overigens wel na te gaan of hun productontwikkelingsproces voldoet aan de regels die voortvloeien uit de richtlijn verzekeringsdistributie. Adviseurs en bemiddelaars in verzekeringen die cliënten adviseren over verzekeringen die zij niet zelf hebben ontwikkeld, zullen interne procedures moeten opstellen om de relevante informatie over de desbetreffende verzekering van de verzekeraar te verkrijgen en de kenmerken van de verzekering en de beoogde doelmarkt te begrijpen.

Meer informatie?       

Zoals hiervoor aangegeven dient de Richtlijn op 23 februari 2018 te zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving. Het implementatievoorstel ligt nu bij de Tweede kamer. Op 5 oktober a.s. wordt het voorstel behandeld in de commissievergadering. Zodra de tekst definitief is, informeren we u uiteraard over de definitieve tekst.

Onze verzekeringsrechtspecialisten kunnen u adviseren over de Wft en zij kunnen u bijstaan bij het toepassen van wijzigingen in de praktijk.

Meer informatie

Natalie Vloemans

T +31 10 404 1184
M +31 6 3023 0260
E n.vloemans@ploum.nl

Nicole de Boer

T +31 10 - 440 6406
M +31 6 1283 8115
E n.deboer@ploum.nl

Print dit artikel